Het Podium: Mahotsukai

Mahotsukai

 

Tijdens de Schrijfmarathon 2015 raakte ik, en vele anderen met mij, verliefd op zijn prachtige verhalen. Ik was getuige ervan dat iemand hem bedankte dat hij schrijft. Vandaag vind ik het een grote eer om Mahotsukai Het Podium te geven om zichzelf voor te stellen:

Als jochie won ik ooit een schrijfwedstrijd in het dorpsblaadje – ik was de enige deelnemer. Daarna heeft de creatieve schrijver in me heel lang gesluimerd. Hij was er altijd wel maar durfde niet zo goed, en de erotische schrijver was al helemaal een schijtluis. Hoewel ook in mijn beroep taal altijd een belangrijke rol heeft gespeeld, vond ik altijd wel een excuus om mijn eigen gedachten niet aan het papier toe te vertrouwen. Dat veranderde door de komst van een fantastisch persoon in mijn leven. We vonden elkaar met een verhaal, hoe mooi is dat? Zij heeft me aangemoedigd en geïnspireerd, me een zetje en soms een schop onder mijn kont gegeven, en nu kom ik van de schrijverij niet meer los. Van haar ook niet trouwens, tot mijn grote geluk.

mahotsukai
Mahotsukai
(klik om te vergroten)

Mijn pseudoniem, waarvan je je terecht kunt afvragen hoe een mens dat in hemelsnaam verzint, is het Japanse woord voor ‘tovenaar’, een tongbreker maar ook een gegeven koosnaam waarvan ik ben gaan houden en die ik koester. Op de foto zie je de bijbehorende karakters die een Japanse Taiko-trommelaar een keer voor me op een drumstok heeft geschreven (ik drum overigens slechter dan ik schrijf). Ik gebruik bewust een pseudoniem. Ik heb er weinig behoefte aan om onder mijn echte naam als erotisch auteur door het leven te stappen, de wereld waarin ik mijn beroep uitoefen is daar nog niet klaar voor vind ik. Goede vrienden weten dat ik schrijf en wat ik schrijf, en dat is prima. Ik heb drie van hen een keer een van mijn EWA-verhalen voorgelezen toen we al stappend in een taxi in Lissabon zaten. Ze waren er letterlijk stil van: aan het eind van de 500 woorden sliepen er twee. Dat geeft niet, ze begrijpen wat schrijven voor me betekent en dat is voldoende.

Schrijven is plezier, maar het is ook een emotionele uitlaatklep. Ik ga meestal aan de slag met een globaal idee, al pennend vormt het verhaal zich dan vanzelf. Als kind uit een timmermansfamilie beschouw ik schrijven als een prachtig maar lastig ambacht; je moet een aantal basistechnieken onder de knie hebben om werkelijk iets moois te kunnen maken. Op dat punt ben ik nog niet, maar oefenen en veel van anderen lezen helpt zeker en het plezier is er niet minder om. Wat ik beginnende schrijvers (waartoe ik mezelf overigens ook nog steeds reken) zou aanraden, is om je creatie een paar dagen te laten liggen, ook al denk je dat je klaar bent. Lees het dan nog eens goed en zelfkritisch door en corrigeer. Ik weet het, dat verhoudt zich niet zo goed tot de publicatiesnelheid waartoe social media ons voortdurend verleidt, maar voor mij werkt het.

Ik heb in mijn verhalen een neiging naar het romantische, naar nostalgie en melancholie. Een beetje zielepijn is voor een schrijfsel wat zout en peper is voor een maaltijd. Ik twijfel zelfs of ik me een erotisch schrijver moet noemen. Ik krijg soms de kritiek dat mijn verhalen weinig expliciete seks bevatten en dat klopt wel. Een goed verhaal, met een kop en een staart, en met interessante karakters staat voorop. Stijl en sfeer vind ik belangrijker dan het expliciet erotische. Ik heb geen erotische schrijvers als voorbeeld, het genre ken ik eerlijk gezegd gewoon niet goed genoeg. Drummond De Andrade uiteraard wel, zo schitterend dichten over erotiek kan alleen een Zuid-Amerikaan. De mainstream verhalenvertellers zoals Garcia Marquez en John Irving, met zijn absurde ingetogen humor en kleurrijke personages zijn mijn favorieten. Ik ben visueel ingesteld, teken graag (maar te weinig en net zo beroerd als ik drum) en boeken met plaatjes vind ik schitterend, met name van de grote illustratoren uit het begin van de 20e eeuw, zoals Arthur Rackham en Kay Nielsen, hun tekeningen zijn verhalen op zichzelf.

De EWA schrijfmarathon van 2015 was een heel bijzondere reis, omdat die parallel liep aan een bewogen persoonlijke periode. Het zal de doorsnee-lezer ontgaan maar in de verhalen die ik inleverde heb ik, vaak onbewust, veel weergegeven van hoe ik me op het moment van schrijven voelde. Het is een soort emotioneel logboek. Toen ik er in de halve finale uitviel, ben ik daar – op zijn Rotterdams en eerlijk gezegd – wel ‘effe schijtziek’ van geweest, maar gek genoeg heeft die uitschakeling allerlei hele mooie dingen getriggered. Ik heb ook veel van de marathon geleerd: doorzetten, schrappen, durven. En vooral: schrijven wat ik wil. Vonnegut, wiens acht regels voor het maken van een goed verhaal ik aan iedereen zou willen aanbevelen, zegt: als je de hele wereld probeert te plezieren zet je alle ramen open en krijgt je verhaal longontsteking. En dat klopt. Op Belchite, het verhaal dat ik schreef voor Eroscripta, ben ik best trots. De verhaallijn zat al heel lang in mijn hoofd maar kwam er nu, in Benedictijnse afzondering met hardloopschoenen, eindelijk uit. Veel meer dan een stomend erotisch relaas is het een ode aan Spanje, een land waar ik dol op ben.

Writer’s block? Ik zit er middenin geloof ik, de laatste weken krijg ik niks op papier. Er zit wel waarheid in de woorden van Henry Miller: when you can’t create, you can work. Als de zinnen niet gemakkelijk komen, kun je altijd werken aan een storyline, aan achtergrondinfo, aan ordening van je materiaal, of aan een stukje voor het EWA-platform. De inspiratie komt vanzelf weer, geen paniek.

Boeken van mijn hand zijn er niet. Die gaan er, hoop ik, wel komen. Een paar van mijn losse verhalen zijn gepubliceerd en dat smaakt naar meer. Als alles gaat zoals ik wil, begint er binnenkort een sabbatical die voor een belangrijk deel gewijd zal zijn aan schrijven. Ik zou de erotica wel willen aanvullen en bundelen, een boek willen schrijven dat een uitbreiding is op Belchite, en een bundeltje maken dat mijn ervaringen weergeeft uit eerder genoemde bewogen periode. Genoeg te doen dus, zeker nu ook de Schrijfmarathon 2016 weer voor de deur staat. Vorig jaar begon ik daar heel onbevangen en zonder verwachtingen aan, nu is de druk toch wat groter. De concurrentie is indrukwekkend, wat goed nieuws is want de marathon wint zo aan populariteit en het zet ons allemaal op scherp het allerbeste uit onze pen te persen.

Ik wens alle lezers en collega-auteurs hele fijne feestdagen en een geweldig ero-creatief 2016!

Blog: Mahotsukai Stories

7 thoughts on “Het Podium: Mahotsukai

  1. Mahotsukai,

    Ik heb jouw onlangs ontmoet en ik kan met volle overtuiging melden dat het mij een grote eer was. Daar heb je mij het pseudoniem toegelicht en ook ik ben ervan gaan houden, net als van de schrijfsels van jouw hand. In mijn ogen schuilt er in jou een groot schrijver, laat hem los, maar vat geen kou 😉

    Groeten, Rolf van der Leest

    PS Een vervolg op Belchite! Hoe mooi zou dat zijn. Ook Mark Doornaert en ik konden de verleiding niet weerstaan. Go Mahotsukai, go!

  2. Hoi tovenaar,

    Mooie naam voor iemand die zó met zijn woorden de gevoelens van mensen kan raken. Woordtovenaar, schrijftovenaar… maar bovenal mens met een warme persoonlijkheid (eigen observatie, vooralsnog gebaseerd op één ontmoeting 🙂 ).

    Hoop je nog veel vaker in Utrecht te mogen treffen en anders daarbuiten.

    Fijne feestdagen en succes volgend jaar.

    Groeten,
    Lex.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *