Schrijfmarathon 2014: Stemronde 8

Hands Typing on a Laptop ComputerDit is de één na laatste ronde van de Schrijfmarathon 2014. In deze stemronde wordt bepaald wie er op de derde plaats van deze schrijfmarathon eindigt.

Opdracht 8 werd op 27 september 2014 naar de 3 overgebleven deelnemers gestuurd:

Schrijf een zoetsappig, romantisch verhaal zonder harde elementen.

Maximale lengte: 1000 woorden

De verhalen van de deelnemers zijn anoniem en in willekeurige volgorde geplaatst.

Lees alle stukjes en stem op jouw favoriet. Bij het stemmen kies jij niet alleen voor jouw favoriet, maar beoordeel jij ook het verhaal op stijl en techniek.

Deelnemers mogen niet bekend maken welk stuk zij geschreven hebben.

Per persoon mag slechts 1 stem worden uitgebracht.

Er kan gestemd worden tot 23.59 op vrijdag 24 oktober 2014.

Bij het bekend maken van de uitslag van deze stemronde, vertellen we ook welk stukje van welke deelnemer is.

Veel leesplezier!

© EWA Nederland


Nummer 1: Magie of nie(t)

Het is een koude natte dag. Zo’n dag waarop je de kraag van je jas hoog optrekt tegen de koude van de ijzige wind. Ik ben vroeg vertrokken. Mijn auto is bij de garage en ik verwacht dat het verkeer druk is omdat veel mensen de fiets met dit weer laten staan. Bij de bushalte aangekomen ontdek ik dat er geen ruimte meer is om onder het afdak te staan. Ik ril en met een zucht trek ik mijn kraag nog steviger om mijn hals.
“Als je wil mag je wel onder mijn paraplu komen staan hoor!”
Ik draai me om en kijk in een paar fel blauwe, vrolijke ogen.
Mijn hart slaat een slag over. Ik herken hem direct.
Dit is de man waarvan ik steeds droom. Waar ik badend in het zweet van wakker word. Het schaamrood vliegt naar mijn wangen. De dromen waren niet direct preuts geweest en ik ben bang dat hij aan mijn gezichtsuitdrukking kan zien waar ik op dit moment aan denk.
“Nou… eh … graag!” De woorden willen bijna niet over mijn lippen komen. Het voelt vertrouwd en toch vreemd.
Hij houdt de paraplu uitnodigend mijn kant op en ik stap er met een glimlach onder. Nu ik zo vlak naast hem sta kan ik zijn aftershave ruiken, mijn knieën knikken en mijn hartslag bonkt in mijn oren. Ik steek mijn hand uit en stel me voor. Zijn hand is warm, heet bijna, en omvat de mijne alsof ik een heel klein meisje ben. Hij glimlacht en zegt zijn naam. De geur van zijn aftershave maakt de herinnering aan mijn droom heel levendig.
Zou het kunnen?
Zou je iemand in je droom kunnen ontmoeten en dan tot de ontdekking komen dat die iemand echt bestaat?
Hij is precies als in mijn droom. Zwart haar, blauwe ogen, groot, sterk, verzorgd en attent. Ik schud mijn hoofd om helder te kunnen denken.
Net als ik hem wil vragen of hij vaker met de bus reist, komt deze voorrijden. Hij kijkt me aan en wenst me een fijne dag, stapt in en ik blijf onthutst bij de halte achter. Verbaasd over deze ontmoeting.

De dag vliegt voorbij met drukke werkzaamheden en vermoeid sleep ik mezelf na werktijd naar de bushalte. Het regent pijpenstelen als ik bij mijn halte uitstap. Jammer dat mijn “droomprins” er nu niet is. Ik grinnik om de bijnaam die ik net verzonnen heb.
Thuis maak ik een kop koffie en bereid een snelle maaltijd. Daarna pak ik een boek en een deken en installeer me prinsheerlijk op de sofa.

Ik realiseer me dat ik in slaap gevallen moet zijn want ik ruik die heerlijke aftershave van vanmorgen en voel een arm onder mijn hoofd. Een warm lichaam dicht naast het mijne. Ik open mijn ogen en twee hemelsblauwe ogen kijken me doordringend aan.
“Hoe vond je het om me in het echt te ontmoeten?”
De vraag blijft even tussen ons in hangen. Ik hap naar lucht. Dit kan niet echt zijn en toch voel ik zijn handen over mijn lichaam glijden. “Hoe?”…… “Wat?” ….. Ik stamel als een puber. Zijn lippen glijden zacht over mijn hals.
“Is het belangrijk, hoe?” Is zijn wedervraag.
Zacht kneed zijn hand mijn gespannen nek. Ik zucht en voel de rillingen van genot over mijn rug lopen. “Hmmmmmm, nee, het is niet belangrijk.” schreeuwt mijn lijf maar mijn hoofd is het nog niet helemaal eens met mijn hunkerende lichaam. Zijn lippen strelen voorzichtig de mijne. Ik zucht nogmaals en voel het laatste restje weerstand uit mijn lijf glijden. Zijn kus is allesomvattend. Ik voel me geweldig als hij me aanraakt.
“TRINGGGGGG!” Met een bons val ik terug op aarde en naast de bank. Met een hand wrijf ik over mijn pijnlijke bil als ik overeind krabbel. De deurbel heeft mijn droom onderbroken. Geschrokken kijk ik om me heen en zie dat ik echt helemaal alleen in mijn appartement ben. Vlug sta ik op en loop naar de deur. Er staat een man met een groot boeket witte rozen. Op het kaartje staat een parapluutje getekend. Mijn verwarring is nu compleet. Het hoe, wie, wat en waarom vliegt door mijn hoofd. In de keuken zet ik de bloemen in het water er schenk een glas wijn in. Verdwaasd zit ik even later op de bank en staar naar de witte rozen. Ik kan niet bevatten hoe dingen zo echt kunnen voelen en toch niet echt zijn.

Ik schud mijn hoofd nogmaals, drink mijn glas leeg en ga naar bed. Woelend en vechtend met de dekens val ik uiteindelijk in slaap.
Mijn droomprins verschijnt direct. Een grote glimlach vult zijn gezicht.
“Vind je ze mooi, de rozen?” fluistert hij in mijn oor als zijn armen me omsluiten.
“Ja, heel mooi! Waarom ben je niet zelf gekomen?”
Zijn handen glijden over mijn heupen naar mijn billen en ik voel de opwinding door mijn lichaam schieten.
“Dat kan niet! Nog niet!” Het antwoord is raadselachtig maar zijn armen en kussen zijn zo heerlijk dat ik er niet op let. Ik laat me meedrijven op de warmte van zijn aanraking en de heftigheid van zijn kussen.

De volgende ochtend sta ik met een grote glimlach op en haast me naar de bushalte. Ik neem me voor om mijn “droomprins” vast te pakken en nooit meer los te laten maar hoe ik ook zoek en speur ik vind hem niet. Teleurgesteld begeef ik me naar mijn werk.
Bij de lunch eet ik met lange tanden mijn broodje en pak de krant van de tafel. Ongeïnteresseerd lees ik de koppen.
Mijn oog valt op een grote foto met onderschrift. “Man ontwaakt na jaren uit coma.” Mijn hart slaat een slag over want op die foto staat mijn “droomprins” met een grote bos witte rozen en een glimlach die ik inmiddels aardig herken.
Ik ben perplex en voel me onwerkelijk. Op hetzelfde moment trilt mijn telefoon. Ik kijk en zie een berichtje.
“Vanavond acht uur, jouw huis maar dan ECHT. Love You.”


Nummer 2: Partners in love

“Maar vertel eens wat meer over haar dan, lief.”
“Ja, gewoon, je weet wel: vlinders in mijn buik. En de manier waarop ze alleen al op onze ontmoeting reageerde. Ik kon gewoon voelen dat ze geïmponeerd was door me. Maar dan op een heel leuke manier.”
“Waar had je met haar afgesproken dan?”
“Oh, op een terrasje midden in Utrecht. Dat is ook zoiets: ze is nog nooit in Utrecht of Amsterdam geweest. Dat op zich is al aandoenlijk. Ze is gewoon heel aandoenlijk, heel lief.”
“Jij met je ‘lief’. Maar ik ben blij voor je, lieverd. Je straalt ook helemaal. Het is je heel erg gegund. Kom, sla je arm eens om me heen; het bed is nog zo koud.”
“Zo beter?”
“Ja, lekker. En hoe heet ze, zei je?”
“Karin.”
“Neeee! ‘Karin, moetie…'”
“Jaja. Karin, moetie daarin. Maar laat ik dat niet meer horen van je. Ze is gewoon echt te lief voor dat soort grapjes.”
“Je hebt gelijk. En vertel, hoe ziet ze eruit?”
“Nou, ze is iets kleiner dan ik ben, heeft rossig lang haar.”
“Oh, dat vind jij wel leuk! Grote borsten?”
“Ja, redelijk, maar niet zo stevig als die van jou.”
“Oh, je hebt er al gelijk aangezeten?”
“Nou ja, nee. Uhm, stiekem toen we afscheid namen en ik haar op haar wang kuste. Toen heb ik natuurlijk mijn hand aan de zijkant van haar lichaam gehouden zodat de palm van mijn hand langs haar borst wreef.”
“Jouw geëigende manier om stiekem een borst aan te raken. Ik had het kunnen weten, jochie.”
“Ja, sorry. Dat is iets wat ik niet snel zal afleren.”
“Dat hoort ook helemaal bij jou, mooie man!”
“Zeg lieverd: realiseer je je wel waar we het hier over hebben? Mijn eerste stappen op het pad dat we ons bij het begin van onze relatie hadden voorgenomen: vrije omgang met andere vrouwen. Of in jouw geval dan: andere mannen.”
“Ja, een vrouw dat zie ik niet zo zitten.”
“Ach je weet maar nooit. Als je het niet probeert, kun je er ook niet over oordelen.”
“Nee, maar toch.”
“Kom.”
“Wat?”
“Gewoon: bed uit en naar beneden.”
“Hoezo? Het is midden in de nacht?”
“Gewoon: ik heb zin om het te vieren. Een sigaret, glaasje wijn. Ik heb nog helemaal geen slaap.”
“Haha, jij bent er helemaal vol van, hè?”
“Ja, dat heb jij wel goed. Maar vooral ook dat wij dit samen meemaken en ons er zo goed bij voelen. Ik vind dat zo speciaal. Ik vind jou zo speciaal, lieverd. Kom, eruit, badjas aan dan schenk ik ons wat in.”
“Alleen als ik helemaal in je weg mag kruipen op de bank.”

“Proost, lieverd!”
“Proost! Op jouw eerste verovering, lieve man van me.”
“Nou, verovering klinkt ook niet netjes.”
“Nee, maar je weet wat ik bedoel. Gooi dat fleeceje eens over ons heen. Heb je haar nog over mij verteld?”
“Ja, natuurlijk. Ik ben maar wat trots op jou. Op ons. Gewoon dat we elkaar dit gunnen is en blijft heel speciaal.”
“En wat heb je over me verteld?”
“Nou, allereerst dat je zo’n heerlijke pukkel op je neus hebt.”
“Nee, even serieus. Wat zei je?”
“Dat je een erg zelfstandige vrouw bent die er met haar volle verstand en zonder iets van jezelf weg te cijferen ervoor gekozen heeft om mij, jouw partner in love and crime, de vrije hand te geven als het aankomt op het ontmoeten van andere vrouwen.”
“Tsss: ‘in crime’. Mits het maar in goed overleg gebeurt, ik er een goed gevoel bij heb en het nooit stiekem gebeurt.”
“Uiteraard en dat heb ik ook allemaal verteld: alles open en eerlijk. Want anders zou ik het ook niet willen en kunnen, Al dat gelieg en geniepig gedoe laat ik toch echt voorgoed achter me.”
“Goed zo, lieverd. Alleen zo kunnen we ons hier goed bij voelen.”
“En voelt het goed voor jou, mop?”
“Ja, ik heb er een erg goed gevoel bij. Maar ik wil haar wel snel een keer ontmoeten.”
“Oh, maar dat heb ik haar ook al verteld. Dat is allemaal al uitgebreid te sprake gekomen toen we aan het chatten waren.”
“Hmmmm, je hoeft me niet gelijk fijn te knijpen omdat je zo blij bent. Voelt wel lekker, trouwens. Je geniet echt, hè?”
“Ja. Ik geniet van haar maar ook minstens zoveel van ons nu.”
“Goed zo, mooie man! Schenk jij nog eens in voor me?”
“Niet eerder dan dat ik een liefdevolle kus van je heb gekregen!”

“Ik heb zin in je…”
“Dussss: je hebt zin in je man die vandaag een date had met zijn nieuwe vriendin?”
“Oh, ze is nu al je vriendin? Kom maar eens hier, mánnetje; dan zal ik je eens laten voelen wie het eerste recht heeft op dat heerlijke lichaam van je!”
“Oeh, lekker! Weet je wel zeker dat je dit lichaam wil delen met een andere vrouw, liefie?”
“Zolang ze het maar onbeschadigd terugbrengt wel, ja. Speaking of which: ben je nog… intiem geweest met haar?”
“Ik ben met haar mee teruggelopen naar haar auto. En in de parkeergarage was het stil genoeg om even samen even diep te zoenen en de manier waarop ze haar kruis tegen me aanduwde, maakte wel duidelijk welke behoefte ze had. Toen heb ik gelijk maar even mijn hand in haar slip laten glijden.”
“Oeh, lekker. Doe eens bij mij nu…”
“Zo, vrouwtje van me?”
“Als je dat ‘vrouwtje’ weglaat is het helemaal perfect, mooie man!”


Nummer 3: Sterrenhemelse liefde

Er heerste enige nerveuse spanning in het ISS, het International Space Station, dat op zo’n driehonderdvijftig kilometer boven het aardoppervlak zijn schier oneindige rondjes draaide, want aflossing voor één van hen was onderweg. Op Aarde waren twee wetenschappers al maanden in een wedloop verwikkeld geweest, om de terugkerende collega te mogen vervangen. Uiteindelijk was de Russische vrouwelijke biochemicus en kosmonaut Anna-Lysa Drawowitz het fitste bevonden en mocht zij de gevaarlijke reis naar het ruimtestation maken. Precies acht uur en dertien minuten na haar lancering koppelde Anna-Lysa haar Sojoez-capsule met een geweldige precisie aan het immense ruimtestation.
Nadat de luchtsluis geopend was zweefde zij met haar afgetrainde lichaam gracieus het ISS binnen en begroette haar drie mannelijke collega’s door hen stuk voor stuk te omhelzen.

Een paar dagen later was Anna-Lysa al volkomen gewend geraakt aan de gewichtsloosheid en het dag- en nachtritme dat in het ruimtelaboratorium werd gehanteerd.
Waar zij ook snel aan gewend was geraakt, was de aanwezigheid van haar twee mannelijke collegae. In het bijzonder die van haar landgenoot Igor Korowski, de commandant van het ISS. De Rus had een prachtige vierkante kop, een pezig lijf en een buikpijn-van-het-lachen-veroorzakende humor. Binnen een week was ze smoorverliefd op hem geworden en ook hij liet zich niet onbetuigd in het tonen van zijn liefdevolle gevoelens voor haar.
Tien dagen na haar aankomst toverden Anna-Lysa en Igor hun slaapzakken om tot een gezamenlijke cocon waarin zij, behalve slapen, elkaar konden beminnen. En dat laatste deden ze vanaf dat moment bij elke mogelijke gelegenheid, soms tot wanhoop van de andere mannelijke astronaut die de geluiden, voortvloeiend uit het minnespel van beide tortelduifjes, meestal maar matig kon waarderen.
De vluchtleiders in het controlecentrum op Aarde hadden daarentegen geen klagen over de twee vrijers, want de experimenten waar zij aan moesten werken werden plichtsgetrouw, op tijd en kordaat uitgevoerd. Hun liefdesleven speelde zich buiten het zicht van de vele in het ruimtestation ingebouwde registratie camera’s af, dus niemand op Aarde die er last van had.
Ook overdag, alhoewel dat een vaag begrip is in de ruimte, in het zicht van de observatie camera’s, toonden de geliefden heimelijk hun wederzijdse genegenheid. Zij deden dit bijvoorbeeld door werkzaamheden gezamenlijk te doen, of door elkaar even aan te raken als zij elkaar passeerden. Soms zelfs door heel vluchtig een zoen uit te wisselen. Dat laatste is nog niet eens zo’n simpele handeling als beide lichamen gewichtsloos zijn. Het zoenen vergde dan ook enige oefening voor ze het konden doen zonder met hun neuzen, of andere delen van het gezicht, tegen elkaar aan te botsen.

Igor was niet alleen hoffelijk, hij was ook een echte charmeur. Om de haverklap verstopte hij liefdesgedichtjes in haar spullen, of tussen de documenten die een uit te voeren experiment beschreven.
Op 8 juni, de Russische Valentijnsdag, flanste hij bij gebrek aan echte bloemen van ty-raps en rode papiertjes een ‘boeketje rode rozen’ voor zijn ruimte-vriendinnetje in elkaar. Een andere keer had hij iemand van de thuisbasis zo gek gekregen om een doosje bonbons bij de lading te verstoppen en die bij een eerstvolgende ‘cargo-trip’ mee te sturen.
Anna-Lysa genoot met volle teugen van zijn vele spontane verrassinkjes. Er werden onderling zelfs al plannetjes gesmeed om bij terugkeer op Aarde hun relatie onverminderd voort te zetten, sterker nog, om meteen samen te gaan wonen. De ‘test’ van het continue samenzijn tijdens het verblijf in het ISS had nu al bewezen dat ze werkelijk voor elkaar bestemd waren volgens hun beiden.
Naarmate hun verblijf vorderde werden de twee geliefden geleidelijk vrijer in hun minnespel. Dat leidde er op een dag toe dat Igor aan Anna-Lysa voorstelde om, tijdens de eerstvolgende slaapperiode, hun veilige cocon te verlaten en naar de Copula, de observatieruimte van het ISS, te zweven. Van hieruit konden zij het grootste deel van het ruimtestation zelf, alsmede van het hen omringende firmament, bekijken.
“Laten we de liefde bedrijven, onder de sterrenhemel,” had Igor, vol passie in zijn stem, in haar oor gefluisterd.
De op het woord copuleren gelijkende naam van de module had hem aan het fantaseren gebracht.
De krappe afmetingen en de cilindervorm boden een reële kans om goed houvast te hebben, voor hen beiden, als ze aan hun liefdesdaad begonnen, meende hij.
Die ‘nacht’ openden zij stilletjes hun alternatieve, van twee ruimte-slaapzakken geconstrueerde, slaapkamer. Zonder hun collega astronaut daarbij wakker te maken, bewogen zij zich gracieus zwevend naar de Copula module en wurmden zich naar binnen.
Zwijgend, op een gesmoorde vloek na toen een van de twee een ellenboog tegen een weinig veerkrachtig paneel met schakelaars stootte, ontdeden zij elkaar van hun weinige kleding en namen daarna even de tijd om van het altijd spectaculaire uitzicht op de sterren te genieten.
Igor’s uitzicht beperkte zich edoch al snel tot de contouren van het vrouwenlichaam waarmee hij de krappe uitkijkruimte deelde. Zijn fysieke opwinding over hetgeen hij aanschouwde en wat hij hoopte dat over enkele ogenblikken te gebeuren stond, was hem letterlijk aan te zien.
“Kom bij me. Kom in me,” fluisterde Anna-Lysa hem toe.
“Zet je dan maar schrap, schatje,” antwoordde hij zachtjes, terwijl hij zich voorzichtig omhoog liet zweven met zijn lanceertoren in de aanslag. Anna-Lysa voldeed met genoegen aan zijn voorstel en spreidde haar benen waardoor ze meteen haar lichaam klem zette in de kleine ruimte.
Alsof hij een Sojoez capsule bestuurde die zich aan het ISS koppelde, manoeuvreerde Igor in volledige gewichtsloosheid zijn booster-raket richting een ontvankelijke luchtsluis. Een uit Anna-Lysa’s keel ontsnappend geluidje, bevestigde een geslaagde koppeling.
Igor greep vervolgens met elke hand een van de vele beschikbare handgrepen en was net van plan om de koppeling in een stevig ritmisch tempo te herhalen toen uit een speakertje, dat in de wand van de module zat, een ietwat krakerige stem zei: “Goedenavond commandant Korowski, wij hebben u en kapitein Drawowitz duidelijk in beeld hier op de grote monitor in het controlecentrum. Kunt u ons vertellen wat u daar doet en waarom u de alarmknop zojuist geactiveerd heeft…?”


One thought on “Schrijfmarathon 2014: Stemronde 8

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *