Schrijfmarathon 2016: Negende stemronde (halve finale)

We naderen nu het eind van de Schrijfmarathon 2016, en ook dan is het bijna tijd om terug te kijken, net zoals we hebben gedaan in het bericht van gisteren. De deelnemers hebben voor deze ronde een pittige opdracht gekregen. Jullie, de lezers, bepalen wie de gelukkige zijn om door te gaan naar de finale.

Voordat je de opdracht leest, nog even dit: op 26 november 2016 vindt de laatste bijeenkomst van dit jaar in Utrecht plaats, en dan huldigen we ook de winnaars (eerste, tweede en derde plaats) van de Schrijfmarathon 2016. Wil je daarbij zijn? Je vindt meer informatie in het bericht van gisteren.

Dit was opdracht 9, een opdracht waarmee ieder van de negen overgebleven deelnemers moeite mee hadden:

Schrijf een erotisch verhaal dat zich afspeelt tussen twee mannen.
Je verhaal moet minimaal één seksscene bevatten en maximaal 1000 woorden.

gaymenDe bijdragen van de deelnemers zijn anoniem geplaatst.

Lees alles en stem dan op het verhaal dat je het meest aanspreekt. Er wordt 1 stem per IP adres toegestaan. Vergeet niet om op de knop ‘Finish Survey’ te klikken als jij je keuze hebt gemaakt.

Deelnemers mogen niet bekend maken welk verhaal ze geschreven hebben.

De stemronde sluit op 21 oktober 2016 om 23.45u.

Bij het bekend maken van de uitslag van deze stemronde, vertellen we ook welk verhaal van welke deelnemer is.

Veel leesplezier!

Bron foto

© EWA Nederland


1) Overleven

Het gebeurt op een moment dat ik het niet meer verwacht. Jaren heb ik stil gedacht en misschien wel hartstochtelijk gehoopt dat onze wegen zich zouden kruisen. Nu zijn het alleen onze blikken die dat doen.
Hij lijkt net zo verrast als ik. Zijn blauwe ogen knijpen samen alsof hij niet gelooft dat ik op zijn netvlies lig. Even zie ik mezelf erin weerspiegelt, van het pluizige randje haar dat boven mijn oren rond mijn schedel loopt en mijn donkere bril, naar de gerimpelde huid van mijn hals en mijn handen die de handvatten van de rolstoel omklemmen. Pas als ik besef wie er in die rolstoel zit, verbreek ik beschaamd het oogcontact.
Mijn handen trillen. Dat heeft niets met mijn leeftijd te maken, maar alles met de overrompeling van het moment.
Terwijl ik meer uit automatisme de rolstoel in de richting van het schilderij duw waarvoor we gekomen zijn, voel ik haar bevende hand op die van mij. De ruwe, perkamentachtige huid stuurt een huivering naar mijn ruggengraat.
‘Heb je het koud, lieve?’
Ik mompel iets onverstaanbaars omdat ik niet weet wat ik moet zeggen en ook niet of ik iets kan zeggen. In plaats daarvan trek ik de plaid om haar magere en schuddende schouders. Geen enkel medicijn tegen Parkinson krijgt de tremoren die haar lichaam teisteren genoeg onder controle. En al helemaal niet sinds de komst van ‘vriend’ Alzheimer erbij het me soms onmogelijk maakt haar pillen te laten slikken.
Voor het schilderij houden we stil. Vermeer heeft het rond 1663 geschilderd. Bea is ervan overtuigd dat de brieflezende vrouw in het lapis-lazuliblauw haar stam overgrootmoeder is. Haar hersenen zijn zo aangetast dat ze mij minstens zestig procent van de tijd niet herkent, maar deze informatie staat er waarschijnlijk tot haar dood in gegrift.
Terwijl zij naar het schilderij kijkt, dwalen mijn gedachten af naar het voorjaar van 1945. Naar de laatste stuiptrekkingen van het Duitse leger in een verdoemde oorlog. Naar de angst van mijn moeder, die al een man en een zoon in het verzet had verloren en mij smeekte onder te duiken.
Achttien was ik, en voor de duivel niet bang, tot ik door drie soldaten van de agressor werd overmeesterd tijdens een poging een partij wapens onklaar te maken. Nadat ze me uren hadden ondervraagd met het mes op de keel, waren ze erachter gekomen dat ik hen geen informatie ging geven die van belang kon zijn. Terwijl de grootste van de drie, een forse vent met benen als boomstammen, met zijn hand mijn pik uit mijn broek graaide en het mes op de overgang naar mijn ballen zette, werden ze aangevallen door vijf geallieerden. In een waas van geschreeuw en bloed viel ik snakkend naar adem op de grond.
De herinnering aan de tocht naar de veilige schuilplaats is vervaagd, evenals de redders.
Op één na.
Caleb.
Ik herinner me zijn zachte, bijna zangerige, Engelse stem met Canadees accent. Hoe hij me zijn naam vertelde en waar hij vandaan kwam. Zijn woorden die me kalmeerden. Zijn handen die het bloed van mijn gezicht, hals en borst wasten. De andere soldaten die de schuur verlieten voor een patrouille. Calebs aarzeling voor hij voorzichtig mijn kruis aanraakte. Het automatisch knieën naar de borst trekken van mijn kant. Zijn tedere volhardendheid om ook daar het bloed weg te wassen. De verrassing dat mijn penis zich tot volle erectie oprichtte en wat voor gevoel ik daarbij in mijn buik kreeg.
Dat was het eerste moment dat ik hem in de ogen keek. Hemelsblauwe ogen die recht in mijn ziel leken te kijken. Die net zo verrast waren als ik. Die zich stilzwijgend afvroegen of hij verder moest gaan.
Zijn handen, eerst schuchter en aftastend, maar al snel meer vastberaden mijn broek losmakend. Mijn vingers, die verlegen en onhandig zijn staalharde lid omvatten.
Het leek een natuurlijk en misschien wel het enige verloop te zijn dat hij in zijn hand spuugde en mijn stijve met zijn speeksel bevochtigde. Dat hij op zijn handen en knieën mij de rug toedraaide en woordeloos toestemming gaf iets te doen wat ik nog nooit had gedaan, zelfs niet met een vrouw.
Ik smeerde het voorvocht over mijn eikel en zijn anus, nauwelijks nog kunnen ademend van het geile gevoel dat mijn lichaam in zijn greep had. De ingang was nauw. Hij kreunde van pijn toen ik doorduwde. Trok één van mijn handen naar voren en legde hem opnieuw rond zijn lul. Zodra ik eraan begon te trekken, ontspande hij met een kreun. Mijn pik paste tot de wortel in hem. Ik trok me bijna helemaal uit hem terug en stootte opnieuw naar binnen. Iedere beweging daarna werd vloeiender, vanzelfsprekender, meer vastberaden.
De kou van de nacht, de geur van seks en het geluid van kletsende lijven had ons in zijn greep. Liet ons hijgen en aanmoedigingen fluisteren, tot ik kreunend mijn hete sperma in hem pompte en hij met een schorre kreet in mijn hand klaarkwam.
Later, veel later, zou ik pas beseffen dat het liefde was geweest. Dat alles wat daarna kwam; de moeizame heropbouw na de oorlog, de werkeloosheid en Bea’s vader die mij een baan en gouden bergen bezorgde, niet in de schaduw van die ene ervaring kon staan. Juist op het moment dat ik me dat realiseerde en me van de veel jongere Bea los wilde maken om Caleb in Canada te gaan zoeken, liep ik in de val van een gedwongen huwelijk door een kind op komst.
Daarna was het plichtsbesef, mijn verantwoordelijkheid als echtgenoot en vader en gebrek aan moed geweest om mijn leven radicaal om te gooien.
Als ik voel dat er iemand naast me komt staan, draai ik mijn hoofd om.
Hij is kleiner dan ik me herinner en stram door de leeftijd. Hij brengt twee vingers naar zijn slaap en groet me met een knik. Alsof hij mijn worsteling begrijpt.
Uit zijn rechteroog biggelt, gelijk met die van mij, een traan.
Onmogelijke liefde, die elkaar na meer dan zeventig jaar nog herkent.


2) Eén stap

Met zijn ellebogen steunt hij op de betonnen balustrade van het dakterras en leunt zover mogelijk voorover. Hij staart naar de bewegende lichten van het verkeer beneden en voelt de verleidelijke streling van de zwaartekracht tezamen met de verstikkende omhelzing van zijn schuldgevoel. De stem diep in zijn binnenste zegt dat hij er beter niet kan zijn. Hij is een mislukking, een freak, niet in staat tot normale gevoelens.

In de studentenkamer achter hem, gaat de discussie over de zin van het leven. Begeleid door jazzmuziek en goedkope wijn. Bij binnenkomst hadden twee hazelnootbruine ogen in een markant mannengezicht ervoor gezorgd dat zijn lichaam hem direct had verraden, feilloos en zonder aarzeling. In zijn bewustzijn was het ijskoude besef doorgesijpeld dat zíjn leven geen enkele zin heeft. Hij is slechts een bittere teleurstelling voor zichzelf en iedereen in zijn omgeving.

De therapie die hij gevolgd had om het kwaad dat in hem huist te verdrijven, was op een fiasco uitgelopen. Onder het hoopvol toeziend oog van zijn ouders en de dominee had hij uit alle macht geprobeerd zijn perverse gedachtes uit te bannen. Om de gevoelens van zijn vriendin te beantwoorden op een niveau dat zij verdient. Ze is het liefste meisje van de wereld. Waarom houdt hij niet op die manier van haar? Wanhoop laait in hem op als hij haar gekwetste blik toen hij het op het ‘moment suprême’ weer eens liet afweten, voor zich ziet.
Zijn ogen peilen opnieuw de diepte. Eén beweging maar, één stap zou voldoende zijn om …

“Het is niet waar, weet je,” onderbreekt een mannenstem plotseling zijn gedachten.
“Wat?” Verschrikt kijkt Maikel op uit zijn overpeinzing, recht in de hazelnootbruine ogen. Het blijft even stil. De man schudt een sigaret uit een pakje en plaatst deze tussen zijn lippen. Dan strijkt hij een lucifer aan, schermt het vlammetje af met zijn hand en houdt deze bij de sigaret. Hij inhaleert diep en blaast de rook dan langzaam uit, terwijl hij tegen de balustrade leunt.
“Dat je niks voelt. Dat je al buiten bewustzijn bent, voordat je de grond raakt.” Zijn blik glijdt aandachtig over Maikel heen. “Je voelt elke centimeter beton die je tegenkomt tot in het diepst van je botten, in slow motion.”

Vol afgrijzen staart Maikel hem aan. De sigarettenrook kringelt prikkend in zijn neusgaten en vanuit het niets moet hij niezen.
“Gezondheid. Dat krijg je als je in de vrieskou op het balkon staat,” zegt de man met milde spot, terwijl hij zijn sigaret op de grond gooit en uitdrukt met zijn schoen.
“Ik ben Ruben.”
Maikel neemt de uitgestoken hand aan. De handdruk verspreidt een weldadige warmte door Maikels hele lichaam en de koude stenen in zijn buik verdwijnen. Een eindeloos moment staan ze daar en houden alleen elkaars hand vast. Hun blikken aan elkaar geklonken als een magneet.
“Maikel,” antwoordt Maikel schor. Zijn nagloeiende hand valt weer langs zijn zij en hij weet niet zo goed wat hij verder moet zeggen.

“Toen je daarstraks binnenkwam, dacht ik dat we wel een klik hadden. Dat we iets in elkaar herkenden,” zegt Ruben dan, “maar je was meteen weer verdwenen.” Het is een constatering en een vraag tegelijk.
Maikel wordt rood. “Nee dat is het niet. Ik bedoel, ja, die klik voelde ik ook wel … maar …” hakkelt hij om daarna weer te zwijgen. Dat was het moment geweest dat hij had beseft dat alles voor niets was geweest, dat geen enkele therapie of behandeling ter wereld zijn verlangens zou kunnen uitwissen.
“Maar … je wilt niet op mannen vallen?” vraagt Ruben voorzichtig. “Er zijn mensen in je omgeving die je niet accepteren zoals bent en je voelt je een loser?”

Niet in staat om iets te zeggen, kijkt Maikel Ruben met grote ogen aan en knikt. Met een glimlach heft Ruben zijn hand en streelt langzaam met zijn duim over Maikels lip. Een gretig vuur ontbrandt in Maikels borst en onderlijf. Alles voelt ineens hard en strak, een eis om actie te ondernemen. Maar hij is verlamd. Rubens gezicht komt dichterbij, even dralend om daarna met zijn lippen de plek van zijn duim in te nemen. Krachtige lippen die verbazend teder zijn. Stoppels schuren over stoppels en Maikel zucht van genot als Rubens tong zijn mond verkent. Hij wordt tegen de balustrade geduwd en Ruben wrijft met zijn heupen tegen de zijne. Hun erecties beantwoorden elkaar door de stof van hun kleding heen. Beloftes creërend en verlangen oproepend naar meer, veel meer.

Rubens hand glijdt achter de band van Maikels broek en het elastiek van zijn slip. Stevig omvat hij de volle hardheid van Maikels opwinding en beweegt heen en weer. Een kreun verlaat Maikels lippen. De honger die als hete olie door zijn aderen stroomt is als een levenselixer dat hem tot leven wekt.

Ruben heeft inmiddels Maikels broek los gemaakt en bevrijdt zijn gezwollen lid. Hij zakt door zijn knieën en beroert even met zijn tong de glanzende eikel. Maikels erectie wipt verwachtingsvol op en neer. Dan glijdt Rubens mond warm en vochtig over de hele schacht. Op en neer, steeds opnieuw. De spanning in Maikels onderbuik stijgt tot ondraaglijke hoogte en hij stoot zijn pulserende erectie in Rubens mond, tot hij diep in zijn keel explodeert.

“Iets dat zo goed voelt, kan toch niet slecht zijn?” vraagt Ruben zacht, nadat hij heeft geslikt en zijn mond afgeveegd met zijn hand. Maikel schudt langzaam zijn hoofd. Er klinken stemmen op de achtergrond. Ruben staat snel op en brengt Maikels kleding weer in orde.
“Kijk, allereerst moet jij jezelf en je verlangens accepteren,” zegt Ruben, terwijl hij een stift uit de binnenzak van zijn jasje pakt. “Daarna komt al het andere.”
Hij grijpt de pols van Maikel en stroopt diens mouw omhoog. Met de stift schrijft hij iets op de binnenkant van Maikels arm.
“Als je zover bent, laat het me dan weten.” Hij draait zich om en loopt naar binnen. Maikel verdwaasd achterlatend, starend naar het telefoonnummer op zijn arm.


3) Lang Leve de Liefde

De jonge kleermaker werkt mijn nieuwe kniebroek af en schampt met zijn voorhoofd mijn ballen. Hij doet het expres, hij begint ons spel. ‘Excuses Majesteit’, zijn zoete stemgeluid warmt mijn onderbuik op. Ik knik vergevend en voel mijn pik opstijven. Hij gaat verder met de ruches van mijn hemd en laat zijn vingers stevig langs mijn tepels glijden. Ze worden hard als jonge erwtjes en mijn broek begint gevaarlijk te spannen. Bewonderend kijk ik naar zijn atletische armen met handen verfijnd als die van een pianist. De lakeien vertrekken geen spier.

De koningin en ik zijn getrouwd om voor nageslacht te zorgen maar zelfs verwoede pogingen mochten niet baten. Van liefde was nooit sprake, van hertrouwen evenmin. Na mijn overlijden zal een verre neef de troon bestijgen en alles veranderen. Ik probeer te genieten van de herfst van mijn leven en de komst van Felipe is een godsgeschenk. Bij zijn tweede bezoek stuurde ik de lakeien met een onbenullig klusje weg om met hem alleen te kunnen zijn. Mijn zichtbare opwinding werd vurig door hem beantwoord. We zijn als minnaars voor elkaar bestemd, hij heeft me ingewijd in de kunst van de mannenliefde. Sindsdien ben ik verslaafd aan zijn zoetzilte nectar en barst mijn garderobe uit zijn voegen.. De koningin heeft al menigmaal gedreigd Felipe het paleis uit te zetten.

‘Lakeien, ga het zilver poetsen. Ik wil de komende drie uur niet gestoord worden.’
Felipe kijkt me uitdagend aan terwijl hij het meetlint razendsnel oprolt. De deur valt dicht op het moment dat onze lippen elkaar al raken. Onze tongen versmelten in een sensuele dans.
Hij smaakt naar zacht gebrande koffie, zo aards en lekker. ‘Au’, hij springt achteruit.
We lachen en snel doch voorzichtig helpt hij mij uit de afgespelde broek. Hij hangt hem keurig over een stoel en trekt dan zijn hemd uit. Zijn gebruinde torso beneemt me de adem,
ik verlang intens naar zijn aanraking. Hij wenkt me en ik, de koning, kniel voor hem neer.
Ik reik naar zijn kruis en hij duwt mijn hand op de ferme bobbel die zich daar aftekent. Ik wil niets liever dan hem likken en proeven. Hij laat me zijn sluiting openrukken en ik stroop de soepele stof langs zijn dijen naar beneden. Zijn stijve staat fier voor mijn neus en ik stort me erop. Zijn ballen wieg ik in mijn hand terwijl mijn mond over zijn eikel schuift. Steeds gulziger zuig ik zijn grote pik naar binnen. Mijn verlangens zijn zo lang onderdrukt, dat ze eenmaal los niet meer te temmen zijn.

Ik hoor hem kreunen maar dan houdt hij ineens mijn hoofd stil.
‘Gustav, heb je weer te lang op me moeten wachten? Doe maar rustig, ik ben bij je.’
Hij trekt me omhoog en zoenend ontdoen we ons van de laatste kledingstukken. Op het hemelbed gaan we op onze knieën tegenover elkaar zitten. Nu zijn we gelijk, naakt bij elkaar. Onze pikken deinen als olifantenslurven tussen ons in. Zacht legt hij zijn warme hand om mijn pik en begint ermee te spelen. Ik verlang naar het orgasme dat alleen hij me kan geven. Zwijgend maken we oogcontact, mijn hand zoekt zijn pik. Ik kreun als we langs elkaar stoten en wrijven, mijn ademhaling verraadt mijn overgave aan de lust.

Felipe spuugt op zijn vingertoppen en vouwt, als in een gebed op kruishoogte, zijn handen om onze fallussen. Tussen zijn vingers glijden ze langs elkaar, terwijl hij ons samen aftrekt.
Ik klamp me vast aan zijn heupen om overeind te blijven in deze golven van opwinding.
Hij weet welk effect hij op me heeft en glimlacht.
‘Geef je over, laat het los. Spuit voor me.’ Mijn hele wezen concentreert zich in mijn kloppende lid, dat zich opmaakt voor een enorme ontlading. Felipe schuift met twee handen mijn voorhuid heen en weer, tintelingen schieten door mijn hele lijf. Als mijn zaad zich een weg naar buiten baant, meen ik heel even het bewustzijn te verliezen. Hij vangt me op in zijn armen, waar ik het wegebbende orgasme onderga. Het is goddelijk maar ik ben nog lang niet verzadigd en fluister in zijn oor: ‘Laat me je pijpen, Felipe. Ik zal rustiger zijn nu jij me hebt bevredigd.’

Hij knikt en gaat comfortabel achterover liggen. Ik neem zijn pik in de hand en teder tussen mijn lippen. Zacht laat ik mijn mond over hem heen glijden en met mijn tong lik ik ons gemengde vocht van zijn imposante erectie. Hij woelt door mijn haar, kucht en begint langzaam te praten:
‘Ik moet je iets vertellen, ik lig er nachtenlang wakker van. Alleen omdat ik van je hou, heb ik iets verderfelijks bedacht. Het is de koningin, we moeten van haar af. Ik kan regelen dat het gebeurt, snel en pijnloos. Het zal een ongeluk lijken, je hoeft alleen in te stemmen.’

Hij verwoordt een gedachte die ik niet durf te denken. Met mijn ogen dicht ga ik uiterlijk onbewogen verder met liefkozen. Een leven zonder de koningin? Ik als tevreden weduwnaar?
‘Gustav, ik wil niet tot ze vanzelf doodgaat zo geheimzinnig doen. De enige andere optie is samen vluchten maar dan moet je al je rijkdommen achterlaten.’
Hij heeft gelijk, mijn hele leven heb ik gegeven voor dit koninkrijk. Als de waarheid onder tafel blijft, is er geen vuiltje aan de lucht. Ik zal zo’n geheim als loden last torsen maar het ongehinderd samenzijn met Felipe zal het draaglijk maken. Ik schuif naar boven tot onze gezichten vlak bij elkaar zijn.

‘Felipe, jij schavuit. Je hebt briljante maar gevaarlijke ideeën.’
‘Dit is geen idee maar een voorstel. Laten we het doen en vrij zijn.’
‘Zijn er dan echt geen andere mogelijkheden?’
‘Nee, ze dreigt me nu al weg te sturen.’
‘Ik heb nog nooit zoiets slechts gedacht, laat staan gedaan.’
‘We zullen gelukkig zijn.’
‘Alleen met jou wil ik deze zonde begaan, het moet blijkbaar zo zijn.’
‘Oh Gustav, ik doe het voor jou. Voor de liefde.’
‘Lang leve de liefde.’

Ik zucht gelukkig.


4) Boeten voor een boete?

Op het moment dat ik mijn stukje zeep laat vallen en voorover buk om het op te rapen is het al te laat. Van tevoren had ik mij nog zó voorgenomen om ten eerste geen stukjes zeep te laten vallen! En ten tweede; als het dan tòch zou gebeuren, om het dan hurkend op te pakken. Mijn reflex was mij echter voor. Zodra ik het zeepje beetpak, grijpen een aantal mannen, die samen met mij in de grote gemeenschappelijke doucheruimte staan, mij bij mijn armen en benen. Een tel later ‘zweef’ ik tussen hen in. Een van hen, ik denk degene die mijn linkerarm beet heeft, slaat zijn hand voor mijn mond waardoor ik niet om hulp kan roepen. De andere gevangenen joelen en slaan mij met hun handdoek op mijn rug en kont terwijl ik de doucheruimte uitgedragen word.
Er wordt even haltgehouden om te kijken of er geen bewakers zijn. De kust lijkt veilig. Zo snel als de gladde vloertegels het hun natte voeten toestaan, snellen we vleugel B door. Boos om mijn eigen stommiteit kan ik nu even niets anders doen dan dit over mij heen laten komen. Aan het einde van de gang, met links en rechts celdeuren, slaan we af; gang B-3 in. Voor één van de laatste celdeuren houden we opnieuw halt. Iemand klopt op de deur, die een paar tellen laten piepend open gaat.
“Vers vlees, Ronald,” zegt een van mijn kidnappers.
“Zet hem daar maar aan vast,” bromt een man met een zware stem terug.
Het kost even wat moeite om met vijf man door de smalle deuropening te stappen, maar het lukt helaas wel. De cel is uitermate smaakvol ingericht. Er heerst een aangename temperatuur, er staan wat meubeltjes die in mijn cel duidelijk ontbreken, er hangt een moderne TV en ik zie een luxe stereo-set staan. Naast het bed staat een goed gevuld boekenkastje. Ik ruik de zoete geur van pijptabak. Duidelijk de cel van een gevangene met privileges. Op de vloer ligt een simpele houten eetkamerstoel met de rugleuning op de grond. Op een krukje ernaast liggen wat bundeltjes touw.
Hoewel ik mijn best doe om tegen te stribbelen lig ik niet veel later vastgebonden aan de stoel.
Het ziet eruit alsof ik op handen en knieën zit. Een stuk stof wordt in mijn mond gepropt die daarna met tape wordt dichtgeplakt. Mijn hart maakt overuren omdat mijn grootste angst bewaarheid lijkt te gaan worden. De man met de zware stem komt in mijn blikveld staan. Ik schat hem tegen de twee meter lang, met een gewicht van… Nou ja, laten we zeggen: véle kilo’s!
“Je snapt dat je de sjaak bent?” vraagt hij nors.
Ik knik terwijl mijn maag zich omdraait.
“Mooi, dan hoef ik je niet uit te leggen wat ik met je ga doen. Scheelt een hoop tijd.”
Ik ril, meer van de zenuwen dan van het douchewater dat aan het opdrogen is. Daarbij, ik wil helemaal niet weten wat hij met me gaat doen, al kan ik het raden. Terwijl hij nog voor me staat begint hij zich van zijn gevangenistenue te ontdoen. Hij heeft er niets onder aan, waardoor ik vrijwel meteen zijn niet onaanzienlijke leuter te zien krijg. Met ontzag zie ik hoe zijn ‘apparaat’ groeit zodra hij zichzelf een paar keer aftrekt. Ik dacht ooit dat de natuur mij met een goed stuk gereedschap had voorzien, maar de mijne valt in het niet bij de zijne. Het woord kinderarmpje heeft voor mij spontaan een nieuwe betekenis gekregen. Als ik mij tòch bedenk -stom natuurlijk- wat hij daarmee wil gaan doen, wordt mijn huid opnieuw nat. Nu niet van douchewater maar van mijn eigen angstzweet. Masturberend loopt Ronald een paar keer voor mij heen en weer terwijl hij oogcontact met mij houdt. Een gemene lach speelt om zijn mond, zijn ogen zijn donker. Onheilspellend donker!
Dan loopt hij om mij heen en ik hoor hem achter mij ergens mee bezig. Het volgende moment schokt mijn hele lichaam als een kwak koude gel mijn bilnaad raakt. Het rillen wordt trillen, als een rietje. Met zijn maat-kolenschop hand wrijft hij de gel overal en nergens naartoe. Opnieuw komt hij daarna voor me staan en ik zie hoe hij die gel ook aan zijn pik smeert.
“Welkom in de bak, grote jongen. Eens kijken uit wat voor hout jij gesneden bent!” buldert hij.
Gemeen lachend verdwijnt hij weer achter mij, uit mijn gezichtsveld. Ik voel hoe hij met beide handen op mijn billen steunt. Ik vrees dat hij achter mij knielt en vervolgens toe zal slaan.
Ontspan! Ontspan! Ontspan! galmt het in mijn hoofd. Bij de eerste de beste aanraking van zijn eikel tegen mijn kontgat schiet ik echter volkomen in de stress en begin woest aan de touwen te rukken.
Tevergeefs uiteraard. Ik kan geen kant op.
“Komt ‘ie!” hoor ik hem zeggen, terwijl hij mij nadrukkelijk bij mijn heupen pakt. Dan voel ik hoe hij kracht zet en zijn pik mijn kont binnendringt. Ik krijs tegen de prop in mijn mond, tranen schieten in mijn ogen. Ik heb het idee dat ik opengereten word als hij zijn kolossale leuter helemaal naar binnen duwt. Ik schreeuw de longen uit mijn lijf.

De echo van mijn schreeuw weerklinkt nog in mijn slaapkamer en het zweet gutst langs mijn lijf.
Ik zit rechtop in bed met een hartslag van tweehonderd of meer. Het besef dat het maar een droom was, wat heet; een nachtmerrie, dringt langzaam tot mij door. Zodra mijn hartslag en ademhaling weer een beetje normaal zijn, spring ik resoluut uit bed.
“Zo, nu ga je eerst online die parkeerboete betalen,” zeg ik heel stoer tegen mezelf.


5) In Camelot they Comalot

‘Mijn koning,’ zei Tristan en maakte een knieval. ‘Vergeef me, ik ben de brenger van een trieste boodschap.’
‘Sta op, sir Tristan,’ zei Arthur en wenkte met zijn hand. ‘Ik mag dan wel je koning zijn, ik ben ook je vriend. Je kunt me alles vertellen.’
De jonge ridder zuchtte diep en stond op. Het scandaleus bedrog wat hij had te melden, was te pijnlijk voor woorden. Tristan hield van zijn koning en zijn wrede opmerking zou Arthur leed bezorgen.
‘Spreek,’ zei Arthur weer en keek hem ongeduldig aan.
‘Sire, het betreft uw echtgenote, lady Guinevere en uw beste vriend, sir Lancelot. Boze tongen beweren dat zij een verhouding met elkaar hebben.’
Tristan vervloekte zichzelf. De ridders van de ronde tafel waren allemaal op de hoogte van de affaire, maar niemand durfde het de koning te vertellen. Het lot zou beslissen wie deze onheilstijding zou brengen. Hij, Tristan, had de kortste strohalm getrokken en hem wachtte de taak Arthur op de hoogte te stellen. Hij had liever zijn eigen hart doorboord, maar zijn eer verbood hem dat.
Arthur zweeg.
Wat Tristan hem vertelde kwam als een donderslag, maar de koning liet niets merken.
Guinevere, zijn innig geliefde echtgenote en Lancelot, de man die hij zijn leven toevertrouwde, zouden het bed delen? Dat betekende overspel en de wetten in Brittannië waren strikt. Overspel betekende ballingschap voor een van beiden.
‘Ik zal me hierin verdiepen,’ zei hij tegen de ridder en verliet de troonzaal. Hij spoedde zich naar zijn vertrekken en bromde tegen de wachters dat hij alleen wilde zijn.

Toen zijn geliefde binnenkwam, lag er een weemoedige uitdrukking op Arthurs gezicht.
‘Waarom kijk je zo bedrukt, mijn koning?’
‘Tristan kwam me op de hoogte stellen van een verhouding tussen mijn geliefde echtgenote en mijn beste vriend. Ik hou van jullie beiden, maar als het inderdaad waar is, moet ik een van jullie verbannen.’
‘Ach, jij arme ziel,’ zei zijn geliefde met zoetgevooisde stem en drukte een kus op zijn mond, ‘je weet toch dat ik alleen maar van jou houd. Van jou en van niemand anders.’
Arthur knikte. De liefde van zijn leven zou hem nooit ofte nimmer verraden. Waarom twijfelde hij dan?
‘Je hebt gelijk, mijn beminde. Kleed je uit en behaag je koning. Ik ben aan verpozing toe.’
Terwijl hij plaatsnam in een zetel, keek hij aandachtig naar elk kledingstuk dat werd verwijderd. Telkens was hij weer onder de indruk van dat prachtige lijf, die platte buik, die strakke puntige tepels, die verrukkelijke lippen en zijn roede begon te groeien.
‘Kom hier, jij goddelijke schoonheid en laat me je aanraken.’
Zijn lief ging verleidelijk voor hem staan en Arthurs handen begonnen te dwalen. Speels kneep hij in tepels die hard werden, draaide rondjes met zijn duim in een uitnodigende navel, streelde stevige billen.
‘Je strelingen winden me op, mijn koning. Laat me jou uitkleden, ik verlang naar die fiere harde lans van je.’
Arthur glimlachte en stond op. Hij strekte zijn armen uit, liet zich gewillig ontkleden en genoot eveneens van elke sensuele streling die erop volgde.

Terwijl de minnaars volledig in elkaar opgingen, bemerkten beiden niet dat ze bespied werden. Boze ogen staarden door kijkgaatjes in een wandtapijt naar het erotisch tafereel.

Toen ze naakt voor elkaar stonden, vonkte de hartstocht in hun blikken en werden lippen op elkaar gedrukt, gevolgd door een vurige tongzoen. Handen gleden over lichamen, intieme delen werden aangeraakt, liefdevol vastgegrepen.
‘Ik wil je proeven,’ fluisterde zijn geliefde en baande zich kussend, likkend en speels bijtend een weg naar beneden.
‘Ooh, jij zoete kwelling,’ zei Arthur, toen een mond zich om zijn harde pik sloot. ‘Nog nooit heeft iemand me zo in vervoering gebracht. Wat zou ik graag een keer de liefde met je bedrijven op de ronde tafel, met alle ridders aanwezig. Dat zou meteen hun mond snoeren.’
Terwijl hij in gedachten tekeer ging op de ronde tafel, kreunde hij genietend van die heerlijke mond, die smachtende lippen, die krachtig masserende vingers om zijn ballen.
Roodgloeiende passie raasde door Arthurs lijf en zijn lendenen deden pijn, toen zijn geliefde hem plots losliet en ondeugend omhoog keek. Arthur reageerde op die blik. Ogen als bliksemflitsen, vurig, intens. Hij smolt en opnieuw golfde het verlangen door zijn lichaam.
‘Ik wil je,’ gromde hij, ‘op de grond, op het bed, in de stoel. Het maakt me geen donder uit, maar ik wil je nu.’
Zijn blik ging naar het immense berenvel dat op de vloer lag. Perfect om zijn dierlijke lusten te bevredigen.
‘Wees gereed me te ontvangen,’ zei hij met dikke stem en wees naar het berenvel. Binnen twee tellen lag zijn geliefde in een houding die Arthur helemaal wild maakte. De koning zakte door zijn knieën en staarde naar die onweerstaanbare geile opening die schreeuwde om gevuld te worden.
Zonder teder voorspel stootte hij naar binnen en ramde er als een bezetene op los. Zijn begeerte laaide in alle hevigheid op door het intens tevreden gekreun van zijn partner. De waas voor zijn ogen verdween pas toen hij heftig vloekend zijn zaad loste. Hij klemde zich vast aan zijn teerbeminde en innig verstrengeld zakten ze op het berevel.
‘Je bent en blijft mijn eeuwige liefde,’ fluisterde Arthur, ‘ik zou je nooit kunnen verbannen.’
‘Ik hou van je, mijn koning. Ik zal voor je sterven als het moet, maar ik zal je nooit verraden,’ antwoordde zijn uitverkorene.
Arthur knikte instemmend. De avond was nog jong en niemand zou hen storen.
‘Ik geloof je, mijn lief. Wat vind je van een tijdje rust en dan zal ik jou koninklijk verwennen.’
Om zijn woorden kracht bij te zetten, beet hij speels in een tepel, terwijl zijn hand plagend begon te dwalen.

Ineens vloog de deur open en beiden keken geschrokken op.
‘Verdorie, Arthur,’ zei Guinevere boos en zette haar handen in haar zij. ‘Dit is de zoveelste keer dat je me bedriegt. Je belooft me telkens dat ik mee mag doen en weer neuk je Lancelot zonder mij. Ik ben het zat. Hij eruit of ik eruit!’


6) Praatjes voor de vaak

Schichtig om zich heen kijkend haast hij zich naar de bar van het hotel. Ik sta op, mijn hand reikt naar het kuiltje in zijn nek. ‘Dag, schatje.’
Hij deinst terug. ‘Nee,’ zegt hij en maakt zich los van mijn strelende vingers. ‘Iedereen kan ons zien.’
Ik verbijt mijn teleurstelling en stel voor naar onze kamer te gaan.
‘Ik wil met je praten,’ zegt hij en bestelt een glas thee. ‘Jij nog iets?’
Mijn glimlach bevriest.
‘Doe mij nog maar een wijntje,’ zeg ik, want ik realiseer me donders goed wat er komen gaat. Ik ken hem al zo lang en in al die jaren is er niets veranderd. Hij houdt van me. Dat weet ik wel. Zoiets voel je! Maar hij is getrouwd en dat vreet aan hem. Toch, steeds als zijn passie oplaait, lijkt zijn geweten plots geen rol van betekenis te spelen. Dan plaagt hij me, streelt me met zijn woorden en maakt dat we onze bezwaren én onze duizendvoudige belofte alleen nog goede vrienden te zijn klakkeloos opzij schuiven. O ja, ik zie het aankomen. Telkens weer. Toch speel ik zijn spel. Ik hou immers grenzeloos van hem.

‘Ik ben je honger, je dorst? Je passie en begeerte, schreef je?’ Haast onzichtbaar schudt hij zijn hoofd. ‘Ons verlangen ontstaat niet zomaar’, zegt hij. ‘Dat creëren we zelf. Willens en wetens. Dit is pure liefde? Misschien zei je het een keer te vaak. Het is zo verkeerd wat we doen. Dit kan niet, dit mag niet!’
Mijn maag krimpt samen.
‘Wat jij zegt is te exclusief en te veelbetekenend om buiten mijn huwelijk te gebruiken. Natuurlijk hou ik van je, maar niet op die manier. Ik raak je graag aan, zowel lijfelijk als je hart. Geen lust, maar hartstocht. Vurig, oprecht, diep …’
Hij pauzeert als onze bestelling gebracht wordt.
‘Maar je benauwt me soms,’ vervolgt hij. ‘Ik ben overspelig en jij noemt het pure liefde? Mijn geweten zegt …’
‘Stil maar,’ bijt ik hem toe. ‘Ik bedaar wel. Dat doe ik immers altijd.’
‘Stel je toch niet aan. Wat reageer je weer afschuwelijk primair. Ik deel mijn diepste gedachten. Dat wil je toch zo graag?’
‘O ja, maar ik verdraag het niet meer door je opgejut te worden. De afgelopen dagen ben ik zingend door het leven gegaan. Ik dacht terug aan onze eerste keer. Weet jij het nog? Hoe je voor me lag? Je sidderde van genot. Ik kuste, likte en proefde je zoals je vrouw nog nooit bij je heeft gedaan en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in geen honderd jaar zal doen.’ Ik kijk hem indringend aan. ‘Ik vroeg of je het nog weet?’
‘Ja! Ja! Maar praat alsjeblieft wat zachter.’
‘Natuurlijk schreef ik wat je opwindende berichtjes met me deden. Ik heb de minuten geteld en nu ik hier trillend van begeerte voor je zit, zet je dat superieure gezicht op en moet ik terug in mijn hok? Je houdt alleen van je vrouw? Of nee, dat zeg ik verkeerd, je houdt ook van mij, maar die woorden zijn te groot om voor mij te gebruiken?’
‘Je weet best dat ik niet superieur …’
‘Ik weet helemaal niets!’ spuug ik hem in het gezicht. Ik heb enkel vragen. Vertel eens! Laat zij jou stuiteren van lust? Of kreunen van hartstochtelijk verlangen? Gaat zij mee in het spel als je haar opwindende berichtjes stuurt? Of bewaar je die speciaal voor mij? Hoe vaak doen jullie het nog? Drie, vier keer per jaar? Of is mijn schatting aan de hoge kant? En hoe is het dan? Opwindend? Ja? Laat zij je verlangen zoals ik? Laat zij je hunkeren zoals ik? Nou?’
‘Niet zo hard. Je weet best …’
‘Ik weet helemaal niets zeg ik toch! Ik weet alleen hoe we elkaar hebben leren kennen. Vertel me eens, lieveling; was het omdat je thuis je bevrediging vond dat je op zoek ging? Nou?’
‘Praat alsjeblieft wat zachter. Iedereen kan …’
‘Als je dat nog één keer zegt, zal ik pas echt mijn stem verheffen. Dan weet in een mum van tijd jouw hele dorp dat je haast kermend van verlangen op zoek ging en waar je me uiteindelijk vond. Zo veel mannen zoals jij! Stuk voor stuk kerels met een hart dat overstroomt van liefde en lust. Mannen die niet zonder begeerte oud willen worden. Je zag mij. Ik koos jou.’ Ik kreun. ‘Oh lief, wat koos ik jou!’
‘Praat toch alsjeblieft wat zachter! De barman luistert mee.’
‘Nou, en? Of ik nou fluister of schreeuw, mijn schat. Of je me nu wegstuurt of niet, mijn lieveling, je verlangen zal er niet door bedaren. Je hunkering naar mijn lippen, mijn handen, mijn lichaam. Want ook jij denkt terug aan toen we samen waren. In feite maar een paar keer en altijd gehaast, nooit ontspannen, want de angst voor ontdekking smoorde je genot. Maar in je hoofd duurt de opwinding voort, daar groeit steeds weer het hete verlangen naar mijn lijf. Hoe vaak droom je hoe ik je uitkleed, je vastgrijp en hartstochtelijk tegen me aandruk? Hoe vaak bedenk je hoe ik je zal kussen? Eerst plagerig … duizend kusjes op je borst … dan lager … je buik … steeds lager. Tot je me waanzinnig van verlangen vastgrijpt en mijn lippen daar naartoe duwt waar jij ze zo graag hebben wilt. Heet, hard …’
‘Ik zou willen dat …’
‘Lieveling, wat jij wil, is niet zo belangrijk meer. En wat ík wil is verleden tijd. Ik wilde jou. Altijd. Jaar na jaar. Steeds was daar jouw wroeging. Ik haat de voortdurende onzekerheid of je begeerte het van je geweten zal winnen.’

Vechtend tegen mijn tranen gooi ik mijn wijn in een teug achterover en sta op. ‘Eindelijk weet ik dat ik niet meer zal wachten op het moment dat je me onvoorwaardelijk lief zal hebben.’
Verbijsterd komt hij overeind. ‘Jij? Maar jij …’

‘Vaarwel, mijn schat.’ Ik kus mijn wijsvinger en leg hem teder op zijn lippen. ‘Ik heb van niemand ooit meer gehouden dan van jou.’

De barman informeert wie van de heren wil afrekenen.


7) Op de derde verdieping van ‘Het Huis van de Draak’

Hoewel Chiao vaak zijn gevoelens voor mij liet blijken, had hij tot dusver alleen voorzichtig over mijn borsten gestreeld. Niet dat ik hem niet meer toestond, integendeel. De afgelopen zes maanden had ik mijn best gedaan hem in bed te krijgen en hij om eruit te blijven. Ik verlangde naar zijn naakte huid en zijn spieren te voelen bewegen onder mijn handen. Omdat Chiao nogal gesloten was, stelde ik steeds een gesprek hierover uit. Mijn verlangen nam uiteindelijk de overhand, ik wilde hem ‘helemaal’.

Opgelaten begon ik erover.
”Chiao, hoe zit het nu precies? Ik bedoel, we zijn al maanden samen en ik ben stapelgek op je. Maar je raakt me nauwelijks aan en ik heb geen idee wat je eigenlijk wilt,” begon ik.
Chiao keek verstoord op van zijn telefoon.
“Onze toekomst is nog onduidelijk Laura. Al moet ik zeggen dat ik ook gek op jou ben.”
Ik gaf een kus op zijn hand.
“Ik verlang naar je Chiao, naar jou in mij, intiem,” fluisterde ik schor. Hoewel we close waren, viel de ongemakkelijkheid nu zwaar tussen ons in.
Chiao keek me met gitzwarte ogen aan.
“Lust is een nieuwe fase, liefje. Als we eenmaal dat pad opgaan, is er geen weg terug. Bovendien zijn mijn voorkeuren niet zo standaard. Daar moet je wel mee dealen, anders wordt het niks.”
“Wat weet ik nou van je voorkeuren als je me nooit iets vertelt of laat zien?” antwoordde ik verongelijkt. “Ik weet helemaal niets van jou op dat gebied. Ik weet niet eens of je wel naar mij verlangt!”
Chiao knikte. “Dat is waar. Als jij zeker van mij bent, wil ik het risico wel nemen je te toe te laten in mijn erotische wereld.”
Ik had natuurlijk willen horen dat het verlangen wederzijds was en was teleurgesteld, maar besloot toch te wachten.

Chiao haalde me op met zijn vader’s oude Jaguar E-type. Met zijn haar strak achterover gekamd, een leren broek en een shirt van witte zijde, zag hij er mooi uit, heel apart. Rustig en ingetogen in de dagelijkse omgang leek hij vanavond wel iemand anders, een macho-versie van zijn introverte zelf.
Ik had, zoals hij had gevraagd, een Chinese jurk aan: nauwsluitend, hooggesloten en met een lange split tot aan mijn heup. Met alle égards werden we in de zaal op de derde verdieping van restaurant ‘Het Huis van de Draak’ ontvangen. Ik bleek de enige Hollandse te zijn en was erg nerveus.

Chiao hield mijn hand stevig vast, alsof hij bang was dat ik zou weglopen. In het midden van de zaal stond een rond podium, omhuld door rode fluwelen gordijnen. Langzaamaan verzamelden alle gasten zich erom heen. Verschillende dames rookten zoetruikende opium uit slanke pijpjes. Er hing een broeïerig sfeertje.

Onder luid gejuich gingen de gordijnen omhoog, waardoor een enorm mahoniehouten bed werd blootgegeven. Op de rode lakens lagen de oplichtende lichamen van twee vrouwen en twee mannen.
Een gastheer warmde het publiek op. Zodra hij even stilhield, begonnen de aanwezigen met bankbiljetten te wuiven en te roepen. Hoewel ik er geen woord van verstond, begreep ik dat ze aan het bieden waren.

De gastheer haalde het geld op, ging dan naar de bedgenoten en gaf ze, denk ik, instructies.
Met sierlijke bewegingen vonden de prachtige lichamen elkaar op het bed. Eerst streelden de vrouwen elkaar, daarna streelden ze samen de twee mannen. Het publiek spoorde ze joelend aan. Ik keek opzij naar Chiao en de geilheid op zijn gezicht sleurde mij mee, zijn wereld in.

Het duurde niet lang voordat de strelingen uitmondden in een complete orgie. Als iemand een bepaald standje wilde, gooide deze geld op het podium en veranderden de artiesten van positie. Alle handelingen werden even elegant uitgevoerd. Een vrouw lag wijdbeens op haar rug, de andere lag tussen haar benen en likte haar. Een van de mannen neukte de welgevormde kont van de likkende dame en de andere stond boven haar en pompte zijn pik tussen de roodgestifte lippen van de wijdbeense vrouw.

Ik werd emotioneel naar deze live-versie van een pornofilm te kijken en had nooit gedacht dat ik zoiets erotisch zou vinden. Chiao had al die tijd gezwegen maar aan zijn glinsterende ogen en zijn ademhaling merkte ik wel hoe opgewonden hij was. Plots liep hij met een stapeltje geld naar de gastheer en fluisterde in zijn oor. De gastheer lachte en sprak enthousiast in de microfoon, waarop het publiek luid applaudiseerde.

Chiao klom op het podium. De twee mannen duwden direct de dames zijn kant op. Ik stond aan de grond genageld en wist niet hoe te reageren: enerzijds werd ik pisnijdig dat hij voor mijn ogen iets ging doen met anderen wat ik zo graag met hem wilde, anderzijds wilde ik het hem zien doen. Terwijl Chiao werd ontkleed door de twee vrouwen, keek hij met vragende ogen naar mij. Ik knikte langzaam ‘ja’.

Ik zag voor het eerst hoe prachtig zijn lichaam was toen hij op het bed werd gelegd, met zijn pik halfgezwollen omhoog. Eigenlijk had ik verwacht dat de dames hem zouden bestijgen, maar ze zetten zich aan weerzijden van zijn hoofd en hielden zijn armen omhoog. Het publiek gooide nu grote bedragen op het podium en er werd geroepen en geklapt. In verwarring en met het gevoel in een chaotische Fellini-film te zitten, kon ik maar moeilijk volgen wat er gebeurde.

De kleinste van de twee mannen kroop over het bed. Eerst nam hij de inmiddels volledige stijve van Chiao, die pompend en kreunend meebewoog, in zijn mond. Daarna deed hij een condoom met glijmiddel om en legde Chiao’s benen over zijn schouders. Beheersd en onder enorm gejuich van de toeschouwers, schoof hij bij Chiao naar binnen en neukte hem met dezelfde sierlijkheid als de Chinese dame eerder. De zaal zinderde van geilheid.

Terwijl ik met lichte walging toekeek hoe mijn geliefde werd geneukt door een man, constateerde ik vol verbazing dat mijn kutje samentrok en nat werd. Ik fantaseerde dat ik zelf daar lag en voelde me eindelijk verbonden met Chiao.


8) De reünie

Bier uit een plastic bekertje. Het stond symbool voor de tijd dat je nog alcohol mocht drinken op de middelbare school. Die ‘goeie ouwe tijd’ van weleer. Vanuit een hoek scande Frits zo onopvallend mogelijk de overvolle aula van het Aloysiuslyceum, op zoek naar bekende gezichten. Het gelach en de enthousiaste gesprekken, overstemden de jaren ’90 muziek. Hij had lang getwijfeld of hij naar de reünie van zijn oude school zou gaan. Het was nou niet bepaald de leukste periode van zijn leven geweest. Er waren zeker een paar personen die hij ofwel wilde vermijden, of eens goed de waarheid zou willen vertellen. Frits twijfelde of hij de moed zou hebben.

Tot een week of vijf geleden woonde Frits nog samen met Esther, zijn middelbare-school-liefde. Ze waren sinds de examenklas onafscheidelijk geweest. Esther had kort daarvoor nog kaartjes voor de reünie gekocht. Toen Frits de tas uitpakte, waarin Esther zijn kleren en wat persoonlijke spullen had gedaan, had hij één van de kaartjes tussen wat CD’s aangetroffen. Het was niet Esther’s keuze geweest om uit elkaar te gaan. Ze was gebroken van verdriet en hoopte nog steeds dat Frits bij haar terug zou komen.

In de drukte werd zijn oog getrokken door een groep vrouwen. Frits herkende Irma en José, de twee hartsvriendinnen van Esther uit die tijd. Het duurde even voor hij besefte dat ook zijn ex zich in het groepje bevond. Ze keek hem recht in zijn ogen en glimlachte lief. Geschrokken glimlachte hij terug. Esther knipoogde en knikte, maar nog voor Frits kon reageren stootte een passant het bier uit Frits’ bekertje over zijn shirt en broek. Frits herkende de dader. Het was Patrick. Het zou hem niet verbazen als hij het expres had gedaan. Beelden van duwen, trappen en treiterij drongen zich op, alsof het gisteren had plaatsgevonden. Maar Patrick leek niet eens gemerkt te hebben wat zijn ruwe gedrag had veroorzaakt, want hij was al meters verder in de menigte.

Esther was altijd de enige die hem gesteund had in die tijd. Bij haar kon hij zichzelf zijn en vond hij troost, als hij weer eens het middelpunt van spot was geweest. Zij hielp hem ontkennen wat de rest van de klas hem toeriep. Hij wist nog goed hoe hij omsingeld was door misschien wel tien klasgenoten. Ze hadden hem op de grond geduwd en ze trapten hem om beurten. Ze riepen “vieze flikker” en “vuile homo”, totdat Esther tussenbeide kwam. Ze had hem op zijn mond gezoen en gezegd dat ze ‘haar vriendje’ met rust moesten laten. Dat had ze wel even op hun nummer gezet.

In de toiletten depte Frits met een handdoek de natte plekken op zijn shirt en broek, voordat hij weer terugliep richting de aula. De gang was nagenoeg verlaten. Terwijl hij zijn weg voortzette streek Frits zijn shirt nog even glad, maar een voorbijganger hield hem staande.

“Frits?” In een reflex dook Frits in elkaar. Onbewust had de donkere lege gang van zijn middelbare school hem teruggeworpen in een oud afweermechanisme.

“Frits! “Ik ben het, Paul!” Het duurde het even voordat hij Paul Everaarts herkende, achter de volle baard en de hipstermuts. Hij was de meest aantrekkelijke jongen van de klas geweest, waarvoor de meiden destijds in de rij stonden. Paul hield zijn armen open en Frits nam de uitnodiging aarzelend aan. Toen ze beiden 16 waren, had Frits hier vaak van gedroomd. Paul Everaarts, die zijn armen om hem heen sloeg. Nu rook hij de geur van eucalyptus en ceder in Paul’s lange krullende haar, dat in een mannelijke staart was gebonden.

“Waar is, hoe heet ze ook al weer? Esther? Jij was toch met Esther?” Frits vertelde dat ze ook op de reünie rondliep, maar dat ze sinds een paar weken uit elkaar waren.

“Jezus, man. Wat klote voor jullie. Maar ja…” Paul leek niet verbaasd dat hun relatie na ruim acht jaar op de klippen was gelopen. “Ben je dan nu eindelijk uit de kast?” De onomwonden eerlijkheid van Paul voelde bevrijdend en voor Frits er erg in had, zei hij onverbloemd “ja”.

“Welkom bij de club!”, zei Paul en hij zoende Frits vol op de mond. “En? Bevalt het, om van ‘de mannen’ te zijn?” Frits moest toegeven dat zijn ‘comming out’ nog te vers was om zijn nieuwe status te hebben kunnen praktiseren. Er verscheen een brede grijns op de bebaarde mond van Paul.

“Je bent nog maagd?” Nog voor Frits kon antwoorden, pakte Paul zijn hoofd tussen beide handen, en voor het eerst drong een mannentong tussen zijn lippen. In een reflex beantwoorde hij deze kus en liet hij zich meevaren op de golven van zijn jeugdfantasie. Paul opende achter zijn rug de deur naar de voorraadkast van het tekenlokaal en Frits liet zich gewillig meeslepen. Hij genoot van de krachtige ervaren handen van Paul, die zijn shirt uittrokken en gehaast zijn broekriem openden. Door het vigoureuze en doortastende optreden van Paul, liet Frits zich met zijn rug tegen de stelling vallen, waardoor flacons waterverf in een doffe roffel op de grond vielen. Maar Paul liet zich hier niet door afleiden. Resoluut nam hij het geslacht van Frits uit diens boxershort om Frits voor het eerst de warmte van een mannenmond te laten ervaren.

God, wat had hij hier vaak over gedroomd. Elke keer als hij met Esther was geweest, waren zijn gedachten niet bij haar. Het liefst had hij haar op zijn hondjes geneukt, omdat haar lijf dan nog het meest jongensachtig had geleken. Nu was hij verlost van de fantasieën, die hij nodig had om zich bij haar te kunnen ontladen. Wat zich eerst alleen in zijn verbeelding had afgespeeld was nu een bevrijdende werkelijkheid geworden. Frits gooide zijn hoofd in zijn nek en stootte een paar keer ferm in de mond van zijn nieuwe oude liefde tot zijn ontlading zich aandiende. Maar toen hij opkeek keek hij recht in de betraande ogen van Esther. Vanuit de deuropening stond ze als aan de grond genageld en haar mond mimede verslagen “waarom?”.


9) Zonda

Hij wordt boven de oceaan geboren, aan de andere kant van de Andes. Hij vecht zich tegen de flanken van de cordillera omhoog, raast dan langs de lijzijde van de bergen als een warme gesel van stof naar beneden. Daar, in de vallei, krijgt hij pas een naam: Zonda. De Qulla-indianen noemen de wind ‘de boodschapper van hoop’.

Ik was negentien jaar oud, rusteloos en ongelukkig. Mijn vader wilde me klaarstomen om in zijn machtige voetsporen te treden. Mijn moeder vond dat ik snel moest trouwen. Maar de landbouw noch het huwelijk interesseerde me. Door de rijkdom van mijn familie ontbrak het me schijnbaar aan niets, maar ik voelde een diepe leegheid. De monotone dagen in de provincie waar traditie en geloof regeerden knepen mijn keel dicht. Ik wilde ademen, van dichtbij beleven waarover ik alleen in de kranten las: de bruisende verre steden en de onbeschaamde kunst van de Modernen. In de herfst van 1914 veranderde alles.

Het was de tijd van vooruitgang. Op de hacienda van mijn vader werden landbouwmachines in gebruik genomen, en hier en daar verschenen automobielen. Om stemmen te winnen voor de aanstaande burgemeestersverkiezing contracteerde mijn vader een aviador uit de hoofdstad. Vliegshows waren razend populair, mensen betaalden graag hun schaarse pesos om zich te vergapen aan de capriolen van die nieuwe helden in hun vliegende doodskisten.
Enkele weken later streek een eenmotorige dubbeldekker neer op een weide die onze knechten speciaal daartoe geëffend hadden. Een jongeman sprong nonchalant uit de machine en landde in mijn leven. Alain Castallet was zoals we ons een avonturier voorstelden: charmant bij het brutale af, nonchalant tegen het roekeloze aan. Zijn accent verraadde een Franse afkomst. Uiteraard was hij onze eregast, en tijdens het diner vertelde hij breeduit over de betovering van het vliegen. Mijn vader luisterde beleefd, mijn moeder hing aan zijn lippen en mijn zus viel nog net niet in katzwijm. En ik? Ik keek naar de fijne trekken van zijn gezicht, ik zag hoe hij met delicate handbewegingen zijn kleurrijke verhalen schilderde. Bovenal waren het zijn heldergroene ogen die me verwarden. Alain sloeg geen acht op mijn hunkerende zus maar keek naar mij. Voor het eerst zag iemand mij.
Het leek mijn ouders gepast dat ik Alain begeleidde tijdens zijn verblijf en mijn hart maakte een sprongetje. Hij legde me geduldig de mechaniek van zijn vliegmachine uit en ik luisterde ademloos. Ik liet hem zien hoe je een paard zadelde en we reden uren door de uitgestrekte vallei. Alain vertelde over de dreigende oorlog in zijn vaderland en hoe hij hoopte in dit verre continent aan mobilisatie te ontkomen. We spraken enthousiast over boeken en schilderkunst. Tevergeefs verzette ik me tegen mijn gevoel. Ik werd hopeloos verliefd.

De vliegshow bekeek ik met een mengeling van angst en trots. Nadat de enthousiaste toeschouwers Alain uitgebreid hadden toegejuicht en huiswaarts waren gekeerd, rolden we getweeën zijn toestel naar de loods die dienst deed als hangar. In de plotselinge stilte na het spektakel schreeuwden onze harten. Zonder woorden vonden we elkaar.
Toen hij me de eerste keer aanraakte schrok ik niet van het contact van onze huid, maar van herkenning. Toen zijn lippen de mijne voor het eerst beroerden, voelde ik met welke leugen ik al die jaren had geleefd. En toen ik zijn aanraking en zijn kus beantwoordde, wist ik dat dit geen zonde kon zijn.
“Wees niet bang,” fluisterde Alain.
Hij liet zijn hand door mijn haren glijden en ik snoof zijn geur op: een bedwelmend mengsel van olie, parfum, en zweet. Terwijl onze ogen zich aan elkaar vastklampten knoopte hij langzaam mijn overhemd los en legde zijn gebruinde, ruwe hand zacht tegen de huid van mijn ontblote borst. Ik rilde even en legde toen mijn hand op de zijne.
“Voel mijn hart, Alain!”
Weer kusten we elkaar, onstuimiger dit keer. Zachtjes dwong Alain me met mijn rug tegen de houten wand van de loods. Terwijl hij voor me knielde en behendig mijn broek losmaakte, bracht ik mijn armen langs mijn lichaam en zocht steun tegen de wand. In mijn hoofd vocht schuld een verloren strijd tegen genot. Alle spieren in mijn lichaam spanden zich aan onder de beweging van Alain’s hand en de strelingen van zijn tong. Hij leidde me me naar een zoete afgrond. Ik keek naar beneden, nam zijn hoofd tussen mijn handen en dwong hem nog dieper over mijn hardheid. Weer vonden onze ogen elkaar.
“Alain, neem me mee!”
Ik sloot mijn ogen en boog mijn hoofd naar achteren. Door de kieren in het hout hoorde ik de wind buiten aanzwellen. Terwijl ik over de rand van een zoete afgrond stortte en Alain de val van mijn ziel met de zachtheid van zijn mond ontving, bereikte de eerste Zonda van het jaar de vallei en blies het stof van mijn hart. Dat mijn zus ons had gadegeslagen had ik niet gemerkt.
Onze naakte lichamen waren nog verstrengeld in een roes van uitputting toen de deur van de loods ruw werd opengegooid. In de deuropening stond mijn vader. Hij had een geweer in zijn handen. Woedend richtte hij zich tot Alain.
“Ik geef je maar één kans, vuile smeerlap. Je vertrekt nu meteen!”

Een uur later klampte ik me vast aan het toestel en probeerde boven het lawaai van de motor uit te schreeuwen.
“Ik smeek je, Alain, neem me mee!”
Hij strekte zijn hand uit en liet zwijgend nog één keer zijn vingers door mijn haar glijden. Ik zag tranen achter het glas van zijn vliegeniersbril. Toen zette hij het toestel in beweging. Huilend keek ik toe hoe het stipje kleiner werd en aan de horizon oploste.

Tussen mijn familie en mij kwam het nooit meer goed. Na de verschrikkelijke oorlog arriveerde ik eindelijk in Parijs. Daar vernam ik dat Alain bij de Somme was gesneuveld. Niet alles heb ik achtergelaten of verloren: bij iedere streek van mijn penseel voel ik nog zijn hand door mijn haar en blaast de Zonda, de boodschapper van hoop, over het laagland in mijn hart.


12 thoughts on “Schrijfmarathon 2016: Negende stemronde (halve finale)

  1. Wederom prachtige verhalen, al sprong er voor mij meteen eentje uit. Deze bleef eruit springen, ook na een tweede keer lezen. Hoge kwaliteit!

    1; Overleven – Erg knap hoe in enkele zinnen het verdriet om de aftakeling (Parkinson en alzheimer) van Bea wordt neergezet en overgebracht. Ik vind de erotische scene erg mooi en liefdevol. Leest als twee zielen die elkaar eindelijk vinden in een warm en veilig moment. Met kippenvel gelezen.

    2; Eén stap – Een goed verhaal, misschien een beetje cliché, maar daardoor ook erg herkenbaar. De laatste zin leest niet lekker.

    3; Lang leve de liefde – Mooi hoe woorden gebruikt worden. Zonder de erotiek zou het haast een sprookje kunnen zijn 😉 Leuk verhaal!

    4; Boeten voor een boete – Het stukje zeep, zo cliché dat het hier grappig is. Het hele verhaal heeft eigenlijk wel iets komisch. (ik hoop dat dit ook de bedoeling was van de auteur) Grinnikend gelezen.

    5; In Camelot, they comalot – Leuke titel! Het verhaal vind ik wat voorspelbaar en de erotische scene is zo geschreven dat het om zowel man – man als man – vrouw zou kunnen gaan. Door de voorspelbaarheid weet ik als lezer al dat de geliefde van de koning, Lancelot is. Leuk gevonden!

    6; Praatjes voor de vaak – Een goed geschreven verhaal. Mooi dialoog waarin passie en begeerte geschetst wordt. Het verlangen naar elkaar, waarbij de één heel duidelijk vindt dat het niet kan of mag. Ik mis de seksscene. Er is geen daadwerkelijke actie, enkel de suggestie van een of meerdere seksscenes. Gezien de titel was dit ook de bedoeling?

    7; Op de derde verdieping van ‘het huis van de draak’ – Het begin van dit verhaal trok me meteen mee, maar na de eerste drie alinea’s vond ik het wat chaotisch. De sfeer van ‘het huis van de draak’ vind ik mooi beschreven. De combinatie van de lichte walging en de verbondenheid die ze eindelijk voelt, ook mooi.
    ‘Een zinderende zaal van geilheid’ – Erg beeldend. Mooi!

    8; De reünie – Goed verhaal met een mooie opbouw. Bij het einde blijf ik echter, net als Esther, zitten met de vraag ‘Waarom?’ Het verhaal schetst namelijk dat Esther Frits kent en hem ook begrijpt. Het lijkt mij dat zij deze vraag juist niet zou moeten stellen, ondanks haar verdriet om de breuk.

    9; Zonda – Een prachtig verhaal en in een razend tempo vertelt en gelezen. Het inleidende stukje over Zonda werkte even verwarrend, maar dat kwam snel goed.

    Zoals ik al zei, voor mij sprong er meteen één verhaal bovenuit, waar ik dan ook op heb gestemd, maar de overige acht verhalen zijn zeer stemwaardig. Mijn complimenten aan jullie allen en alvast heel veel succes voor hen die door zijn naar de finale!

  2. Mirjam de wit says:

    Verhaal nr 5 begint al met humor in de titel. Hoewel het einde niet heel erg verrassend is, gezien de opdracht, is het wel grappig. Leuke combinatie, erotiek en humor.

  3. Dit was misschien wel de moeilijkste ronde tot nu toe, omdat het een onderwerp is dat velen dwong om buiten hun comfort zone te gaan (getuige de Facebook pagina’s van sommige schrijvers). De kwaliteit van de verhalen is bijzonder hoog, maar dat mag ook wel voor een halve finale. Ik zou willen dat veel heteroverhalen net zo veel diepgang kenden als deze homoverhalen. Bedankt, EWA, voor deze fraaie les.

    1. Ik vind de emotie van de verborgen en verboden liefde mooi. Zelf had ik voor een andere opbouw gekozen, bijvoorbeeld dat hij pas terugdacht nadat hij zijn oude geliefde had herkend.

    2. Je beschrijft de worsteling heel mooi. Ik vroeg me af of iemand die in ‘therapie’ was om van zijn gevoelens af te komen, zo makkelijk zou toegeven aan een wildvreemde. Daarom was het voor mij niet erg realistisch.

    3. De handelingen die je beschrijft zijn erg realistisch en de verhaallijn bijzonder origineel.

    4. Vooraf had ik bedacht dat ik een aantal clichés kon verwachten: een transseksueel, een onverwachte biseksuele trio en … een gevangenis. Et voila.

    5. Het tweede historische verhaal in een koningshuis. Een grappig toeval. Ik vond het einde qua toon niet passen bij de rest van het verhaal. Daardoor leek het plots een klucht.

    6. Op de een of andere manier vind ik het taalgebruik helemaal niet passen bij twee mannen die aan de bar zitten. Ik moest sommige stukjes een paar keer lezen, voor ik begreep wat er stond. Niet mijn genre, kennelijk.

    7. Een hele geile fantasie. Ik kan iet anders zeggen.

    8. Deze heb ik geschreven. Ik ben benieuwd naar jullie commentaar.

    9. Een mooie romance. Persoonlijk denk ik dat je te veel probeert te vertellen in 1000 woorden en ik twijfel of ik het nou mooi vind dat je zoveel details inbrengt, of dat ik er te veel door wordt afgeleid.

    Ik wens de stemmers veel succes, deze ronde …

  4. Ik heb tot nu toe geen commentaar geleverd op de inzendingen omdat ik het persoonlijk heel moeilijk vind dat in één of twee zinnen te verwoorden; iets waartoe de grote hoeveelheid inzendingen je bijna dwong. Met negen inzendingen is het daarentegen beter te doen wat uitgebreider mijn mening op te schrijven. Neemt niet weg dat ik graag een compliment maak aan degenen die iedere keer de moeite hebben genomen om de bijdrages van commentaar te voorzien.
    Het tweede compliment is voor mijn collega-schrijvers. Ik vind de kwaliteit van de inzendingen in de halve finale heel goed. Natuurlijk, smaken verschillen, maar ik heb met heel veel plezier jullie bijdrages gelezen. Zie mijn commentaar beneden alsjeblieft ook in dat licht.

    Overleven: Een verhaal over liefde die de vergankelijkheid van het leven overwint. Over ‘wat had kunnen zijn’ als we andere keuzes hadden gemaakt. Stijl en woordkeus zijn zorgvuldig. Rauw- en tederheid contrasteren mooi, net als schoonheid en verval. De historische context van de oorlog is een extra dimensie. Jammer van de d/t-fout (‘weerspiegelT’) en het foutief gebruik van het onvoltooid deelwoord (‘nauwelijks nog kunnen ademend’). Maar dat doet weinig af aan een verder prachtig, ontroerend verhaal (met een sterke titel, dat mag ook wel eens gezegd).

    Eén stap: Ik vind de worsteling van de hoofdpersoon mooi en met veel aandacht beschreven. Het eerste deel van het verhaal zuigt me naar binnen, maar aan het einde heb ik het gevoel dat er iets ontbreekt. De cirkel was m.i. rond geweest als je nog wat meer had verteld over wat deze ontmoeting met Ruben heeft gedaan. Is hij (behalve ‘verdwaasd’) nog steeds suïcidaal? Is hij geheeld? Is het een ommekeer in zijn leven? Desondanks een goed verhaal.

    Lang leve de liefde: De erotische scène is met veel detail en sterk beschreven (alhoewel ik persoonlijk die olifantenslurven net iets te plastisch vind). Is er een link met de vermeende homoseksualiteit van koning Gustav V van Zweden? Wat ik jammer vind is dat de plotontwikkeling niet wordt voltooid; eigenlijk is dit verhaal slechts het begin van een plot (namelijk de geplande moord). Stel je eens voor dat je de dag ná die moord als setting had gekozen, en in de laatste dialoog had laten blijken dat Gustav en Felipe hadden samengezworen; dat was volgens mij spannender geweest.

    Boeten voor een boete: Eigenlijk is het een dik cliché, de brave mannelijke burger die al dan niet terecht met justitie in aanraking komt, en het zeepje dat valt in de douche van de bajes. Maar je komt er door de verrassende draai aan het einde goed mee weg. Die kwinkslag verraadt ook de auteur, denk ik. Goed gedaan, tongue-in-cheek, gewelddadig en toch luchtig.

    In Camelot they Comalot: Even denk ik dat de schrijver zich niet aan de opdracht houdt, maar dan besef ik dat hij/zij me op het verkeerde been aan het zetten is (eigenlijk realiseer ik me dat net iets te snel; dat komt door het uitgebreide en dus opvallende gebruik van genderneutrale termen als ‘zijn geliefde’ in het middendeel). Leuke twist. Taalgebruik in de dialogen is goed afgestemd op ‘hoofse kringen’. Ik had CUMalot gebruikt i.p.v. Comalot… 😉 En ‘strohalm’ moet ‘strootje’ zijn.

    Praatjes voor de vaak: De schrijver verdient bewondering omdat hij/zij het aandurft de dialoog in dit verhaal zo prominent te maken. Dat is een uitstekende manier om de spanning te beschrijven die tussen de twee mannen heerst. Maar het is niet zonder risico: als de dialoog weinig rustpunten kent, put hij de lezer uit. Af en toe een zinnetje als pauze in de dialoog, een zinnetje dat je terugbrengt in de realiteit van de bar, zou wat mij betreft welkom zijn (‘Zenuwachtig pulkt hij aan een bierviltje.’). De thematiek vind ik goed gekozen en uitgewerkt. De laatste zin is wat mij betreft overbodig, tenzij je hem (ook) een overdrachtelijke betekenis wilde geven (‘wie van de heren betaalt de rekening?’ m.a.w., wie is nu het slachtoffer?)

    Op de derde verdieping van het Huis van de Draak: In plaats van een man die worstelt met homoseksuele gevoelens (het merendeel van de inzendingen) hebben we hier een complexer persoon die zijn homo-erotische kant volkomen heeft omarmd, en zelfs neerzet als een voorwaarde om met een vrouw een relatie uit te bouwen. Hulde, dat maakt het een heel origineel verhaal (thema: wanneer ken je een ander? Wanneer ken je jezelf?). Met een vleugje oosterse mystiek, mooi geschreven. Een paar taaldingetjes, en persoonlijk had ik de titel beperkt tot “Het Huis van de Draak”.

    De Reünie: Ook hier de worsteling van een man, tegen de achtergrond van zo’n vervelende reünie waarop je binnen de kortste keren merkt dat de klootzakken van toen niet veranderd zijn (goed beschreven dus). Mijn opmerking op ‘Eén Stap’ geldt hier ook: de aandacht wordt aan het eind plotseling naar Esther verlegd, en dan stopt het voor mijn gevoel te abrupt. Fantastisch vind ik daarentegen de passage over Frits’ reflex om in de lege gang van de school in elkaar te duiken, ‘het oude afweermechanisme’: dat is voelbare pijn. Ook hier wat slordigheidjes in de taal (comMing out, gezoen(D), beantwoord(D)e).

    Hoe de stemming ook verloopt, ik wens de finalisten vast heel veel succes en schrijfplezier in de laatste ronde!

  5. willem van batenburg says:

    Ik heb er dus 1 gekozen.
    Maar ik had net zo goed de andere 8 kunnen kiezen.
    Buitengewoon goed gedaan door iedere deelnemer.
    Als dank voor jullie inspanningen stel ik voor deze keer niemand te laten
    afvallen.

  6. Het gemiddelde niveau van de inzendingen is deze ronde behoorlijk hoog, hoewel er ook deze keer weer wat vreemde taalfoutjes vielen te noteren(d/t) De meeste schrijvers hebben zich redelijk overtuigend in het thema kunnen inleven. Er bleven uiteindelijk twee favorieten over waarvan ik uiteindelijk Zonda het meest aansprekend vond, met Boeten voor een Boete als goede tweede.

  7. De halve finale.
    Een verhaal over mannenliefde…, dank je wel, Antoinette. 
    Ik heb met aandacht de verhalen gelezen en ik kan alleen maar zeggen:
    Chapeau collega’s. Jullie zijn terecht halve finalisten.
    Hieronder een kleine impressie van mijn gedachten bij elk verhaal.

    Nr. 1: Overleven
    Dit verhaal benadrukt wederom de harde werkelijkheid dat homoseksualiteit pas sinds enkele jaren geaccepteerd wordt in de maatschappij.
    Prachtig beschreven en omschreven. Dit verhaal raakte me diep.

    Nr. 2: Eén stap
    In dit verhaal wordt duidelijk gemaakt hoe iemand kan worstelen met zijn geaardheid. De auteur beschrijft een beladen beeld van de gedachtegang van Maikel. Zijn pijn, zijn verdriet,
    zijn radeloosheid. Die triestheid komt bij de lezer goed binnen, maar ook de wijze levensles van Ruben. Ik heb genoten van dit verhaal.

    Nr. 3: Lang leve de liefde
    Een sprookje in een homojasje. Leuk gevonden en prettig leesbaar. Ik vind alleen het einde minder sterk. Een onverwachte “dodelijke” twist zou het verhaal net dat beetje meer hebben gegeven.

    Nr. 4 Boeten voor een boete.
    De auteur heeft als insteek “het beruchte stukje zeep dat valt”, gebruikt.
    Geweldig om te lezen welke diepe, verboden verlangens een softie heeft. Bovendien zeer vermakelijk geschreven. Bij het woord “kolossale leuter” kwam ik niet meer bij.

    Nr. 5: In Camelot they Comalot
    Mijn eigen brouwsel. Roept u maar.

    Nr. 6: Praatjes voor de vaak
    Mooie scherpe dialogen. De angst om “gezien” te worden is perfect beschreven. Een herkenbaar dilemma. Hoewel er genoeg romantiek in zit, mis ik wel de “verplichte” erotiek.

    Nr. 7: Op de derde verdieping van “Het huis van de Draak”
    Interessant, aangenaam te lezen, mooie erotiek met een verrassend eind en een duidelijk herkenbare schrijfstijl.

    Nr. 8: De reünie
    Een amusant, lekker en prettig leesbaar verhaal. Ik vind het eind echter iets zwak. De reactie van Esther had veel feller mogen zijn. Misschien de vraag of ze een keer mee mocht doen, omdat ze het stiekem toch wel wist.

    Nr. 9: Zonda
    Ik hou van legendes en ik hou van mooie verhalen rondom legendes. Op beide vlakken werd ik tegemoet gekomen.

    Antoinette’s moeilijke opdracht is dus door iedereen uitstekend volbracht.

  8. Moeilijk om hier per verhaal iets over te zeggen. Ik vind het een lastig onderwerp, zijnde een vrouw. Ik denk dat dit komt omdat ik me realiseer dat de liefde en sex tussen twee vrouwen heel goed voor te stellen is voor me, maar als het over twee mannen gaat word ik onzeker of het daadwerkelijk wel zo is als ik me voorstel. Spelen dezelfde gevoelens en emoties een rol? Wat doen twee mannen als ze sex hebben? Ik bedoel, ik weet wat ze doen aan handelingen, maar wat doen ze emotiegewijs? Hoe voelt het voor een man te worden gepenetreerd? Is dat hetzelfde als wat een vrouw voelt?

    Bij het lezen van de verhalen was ik geroerd en werd ik heel onrustig door het niveau van de verhalen. Bij dit soort kwaliteit is het bepaald niet gegeven dat ik door ben naar de volgende ronde.
    Wat me is opgevallen dat bijna iedereen heeft geschreven over homo’s die worstelen met hun geaardheid of dit in heimelijkheid beleven. De vraag echter was niet dat het noodzakelijk over twee homo’s zou gaan, maar dat het gaat over twee mannen en een sexscene. Ik was een beetje teleurgesteld dat er niet meer originele invalshoeken zijn benut. Ik vind het jammer, dat bijna alle verhalen zo in het genoemde cliche blijven van worsteling met de geaardheid en de heimelijkheid. Tegenwoordig zijn er ook vele andere richtingen mogelijk.

    Daarnaast zit me nog iets anders dwars. Hoezeer ik de (zeer vermoedelijke) auteur meer dan bijzonder waardeer, had ik grote moeite met nummer 4, boete voor een boete. Het is goed geschreven, met een leuke kwinkslag. Maar: al is het een droom, het beschrijft een verkrachting, of op z’n minst, een aanranding tegen zijn wil. En zonder ‘mutual consent’ vind ik eigenlijk niet dat een verhaal in de categorie ‘erotiek’ thuishoort. Sorry, dat is een oordeel, maar ik kan er niet van los komen.

    Ik voel de prachtige dramatiek in verhaal nummer 6, maar ik mis totaal de erotische spanning. Hoe mooi en persoonlijk het verhaal ook is (al vind ik de dialoog iets teveel, er moet tussendoor ook nog wel wat gebeuren), en spat de bittere trots van de auteur er vanaf, ik vind het echt geen erotisch verhaal en de sexscene die gevraagd werd is niet aanwezig. In die zin vind ik niet dat het heeft voldaan aan de opdracht.

    Noemenswaardig vind ik verhaal nummer 1 en nummer 9. Prachtige storyline, dramatiek, uitgewerkte karakters met duidelijke onderbouwing van de keuzes die ze maken: chapeau!

    Nummer 7 was van mij. Als enige geschreven vanuit een vrouwenperspectief en niet over homo’s. Het is een persoonlijke visie over zelf-acceptatie met betrekking tot Lust. Ik wilde weergeven dat een ieder moet staan voor de Lust die hij/zij begeert. Ook als het de relatie onder druk zou kunnen zetten. Het is een persoonlijke mening dat de voorwaarde voor werkelijke verbinding het leven in waarheid is, waarin bewuste keuzes worden gemaakt.

    De overige verhalen vond ik goed geschreven, het zijn echte verhalen. Al stoorde de voorspelbaarheid en de standaard invalshoeken me wel een beetje.

    Terwijl ik dit schrijf heb ik werkelijk geen flauw benul of ik zelf de finale heb behaald en/of mijn verhaal wel zo goed is. En vind ik het erg lastig dan toch ‘’een oordeel’’ over de andere verhalen te hebben. Het is slechts een mening. Het gaat natuurlijk over smaak en wat het publiek vindt. Ik ben er bijzonder benieuwd naar!

  9. Noortje says:

    Kippenvel van mijn kant na het lezen van de reacties en feedback op mijn verhaal ‘Overleven’ voor de halve finale. Dank jullie wel voor de prachtige complimenten en uiteraard ook dank aan de stemmers!

    Ik vond de opdracht erg lastig en had niet eerder iets als dit geschreven. Toch wist ik dat ik het alleen maar kon als ik er iets moois, ontroerend en waardevols uit kon halen. Ik ben blij om te zien in de commentaren dat dát is gelukt.
    Na het verschijnen op de site las ik mijn verhaal en keek onthutst naar het woord ‘weerspiegelt’. Ik had dit toch werkelijk niet met deze taalfout aangeleverd? Een snelle check bevestigde mijn afgrijzen helaas wel. Mijn excuses lezers en mededeelnemers. Zal niet meer gebeuren. Wijt het maar aan het feit dat ik nog voor aanvang van de tweede stemronde met een gigantisch schrijfproject geconfronteerd werd dat al mijn tijd opslokt. Vandaar ook steeds mijn last minute inzendingen en de combinatie van geluk en wrevel als ik weer een ronde verder ben 🙂 ! Fijn, dat mijn verhaal goed bevonden werd. Shit, omdat ik weer ergens tijd moet vinden voor de nieuwe opdracht.
    Het is er nog één. En nee, ik heb niet de illusie dat ik ga winnen. Waarom? Omdat ik onder een pseudoniem schrijf en werkelijk niemand weet, zelfs mijn huisgenoten niet, dat ik hieraan meedoe.

    Ik wil degenen bedanken die de tijd hebben genomen feedback te geven. Niet alleen de positieve, maar ook de kanttekeningen. Ik weet hoe tijdrovend en ondankbaar die taak is, daarom doe ik het niet meer. Mijn kritische noten bleken voor sommigen te hard om te kraken.

    Ik wens mijn zeven mede-finalisten heel veel succes met de voorbereidingen, het schrijven en het wachten op de einduitslag. Hoewel er maar één de winnaar kan zijn, zijn we inmiddels allemaal winnaars.
    Al is het maar als overwinnaar op jezelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *