Schrijfmarathon 2016: Finale stemronde

Ongelooflijk, we zijn aangekomen bij de finale van de Schrijfmarathon 2016. Dit was de derde editie van de Schrijfmarathon.

Gaan we door? Absoluut!

Hou de website in de gaten voor nieuws over de 2017 editie van de schrijfmarathon.

Maar voor het zover is, gaan we eerst de winnaar van deze editie bepalen. Dat doe jij – de lezer! De deelnemers hebben lang en hard gewerkt aan hun verhalen voor de finale van deze schrijfmarathon. Lees ieder verhaal en bepaal dan welke deelnemer het beste verhaal heeft geschreven. Geef die deelnemer je stem en help zo te bepalen wie de winnaar van de Schrijfmarathon 2016 wordt!

Dit was de finale opdracht:

Schrijf een erotisch spookverhaal van maximaal 1200 woorden.

De bijdragen van de deelnemers zijn anoniem en in willekeurige volgorde geplaatst.

Lees alles en stem dan op het verhaal dat jij het beste vindt. Vergeet niet om op de knop ‘Finish Survey’ te klikken als jij jouw keus hebt gemaakt.

Deelnemers mogen niet bekend maken welk verhaal ze geschreven hebben.

Per persoon mag maar 1 keer gestemd worden.

De stemronde sluit op 18 november 2016 om 23.45u.

Bij het bekend maken van de uitslag van deze stemronde, vertellen we ook welk verhaal van welke deelnemer is.

Veel leesplezier!

Bron foto

© EWA Nederland


1) In koelen bloede

‘Dan laat ik u verder met rust,’ zeg ik en kijk voor de laatste keer om me heen. Het kasteel is prachtig, zijn bezitter ronduit onweerstaanbaar. Ik voel hoe zijn ogen op me rusten.
‘Madame, mag ik u een glas wijn aanbieden?’
‘Nee, dank u. Mijn werkdag is ruimschoots ten einde. Het is omdat ik u persoonlijk wilde vertellen dat we geen belastende feiten hebben gevonden, anders was ik allang thuis geweest.’ Ik glimlach. ‘Bovendien kan ik niet zo goed tegen alcohol.’
Hij knikt. Mijn uitgestoken hand verdwijnt tussen zijn slanke vingers. De chemie tussen ons kan niet duidelijker zijn en doet mijn hart bonzen.
‘Ik heb inmiddels de politiecommissaris laten weten dat ik geen van de beschuldigingen aan uw adres kan bevestigen.’
‘Uw aanwezigheid, madame, was mij de aantijgingen meer dan waard.’ Hij verhoogt de druk rond mijn vingers. ‘Maar uw werk zit erop,’ zegt hij zacht. ‘Ik zou wellicht hier en daar enkele aanwijzingen kunnen rondstrooien. Wat sporen hier of daar? Zou dat u kunnen verleiden om uw bezoeken aan mijn château te continueren?’
Ik kijk hem aan, tracht de betekenis van zijn woorden te peilen. ‘Maar graaf, ik ben inmiddels van uw onschuld overtuigd.’
Mijn onderbuik trekt samen als zijn flauwe glimlach traag verbreed. Plotseling maakt hij zich van mij los. ‘U heeft nog een lange rit voor de boeg.’ Hij knikt en opent de deur. ‘Tot ziens, mevrouw de inspecteur.’

De regen komt met bakken uit de lucht. Geërgerd trek ik mijn capuchon over mijn hoofd en ren naar mijn auto. Het wispelturige gedrag van de graaf irriteert me mateloos. Ik gooi mijn tas op de bijrijdersstoel, droog mijn handen aan mijn rok en steek de sleutel in het contact. Als de motor weigert aan te slaan, probeer ik het opnieuw. En nogmaals. Tevergeefs. Nijdig sla ik met mijn vuist op het stuur.
Le Sânge opent mijn portier. ‘Uw woede is zinloos, madame Ik ben bang dat u uw licht heeft laten branden.’ Een blik op de schakelaar bevestigt zijn vermoeden.’Komt u mee naar binnen, madame. Dan zoeken wij een passende oplossing.’
Ik pak mijn tas.

‘Ik vreesde al dat de garagehouder mijn château te ver uit de richting, het tijdstip te laat en het weer te onstuimig zou vinden.’ Hij heft proostend zijn glas. ‘Ik ben verheugd dat uw mijn aanbod hier te overnachten heeft geaccepteerd.’
‘Dank u voor uw gastvrijheid.’ Le Sânge schenkt mij bij.
‘Vannacht is het volle maan,’ zegt hij. ‘Gelooft u in het occulte, mevrouw de inspecteur?’
Ik schud mijn hoofd.
‘Geesten? Vampiers?’
‘In mijn vak?’
Hij knikt en toont zijn handpalmen in overgave.
We drinken in stilte. Het haardvuur schildert schaduwen op de wand. Ik kijk hem onderzoekend aan. ‘U ziet bleek, monsieur le Comte. Voelt u zich wel goed?’
‘Een hardnekkige bloedarmoede speelt mij parten.’ In zijn zwarte irissen lichten gele vlekjes op. ‘Maakt u zich geen zorgen, madame. Vanavond geeft u mij alles wat ik nodig heb.’
De ruimte tussen ons in lijkt statisch geladen. Nerveus leeg ik veel te snel mijn glas.
‘Neemt u zelf niet meer?’ vraag ik als hij het onmiddellijk weer bijvult.
Hij heft afwerend zijn hand. ‘Nee, laat tenminste een van ons verstandig zijn.’ Zonder een spier in zijn gezicht te vertrekken komt hij overeind en maakt een kleine buiging. ‘Goede nacht, madame.’
Nijdig blijf ik alleen achter. Alexander le Sânge lijkt een spelletje te spelen en verwart me daarmee meer dan ik toe wil geven. Ik zucht en haal mijn schouders op. Het is waarschijnlijk beter zo. Zeker zolang deze zaak loopt, mag ik me niet door een waanzinnig aantrekkelijke man van de wijs laten brengen.

Ik woel in mijn bed en verbaas me over het gedrag van de graaf. Aantrekken, afstoten, aantrekken en weer afstoten. Het is om gek van te worden. Ondanks mijn ergernis pieker ik even later toch weer over de jonge vrouw die precies vier weken geleden in rook leek te zijn opgegaan. Zij was niet de eerste. Ergens moet een aanwijzing te vinden zijn. Vrouwen verdwijnen niet zomaar. Dat er in iedere zaak een link naar Alexander le Sânge schijnt te zijn, is op zich niet zo wonderlijk. Het halve dorp is op de een of andere manier met het kasteel verbonden. De mannen kunnen zijn bloed wel drinken. Want zijn niet alle vrouwen hier tot over hun oren verliefd op de kasteelheer? En kan iemand hen dat kwalijk nemen?
Had ik nou maar gewoon mijn autolichten uitgedaan, want ook ik kan inmiddels nergens anders meer aan denken dan aan vrijen met Le Sânge.
De gordijnen bewegen zacht en het heldere licht van de maan lijkt mijn lichaam te liefkozen. Onrustig draai ik me van mijn rug op mijn buik. De wijn maakt me dromerig en in gedachten zie ik hem voor me. Zijn raadselachtige zwijgzaamheid, zijn mysterieuze ogen. Onwillekeurig strelen mijn vingers mijn naakte lichaam. Mijn tepels reageren onmiddellijk en richten zich op. Mijn hand glijdt tussen mijn benen. Als ik me voorstel hoe niet ik maar hij mij daar streelt, glijden mijn vingers moeiteloos in mijn vochtige warmte. Ik beweeg ze traag in en uit en kreun zacht. ‘Alexander …’ Ik span mijn verhitte lijf. De gedachte aan zijn ogen, zijn mond maken dat ik nog veel natter word. Steeds sneller gaan mijn vingers. ‘Alexander!’

‘Madame?’
Razendsnel draai ik me om. ‘Monsieur le Comte?’
‘U heeft mij geroepen, madame?’ In het kille maanlicht tekent zijn aristocratische silhouet zich af.
Als ik mijn hand omhoog breng, grijpt hij mijn pols en ruikt aan mijn vingers die nat zijn van mijn opwinding. Hij kreunt van achter uit zijn keel en brengt mijn hand weer omlaag.
Dominant in zijn adembenemende naaktheid kijkt hij op me neer. ‘Ga door, madame!’
Mijn vingers volgt de contouren van mijn borsten, mijn buik, mijn schaambeen. Ik kan niet anders dan hem gehoorzamen. Mijn vocht loopt uit me en intuïtief duw ik mijn bekken omhoog. Ik zoek mijn gevoeligste plekje.
‘Streel uzelf, madame!’ Hij doet een stap achteruit.
Ik schok en stoot omhoog tegen mijn hand. Keer op keer. Mijn onderbuik trekt samen. Iedere vezel in mijn lijf wil hem. ‘Alexander!’
De wetenschap dat hij naar me kijkt, maakt me krankzinnig. Met lange strelingen van mijn hand stuur ik golven van genot door mijn lendenen. Mijn lijf schokt ongeremd en ik verlies elke controle als mijn twee licht gekromde vingers diep in me schuiven. Ik schok, trek samen en span om mijn vingers die in en uit me bewegen. Zijn adem stokt als ik opnieuw zijn naam kreun. Ik ruik onze opwinding, strek mijn lijf en til mijn heupen omhoog.
‘Ga door, mevrouw de inspecteur!’ Hoe koel en afstandelijk klinkt zijn stem. Zijn arrogantie maakt me buiten zinnen van genot. Ik kreun, ik grom, lever me volledig aan hem over. ‘Alexander, neem me!’
‘Bevredig uzelf, madame!’
Ik stoot, stoot en stoot opnieuw. Huilend van genot bereik ik mijn hoogtepunt, dat een eeuwigheid lijkt te duren.
‘Ik zei toch dat u me alles geven zou!’ gromt hij. Zijn stem is donker van genot.
Gretig buigt Alexander le Sânge zich over mij heen. Zijn lippen betasten mijn hals.
‘U laat mij geen keus.’
‘Alexander?’
‘Het spijt me, madame.’
Zijn scherpgepunte hoektanden doorboren moeiteloos mijn huid.


2) Rutu Pa’u

Volgende week stap ik voor de tweede keer in het huwelijksbootje en mijn vriendinnen hebben een ‘Dolle Avond’ voor me georganiseerd. De drank vloeit rijkelijk en de stemming is sentimenteel en intiem. Ik ben net op het vakje met de bonusvraag beland: ‘Ga alsnog rein het huwelijk in door een groot geheim met ons te delen.’ Ik kijk de kring rond, zie afwachtende ogen en voel een spannende stilte. Het zou zonde zijn om ze teleur te stellen. Langzaam neem ik een grote slok van mijn gin-tonic.

‘Vooruit, ik neem jullie 20 jaar mee terug in de tijd. Op weg naar huis na mijn reis door Australië, maak ik een tussenstop op Rarotonga in de Stille Zuidzee. Ik toer met mijn huurscootertje linksom of rechtsom over het eiland en tijdens een van mijn tochtjes ontdek ik een soort kerk. Er klinkt gezang en ik besluit een kijkje te nemen. Onopvallend maar niet onopgemerkt neem ik plaats op de achterste bank en ga op in de ceremonie.

Er zijn ongeveer 50 mensen, mannen en vrouwen in alle leeftijden. Muzikanten bespelen de pa’u, de lokale trommel, terwijl de rest zingt en danst. Ik doe als vanzelf mee en beantwoord de nieuwsgierige blikken met een glimlach. Een paar vrouwen wenken me en ik krijg een bloemenkrans op mijn hoofd. We kunnen elkaar niet verstaan maar ze vinden mij, een lange blonde vrouw, duidelijk een bezienswaardigheid.

Tijdens de nazit wordt een jongeman aan me voorgesteld, die een beetje Engels spreekt.
Hij heet Rangi, dat betekent ‘God van de Lucht’. Het is een knappe verschijning met die vrouwelijke zweem die zo kenmerkend is voor de ‘islanders’. Elegante trekken gecombineerd met goed ontwikkelde spieren, versierd met tattoos. Rangi vertelt dat ze ‘de lange witte’ een cadeau willen geven, ik word uitgenodigd voor een bijzondere ceremonie. Verwachtingsvol kijken donkere ogen me van alle kanten aan, ik kan onmogelijk ‘nee’ zeggen. Er barst luid gejoel los als Rangi vertaalt dat ik kom.

Die avond douche ik uitgebreid en smeer me helemaal in met zoet geurende jasmijnolie. Mijn enige maar mooie feestjurkje heeft alle uitspattingen tijdens deze reis overleefd, ik ben klaar voor de grande finale. Rangi komt precies op de afgesproken tijd het grindpad van mijn beachhostel oprijden. Hij begroet me met een grote glimlach en een verlegen omhelzing.
Het is fijn in zijn armen, ik druk een snel kusje op zijn wang. Als ik op mijn scootertje wil stappen, houdt hij me tegen. Het is beter dat ik bij hem achterop ga, we moeten blijkbaar over een stuk onverharde weg. De krantenkoppen schieten door mijn hoofd, dit gaat tegen alle regels van het soloreizen in. Toch pak ik de helm aan en ga mee.

In de schemering rijden we over de rondweg, het eiland is op zijn mooist. De lucht kleurt alle tinten rood achter de zwarte silhouetten van de palmbomen. Rangi slaat rechtsaf het bos in, ik moet hem goed vasthouden om niet van de motor te stuiteren. Hij houdt stil onderaan een houten trap, die tegen een steile rotswand lijkt geplakt. De echo van de pa’u heeft een sterk aanzuigende werking. Ik twijfel niet en begin te klimmen.

We komen uit op een groot plateau, deels overkapt door een hangend stuk rots. Het feest is al in volle gang en de ongeveer honderd aanwezigen dragen rieten rokjes en kleurige lappen. Naast een groot vuur staat een met tapijten beklede bedbank, waarop een weelderig uitgedoste man zich uitstrekt. Rondom hem staan manshoge houten beelden, die door jonge vrouwen worden behangen met bloemen. De sfeer is broeierig en de trommels zijn meeslepender dan in de kerk. Er wordt gedanst en gedronken, afwisselend prikkelen bloemen, kokos en vuur mijn neus.

We mogen plaatsnemen op twee rieten stoelen tegenover ‘de chef’. Ik probeer zijn blik te vangen, hij ontwijkt me. Misschien is dat wel heel ongepast. We eten vis in kokos en drinken iets bitterzoets, het smaakt aards en goddelijk tegelijk. Ik geniet en voel me licht in mijn hoofd. Op dat moment valt de muziek stil en rijst de man van de bedbank op. Hij kijkt me indringend aan en even wil ik vluchten. Ik maan mezelf tot kalmte, wil me niet belachelijk maken door een onschuldig ritueel te verpesten met Westerse hysterie. Als de trommels het ritme weer oppakken, begint hij te zingen en te zwaaien met zijn vederen staf. Twee verleidelijke vrouwen pakken me bij de arm en voeren me naar de bedbank. Zonder dwang maar met vloeiende bewegingen laten ze me plaatsnemen en houden me daar. Ze strelen me en fluisteren betoverende woordjes. De chef staat naast Rangi, blaast in zijn oor en zingt op bezwerende toon.

Ik voel de hitte van het vuur gloeien op mijn huid, de trommels hebben een hypnotiserende kadans en de mensen bewegen in een grote langzaam draaiende cirkel om ons heen. Ik raak bedwelmd door alle indrukken maar als Rangi uit zijn broek wordt geholpen, dringt toch tot me door wat hier gebeuren gaat. Het vervult me met angst en grote opwinding tegelijk, een mix die me verlamt. Als ik al weg zou willen, ging dat niet lukken. Mijn dames strelen mijn borsten en stropen mijn jurkje op.

Het opperhoofd staat nu echt te brullen en als hij zijn staf ten hemel heft is er een voelbare energie die me achterover op de kussens drukt. De ogen van de houten beelden gloeien rood op en er gaat een koude wind over mijn buik waar mijn tepels van overeind schieten. Rangi staat inmiddels voor me met een gigantische erectie. Hij kijkt recht door me heen, hij heeft maar één doel. Mijn dames hebben vliegensvlug mijn slipje uitgetrokken en drukken nu liefdevol mijn knieën uit elkaar. Rangi wringt zich meteen ertussen en zet zijn top tegen mijn lippen. De trommels versnellen als hij zijn pik langzaam bij me naar binnen laat glijden. Het voelt alsof er van onder tot boven lichtjes in me aangaan, zijn pik zit in mijn hele lichaam. Op het ritme van het gezang neukt hij me. De omgeving vervaagt, er hangt een koude sluimer om me heen terwijl in me de warmte rondtolt. Ik voel geen angst meer en geef me over aan de lust en kracht van deze krijger.

Als ik bijna tot een orgasme kom, draaien Rangi’s ogen weg en glijdt hij op de grond. De chef staat op en neer te springen als tussen mijn benen een mensachtige vogel oplicht. Zijn vleugels wijd gespreid en zijn lijf verbonden met het mijne. Elektriciteit golft door mijn bekken terwijl hij bezit van me neemt. Hoe bizar ook, ik voel puur genot en met een schreeuw kom ik klaar. Hij spert zijn bek open, krijst oorverdovend en spuit me vol met zijn zaad. Dan gaat het beeld op zwart.

De volgende ochtend word ik ongedeerd wakker in mijn hostel. Er ligt een briefje van Rangi, waarin hij me bedankt en toewenst dat de lucht in mijn leven altijd zuiver zal zijn. Mijn hoofd zit vol vragen maar mijn lijf voelt herboren. Ik stap op het vliegtuig naar huis en heb nooit met iemand hierover gesproken.’

Mijn vriendinnen zijn doodstil, het verhaal is ingeslagen als een bom. Niemand heeft door dat ik het ter plekke heb verzonnen.


3) Lilith

Hoewel mijn komst door uzelf is bevroed, blijft u nog altijd halsstarrig ontkennen dat de verschijning die hier nu voor u staat inderdaad Lilith is. Maar ik ben wel degelijk de engel, geest, demon, succubus en vampier uit de mythes, zo donker dat ze u angst inboezemen. Oh, ja, al wat over mij gezegd is, is naar waarheid verwoord. Ik ben Gods onvolmaakte weeffout, de lapsus die zelfstandigheid verkoos boven een leven van ondergeschiktheid.

Zie de vertwijfeling in uw ogen. Reeds eeuwenlang breng ik, gelijk de door u aanbeden schepper, menselijke vormen voort, die eender mannen en vrouwen hartlustig , vurig en onstuimig maakt. De vruchten van mijn vlees brachten genoeglijk behaaglijke begeerte. Man, vrouw, engel, of demon vielen ten prooi aan mij lustdorstigheid. En gij, gij bent mijn nieuwste risee.

Ach, stopt toch uw jammerende smeekbede. Want u bent de gunsteling, mijn apostel uit het licht, geroepen naar het duister. U bent uitverkoren, aangezien u één der trouwste volgelingen van de Vader bent, die rituelen uitvoert om puur, onbedorven, zuiver en rein te zijn. Juist daarom zal onze verbintenis zo zoet als molasse op het zachte vlees van een vrouwenborst zijn.

Decennia heeft u met lede ogen toegezien, hoe de vleselijke lusten verlossend waren voor hen die er aan toegaven. Maar u zwichtte nimmer. In plaats daarvan pijnigt ge het verderfelijke lijf met zelfkastijding en doet u nodeloos ondienstig boete om de geperverteerde gedachten uit te bannen. Hoe u ook uw best doet om hen het pad van verlichting te tonen, een pad waar enkel loof voor de Heer gewaar wordt, ze neuken maar door, en door, en door.

Ach, ween niet in tranen zout als brem. Het menselijke vlees hunkert nu eenmaal naar de verslavende vreugden der zonde en zij zal er naar blijven smachten tot het lijf krachteloos en afgemat achterblijft, tot het moedeloos voor het oprapen ligt en begeerte de mistroostige ziel heeft overgenomen. En daar, in de diepte van de donkere obscuriteit, ben ik de ongeveinsde verlichting, die uw wonden betert en uw leegtes vult.

De vertrekken hier zijn van poëtische schoonheid. De brandende kaarsen rond het Christusbeeld aan het houten kruis zetten uw aanbiddingen kracht bij. Ramen zo hoog, dat ze u dichter bij de hemel doen lijken, met omlijstingen van het fijnste beukenhout. Door diezelfde ramen heb ik u gadegeslagen. Ik aanschouwde hoe u ’s avonds het nachtgewaad aantrok en ging liggen, ook als u geen slaap had. Onvermijdelijk dwaalden uw handen richting uw getergde geslacht. De wanhoop in uw ogen, de vuisten gebald, omdat uw smeekbedes niet gehoord leken. Mijn ogen hebben getreurd om uw ondraaglijke leed.

Het is vernuftig en dapper om zo bedreven puur te willen blijven en niet toe te willen geven aan de vleselijke ontucht en verleiding. Maar het is onmogelijk om te kiezen tussen wat gij goed en kwaad noemt, zonder minstens geproefd te hebben van de zoete zonde. Hoe wreed is het om mensen aan te zetten zich voort te planten, maar ze een schuldgevoel te geven als ze dat advies ook daadwerkelijk opvolgen.

Ik ben niet zo wreed en barbaars als uw onbarmhartige schepper, want ik zal u niet ontzeggen waar uw lichaam en geest al zo lang naar hunkert. U zult mij begeren en uw honger naar gemeenschap zal onmetelijk blijken. Oh, luister naar mijn kreunend genot. Zie hoe ik sierlijk pronk voor uw ogen in de puurste verleiding. Sta mij toe uw eenzaamheid te verdrijven.

Het was ik, die u dwong te kijken naar de voorbij schrijdende vrouwen en die het nijpende verlangen losmaakte om hen te aanschouwen, te ruiken, te voelen. Die avond dat ge in bed lag en de vingers zich om uw opwinding vouwden, toen was ik het stemmetje dat fluisterde: “Pak hem vast”. Maar mij overvalt geen spijt voor het binnendringen van uw dromen. Laat mij toe. Laat mij u verleiden tot er geen weg meer terug is.

Luister niet naar uw kwellingen. Ze zijn slechts een dwaling. Leven naar Zijn voorschrift brengt bitter weinig vreugde. Ik zal uw ziel rust brengen, want slechts ik heb de onuitputtelijke lijfelijke en weelderige rijkdom. Laat onze affectie stromen in overvloed. Uw dikke harde lid, gestoken in mijn vrouwelijke ontvankelijkheid. Mens of demon, neuk mijn aardse vlees! Laat uw dikke lul in mijn hete, vochtdoordrenkte demonische kut glijden. Ach, kijk nou toch! Uw harde lul steekt reeds zichtbaar af achter uw gewaad.

Gij, samengezworen rot! Gij, hoerenzoon, begeef uw strijd. Kom, laat me u helpen. Kijk naar mijn ronde wellustige borsten, Kijk! Alles wat u nodig heeft ligt hier voor het grijpen. Plaats uw handen op mijn ronde heupen, terwijl ik uw pik diep, diep, diep in mijn smachtende kut steek. Mijn lichaam zal u omhelzen. Zwem in de vreugde van mijn sappen en ruik mijn kut, als ik het langs uw tong laat glijden.

Oh, laat mij u pijnigen om uw schuldgevoelens te stillen. Voel mijn nagels, zo hard als ijzeren weerhaken, rode striemen in uw huid trekken, tot uw zondige bloed van de oppervlakte sijpelt. Voel hoe het gewicht van mijn lichaam u de adem ontneemt. Voel hoe mijn handen uw keel omklemmen. Neuk me! Kom tussen mijn gespreide benen tot in de diepte van mijn diepste. Neuk me en geef toe aan de eerste van vele zonden. Kom in me en schenk me uw kostbare zaad.

En als de ochtend komt, zult u iedereen vertellen dat ik er was, want anders zal ik terugkeren en uw ziel toe-eigenen en kapotmaken tot u helemaal van mij bent en van mij alleen. Kom in mij. Kom en laat uw laatste zaad uit u stromen even als uw laatste adem.

Op de ochtend van de derde dinsdag in september van het jaar 1023, verscheen Gunther Withand niet aan het gezamenlijke ontbijt in het kanunnikhuis waar hij woonde en werkte. Eerst werd gedacht dat hij zich in de bibliotheek had verschanst, waar hij al maanden onderzoek deed naar demonen en exorcisme, tot een novice het levenloze lichaam van Gunther Withand naakt aantrof in zijn vertrek. Zijn hals vertoonde tekenen van wurging, zijn borst zat vol bloedige striemen en de kamer was gevuld met een penetrante geur. Het duurde niet lang voordat de naam van Lilith, voor wie Gunther Withand zo vaak had gewaarschuwd, werd gefluisterd als dader van deze gruwelijke moord. Het bevestigde de verregaande macht van deze nachtduivel. In de maanden die volgden, werden steeds meer bewoners bezocht door Lilith of een van haar succubi-kinderen. De Bisschop had geen keus, anders dan het gebouw in brand te steken, met allen die door haar waren bezocht, geketend aan een crucifix.


4) Jack is Back

Wolfram & Hart Appartementencomplex
‘Datum en oorzaak van overlijden?’ vroeg Ichabod Crane aan de lijkschouwer en keek naar de jonge vrouw die met een serene uitdrukking op haar gezicht op bed lag.
’15 april 2015 en hoe vreemd het ook klinkt, ze is verdronken. Haar longen zijn gevuld met zeewater. Ik begrijp er niets van.’
Crane zweeg. Het slachtoffer herinnerde hem aan Carol Peletier. Zij was een jaar geleden op dezelfde onverklaarbare wijze gestorven. Volgens de toenmalige lijkschouwer was Peletier ook in bed verdronken. De precieze datum wist Crane niet, maar het kon geen toeval zijn dat deze vrouw en Carol enorm veel op elkaar leken.
‘Dank u, dokter Isles,’ knikte hij en verliet het appartement.
Hier was meer aan de hand. Zijn instinct vertelde hem dat hij de archieven in moest duiken. God wist wat hij nog zou tegenkomen.

Een jaar later: Amityville Appartementencomplex
‘Alsjeblieft, laat me niet zo lang wachten.’
Terwijl zijn duim over haar onderlip gleed, liefkoosde zijn andere hand haar borst.
Freddie’s ogen probeerden zijn gezicht te onderscheiden, maar door het flauwe maanlicht zag ze slechts vage contouren. Gepassioneerd bedreef ze de liefde met hem, accepteerde alles wat hij met haar deed.
De eerste keer dat hij haar betastte, raakte ze in paniek en hij verdween zonder iets te zeggen. De daaropvolgende keer verzekerde hij haar geen pijn te doen, haar alleen genot te schenken.
En ze geloofde hem.
Iemand die tegelijkertijd zó teder, maar ook zó dominant was, kon niet gevaarlijk zijn.
Als hij opwindende woorden in haar oor fluisterde, smolt ze onder hem en klopte haar verlangen hevig tussen haar dijen.
Zijn hand streelde nog altijd haar borst, trok zachtjes aan haar tepel en beet speels in haar oorlel.
‘Chérie, je bent perfect,’ zei hij hartstochtelijk. ‘Je bent gemaakt om te beminnen, te liefkozen, te onderwerpen. Kreun voor me, Winifred. Kom voor me, geef me je passie.’
Hij noemde haar Winifred, het klonk erotisch zoals hij haar naam uitsprak.
Zijn lippen gleden over haar wang naar haar mond en zijn tong drong zacht naar binnen. Ze kwam hem tegemoet en verstrengelde haar tong met de zijne. Haar lichaam reageerde heftig op die sensatie.
Ze wilde hem zoveel vragen, maar toen zijn lippen begonnen te dwalen, vergat ze alles om zich heen. Deze man wist precies wat ze lekker vond en laaiende begeerte nam bezit van haar.
Hij kuste haar hals, haar schouders en haar borsten. Ze huiverde toen zijn tong haar tepels streelde en zijn mond zich om een knopje sloot. Ademloos voelde ze zijn aanraking door haar lichaam golven, regelrecht naar die pulserende plek tussen haar benen.
Elk stukje huid werd door zijn tong aangeraakt. Ze beet op haar lip, toen hij haar venusheuvel beroerde. Met zachte druk spreidde hij haar benen, blies zijn warme adem tegen haar vochtige holte. Hij legde zijn handen om haar billen, kneep er in, trok haar lichaam dichter tegen zijn mond. Bij de eerste streling van zijn tong, veerde ze een beetje omhoog. Zijn verslindende passie liet al haar zintuigen ontwaken.
Hij was niet zachtaardig. Krachtig bracht hij zijn vingers diep in haar en zijn mond sloot zich vaster om haar overgevoelige clitoris.
Ze voelde haar orgasme opborrelen en haar handen klauwden in zijn haren. Plots was zijn mond weer op de hare en zijn vingers niet meer in die heerlijke, warme plek. Ze proefde haar eigen verlangens, het was heel opwindend.
‘Je bent veel te gespannen, chérie. Laat je gaan, geniet ervan.’
Hij wreef met zijn eikel langs haar klit, zacht, plagend. En toen drong hij binnen. Onverbiddelijk, met één diepe stoot. Ze sloeg haar armen om hem heen, trok hem dichter tegen zich aan. Zijn mond sloot zich weer om een tepel, beet er zachtjes in. Het voelde pijnlijk, maar zinderend. Hij bewoog feller en ze kreunde tevreden. Ze werd overspoeld door puur genot en sloot in extase haar ogen.
Nee, nee! Nog niet. Als ze kwam was het voorbij.
‘Chérie, geef je over. Geef me wat ik wil.’
Hij wachtte even en met een laatste, krachtige stoot, denderde een waanzinnige vloedgolf door haar lichaam, lang, eindeloos. Ze opende haar ogen, het was enkele minuten na middernacht, de tijd waarop haar droom zich altijd manifesteerde. Wat verlangde ze ernaar hém te horen kreunen, maar telkens bereikte zij als eerste haar hoogtepunt en dan verdween hij.
Uiteindelijk viel ze in slaap en in de ochtend was ze er weer van overtuigd dat haar gebroken hart de oorzaak van haar droomminnaar was.

Het politiebureau
Ichabod Crane wreef over zijn gezicht. De archieven gingen niet verder terug dan 1949 en er stonden 66 namen van vrouwen in zijn computer. Niet overal stond de doodsoorzaak erbij, maar wel de overlijdensdatum: 15 april. Dit was het werk van een seriemoordenaar, maar hoe was dat mogelijk? Was er soms sprake van een hele generatie moordenaars of was er iets anders aan de hand? Als hij niet zo’n nuchter persoon was, zou hij gaan geloven in het bovennatuurlijke. Nee, er moest een andere verklaring voor zijn…, toch? Maar als hij de archieffoto’s bekeek, waarom leken de slachtoffers dan zoveel op elkaar? Wat was er zo belangrijk aan die datum, 15 april? Hij had het internet afgespeurd, maar nergens was er sprake van een rituele moord, een duivelsuitdrijving, een aanslag of wat dan ook. Die datum moest voor de moordenaar een betekenis hebben, maar welke?
Hij zuchtte. Verdomme, morgen was het 15 april. Als het patroon klopte, zou een jonge vrouw sterven en hij kon dat niet verhinderen.

Amityville Appartementencomplex
‘Chérie, heb je me gemist?’
Hij kuste haar en streelde met zijn hand haar haren uit haar gezicht.
‘Dit is onze laatste nacht,’ fluisterde hij in haar oor. ‘Ik moet je helaas verlaten. Rond middernacht is mijn tijd om. Ik zal je missen.’
Een gevoel van wanhoop overviel haar toen zijn woorden tot haar doordrongen. Hij mocht haar niet in de steek laten. Hun erotische nachten maakten haar eenzaamheid nog enigszins verdraagzaam.
‘Toon me je gezicht, ik wil je zó graag zien.’
Hij knikte en de duisternis die hem omhulde, verdween op slag.
Ze schrok van vurige, donkere ogen die haar aankeken.
‘Wie ben je?,’ vroeg ze en was verbaasd over zijn aantrekkelijke uiterlijk.
‘Herken je me niet? Ik ben het, Jack. Lang geleden heb ik jouw hart gebroken en dat heb ik mezelf nooit vergeven. Door een tragisch ongeval heb ik je niet meer om vergiffenis kunnen vragen, daarom wil ik je nu gelukkig maken.’
‘En dat doe je ook, ‘ zuchtte ze en wist dat ze hem nooit wilde verliezen, ook al was hij slechts een hersenspinsel. ‘Verlaat me niet. Ik heb je nodig.’
‘Nee, chérie, ik heb jou nodig. Door jou besta ik. Als je werkelijk bij me wilt blijven, geef je over in een laatste kus en je zult nooit meer eenzaam zijn.’
Hij kuste haar vol overgave en haar hart en longen stroomden vol van zijn liefde.

Terwijl Winifred Burkle, tussen honderdvier sterk op elkaar lijkende vrouwen, lachend rondzwierde in de balzaal van de Titanic, keek een rechercheur ruim honderd jaar later naar haar lichaam en vloekte.
Crane besefte dat hij nog één jaar de tijd had om de seriemoordenaar te vangen en deze keer zou hij niet falen.


5) De Lazarusreflex

In het kille mortuarium lag het lichaam van een forse man op een stalen lijkbaar, half bedekt met een wit laken. Zijn voeten staken er aan de onderkant uit, alsof hij lag te slapen in een te klein bed. In de huid van zijn borst stonden zestien woorden gebrand.

Voel, mijn engel, de warmte van je bed
Slaap, mijn lief, de nacht duurt maar even.

De patholoog-anatoom inspecteerde het lijk en pulkte met een pincet in de hoofdwonden.
“Dus dit was de stalker van Eliana Kroon?” vroeg hij.
“Klopt,” antwoordde inspecteur Sasha Querido.
“Je moet wel aardig geobsedeerd zijn als je een slaapliedje van je idool op je borst laat tatoeëren,” zei de patholoog.
“Wat is je conclusie?” vroeg de politieman.
De patholoog legde zijn pincet neer en zuchtte.
“Conclusie? Eliana Kroon is niet alleen een goede kinderboekenschrijfster, ze kan een belager kennelijk ook een flinke dreun geven. Effectieve zelfverdediging. Zo’n klap tegen het hoofd overleeft niemand.”
De patholoog stond op, liep naar het tafeltje verderop en gebaarde Querido hem te volgen.
“Nog wat papierwerk, Sasha.”
Ze stonden over de autopsieformulieren gebogen toen ze achter zich een ritselend geluid hoorden. Querido draaide zich om. Aan weerszijden van het dode lichaam bewoog het witte laken. Querido’s adem stokte en een rilling liep over zijn rug. Verbijsterd zag hij hoe de dode zijn armen een moment optilde, een seconde in de lucht stilhield, om ze daarna gekruist op zijn borst te leggen. Het was doodstil.
“Geen zorgen,” sprak de patholoog toen rustig. “Wat je net zag komt wel eens voor. Een lazarusreflex, de laatste stuiptrekking van het zenuwstelsel. Je schrikt je een ongeluk, maar het is geen wederopstanding. Onze vriend is morsdood, geloof me.”
“Mijn vriend is het niet,” mompelde inspecteur Querido.
Toen hij het mortuarium verliet kreeg de politieman het wiegeliedje van Eliana Kroon niet meer uit zijn hoofd.

Voel, mijn engel, de warmte van je bed
Slaap, mijn lief, de nacht duurt maar even.
Strek je armen nog één keer uit,
Voordat je je ogen sluit.

Twee maanden later zat Sasha Querido tegenover Eliana Kroon in haar boerderijtje op het platteland. Hun begroeting was hartelijk geweest en ook haar dochtertje was enthousiast.
“Oom Sasha van de pliesie!” kirde ze.
“Hallo grote meid!” zei Querido, en kneep de kleine even in haar wang. Haar vader was een jaar eerder met de noorderzon vertrokken. De stalkingszaak was afgesloten en Sasha wist niet waarom Eliana hem nog wilde spreken. Hij vond het geen straf om de aantrekkelijke kinderboekenschrijfster weer te zien, integendeel. Hij had over haar gefantaseerd.

Pas toen ze haar dochtertje naar bed had gebracht en twee glazen wijn had ingeschonken begon Eliana haar relaas.
“Iemand heeft me een foto gemaild,” zei ze. “Anoniem.”
“Wat voor foto?” vroeg Querido.
“Nogal akelig. Het is een foto van mij, gemaakt op een moment dat ik eh… dacht alleen te zijn. Ik ben weer bespied.”
Querido dacht aan de zaak van enkele maanden eerder. Toen de psychopathische stalker plots met een mes in haar kamer had gestaan, had Eliana hem met een kachelpook doodgeslagen. Op grond van noodweerexces was ze inmiddels vrijgesproken.
“Kan ik de foto zien?” vroeg hij.
Ze tikte met haar slanke vinger op het scherm van haar telefoon en gaf die aan Querido.
“Het is een foto van een nogal intiem moment.”
Sasha bekeek de afbeelding. Eliana lag op een deckchair. Op haar zonnebril en bikinibroekje na was ze naakt. Ze had haar hoofd een beetje naar achteren en haar mond licht geopend. Haar benen waren gespreid. Met de vingers van één hand raakte ze haar borst aan, het stof van haar broekje verborg de vingers van haar andere hand. Even was Sasha in de war. Eliana was gefotografeerd terwijl ze masturbeerde.
Hij keek op. Eliana had zich in de hoek van de bank tegenover hem genesteld, haar slanke benen in dezelfde positie als op de foto.
“Ben je geschokt?” vroeg ze.
“Geschokt niet. Maar dit is zorgelijk. Ik…”
“Zorgelijk? Vind je het zorgelijk dat ik met mezelf speel, inspecteur?”
Eliana stroopte haar rokje op en spreidde haar benen verder. Haar pose was het spiegelbeeld van de foto in Sasha’s hand.
“Eh…nee, maar als iemand je stiekem zo fotografeert, dan is dat dreigend.”
“Laten we dat voor nu even vergeten,” zei Eliana zacht. Terwijl ze Querido strak bleef aankijken knoopte ze haar blouse los. Sasha kreeg het warm.
“Wil je niet liever weten waaraan ik dacht toen ik me vingerde?”
Ze wachtte zijn antwoord niet af.
“Ik stelde me voor dat ik geneukt werd. Door jou. Ik was geil. Net als nu.”
Eliana liet haar vingers in haar slipje glijden en zuchtte van genot.
Sasha slikte. Ze daagde hem uit en hij wilde haar. Toch klopte er iets niet. Zag ze de ernst van de situatie niet? Zijn waakzaamheid verloor een kansloze strijd met zijn opwinding. Querido kwam omhoog uit de fauteuil en knielde tussen haar benen. Hij pakte het kruisje van haar slip en trok het opzij. Hij zag hoe haar slanke vingers een vochtig verhaal schreven, verleidelijk, onweerstaanbaar, en in een steeds hoger tempo.
“Proef me!”
Hij gehoorzaamde en likte het ziltzoete nat van haar vingers. Daarna zocht zijn mond de bron van haar vocht, ongeduldig en gulzig. Eliana spreidde haar benen verder. Ze bood zich aan, een oase in de droge woestijn van Sasha Querido’s verlangen. Terwijl Eliana’s blik hem tot haast aanspoorde ontdeed hij zich onhandig van zijn kleren. Toen verwelkomde ze hem met een diepe grom, scherpe nagels, en met twee woorden.
“Neuk me!”
Querido gehoorzaamde aan haar gebod. Hij nam haar, ontketend en zonder terughoudendheid, lang, diep en hard, opgejaagd door haar aanmoedigingen.
“Ik wil voelen hoe je komt, spuit in me!”
Weer deed Sasha wat de schrijfster hem opdroeg. In krachtige ontladingen vermengde zijn zaad zich met haar warme vocht.
Toen hun lijvenstorm was gaan liggen stond Eliana op en pakte zijn hand.
“Kom,” zei ze kalm. “Het is te laat om nog naar huis te gaan. Maar het is te vroeg om het hierbij te laten.” Ze leidde hem naar de slaapkamer. Er klopt iets niet, riep een stem in zijn hoofd. Maar Sasha luisterde niet meer.

Toen Eliana uren later wakker werd lag ze op haar zij. Haar lijf gloeide nog na van het genot van de nacht met Sasha Querido. Uit de babyfoon naast haar bed kwamen korte, krakende geluiden. De geluiden werden woorden, de woorden werden een liedje. Een liedje dat ze zelf geschreven had. In de belendende kamer zong hij haar dochtertje toe. Sascha zou een goede vader zijn, dacht ze.

Voel, mijn engel, de warmte van je bed

Ze stond op het punt mee te zingen toen de stem van haar dochtertje uit de luidspreker klonk.
“Wie bent u, meneer?”
Met een ruk kwam Eliana Kroon rechtop en keek opzij. Ze wilde gillen maar kon het niet. Naast haar lag het spierwitte lichaam van Sasha Querido, bewegingsloos, de armen gekruist op de borst. Uit de luidspreker van de babyfoon klonk een mannenstem met de laatste strofes.

Slaap, mijn lief, de nacht duurt maar even
Strek je armen nog één keer uit,
Voordat je je ogen sluit
Dan, mijn kind, zul je eeuwig leven.


6) Manfield Manor

De bruiloft van mijn zus vindt plaats op Manfield Manor, een plek die al even sprookjesachtig en perfect is als zijzelf. Ik haat bruiloften. Op één of andere manier beschouwen mensen het als een vrijbrief om alle ongetrouwde vrouwen tussen twintig en vijfendertig onbeschaamd uit te horen over hun liefdesleven.

Shit, daar heb je het al. Mijn moeder komt op me aflopen met tante Mia in haar kielzog.
‘Lieverd,’ ik ruik een vleugje Vanderbilt als ze me op mijn wang kust. ‘Vermaak je je een beetje?’ Ze kijken me meewarig aan, alsof ze verwachten dat ik elk moment hand-wringend ter aarde kan storten.

‘Ja, fantastisch feest!’ lach ik gemaakt.
Tante Mia klauwt haar gemanicuurde hand in mijn arm. ‘Waar is die leuke dokter, die vorige keer bij je was?’
Duh, alsof je dat nog niet gehoord hebt via de familie-tamtam! ‘Dat is uit, tante Mia, hij bleek gay te zijn.’ De story of my life: mannen die met mij uitgaan worden spontaan gay.

‘Weet je schat,’ het volume van mijn moeders stem daalt, alsof ze me een groot geheim gaat vertellen, ‘je moet een man ook af en toe oraal bevredigen, dat is heel belangrijk.’ Ze giet het laatste restje van haar Champagne in haar keel en slikt.
Oh god, er verschijnen beelden van mijn ouders op mijn netvlies die ik absoluut niet wil zien. Tante Mia knikt instemmend. Ik moet hier weg.

Plotseling huiver ik.
‘Heb je het koud kindje?’ vraagt tante Mia. ‘Ik heb nog wel een pullover bij me in mijn witte tas, die aan de kapstok in de gang hangt.’ Blij met deze escapemogelijkheid maak me uit de voeten.

De witte tas heb ik zo gevonden. Ik rits hem open en haal er een gebreide trui uit. Op de voorkant staat een Cocker Spaniel. Typisch tante Mia. Snel trek ik de trui aan over mijn veel te luchtige Michael Kors jurkje.
Als ik me met lood in de schoenen weer terug naar de feestzaal wil begeven, zie ik vanuit mijn ooghoeken het bordje op een deur aan de overkant van de gang: “Bibliotheek, verboden voor onbevoegden.”

Mijn hart begint sneller te kloppen. Boeken, verhalen, mysteries, ik ben er gek op! Ik kijk om me heen, niemand te zien. Dan loop ik er naar toe en druk de klink naar beneden. De deur gaat gewoon open. Eenmaal binnen zie ik boeken. Meters hoog en rijen dik. Yo!

Verlekkerd kijk ik in het rond, tot mijn blik valt op een man die slechts een paar meter bij mij vandaan staat. Ik schrik even. Het is een hele knappe man met zeer doordringende zwarte ogen die mij intens aanstaren. Zijn haar is lang en hij draagt ouderwetse kleren, een kostuum uit de piratentijd of zoiets. Het schiet door mij heen dat hij waarschijnlijk bij het entertainment-team hoort.

Aangezien hij niet van plan lijkt om iets te zeggen en ik zijn gestaar een nogal creepy vind worden, steek ik mijn hand maar op. ‘Hoi, ik ben Charlotte.’
Met samengeknepen ogen komt hij dichterbij. ‘Aangenaam Lady Charlotte,’ zijn stem klinkt een beetje vreemd, alsof ze er een echo onder hebben gezet. ‘Ik ben Mason Manfield, de huisgeest. Vergeef me mijn vrijpostigheid, maar … u neemt mij waar?’

Ik giechel, deels om zijn woorden en deels om het fladderige gevoel dat hij me bezorgd in mijn buik. Misschien moet ik hier niet te lang blijven.
‘Dat is echt de slechtste pick-up line ever,’ grap ik, ‘maar het is duidelijk dat je hier aan het werk bent, dus ik zal je niet verder ophouden.’ Ik draai me half om en zet een stap richting de deur.

‘Mooi niet!’ zegt hij luid. Hij maakt een stopbeweging met zijn hand die een schokgolf door de kamer veroorzaakt. Mijn haren waaien omhoog, de lampen flikkeren en de deur klapt met een knal in het slot. Ik knipper met mijn ogen en slik.

‘Mijn nederige excuses, maar ik kan u nog niet laten gaan.’ Ogenschijnlijk zonder te bewegen staat hij ineens vlak voor me. ‘Ik dool hier nu al driehonderd jaar rond en nog nooit heeft iemand mij kunnen zien. Behalve een oude vrouw, zo’n honderdachttien jaar geleden, maar die voldeed niet aan de beschrijving.’
‘Beschrijving?’ vraag ik niet begrijpend. Wacht even, waarom ga ik hier serieus op in?

Hij drukt een beduimeld stukje papier onder mijn neus, waarop in zwierige letters staat geschreven:

“Haren als het zonlicht blond,
Een hart vol liefde en een hond,
Het onbevangen lied van een kind,
Beëindigt deze vloek gezwind.”

‘Ik ben vervloekt,’ zegt hij zacht, ‘omdat ik per ongeluk mijn vrouw heb vergiftigd en daarna mezelf.’ Zijn ogen staan intens verdrietig en mijn hart gaat naar hem uit.
‘Het oude vrouwtje vertelde me hoe de vloek wordt opgeheven. Ze kon me hier verder niet bij van dienst zijn, maar u, Lady Charlotte … uw haren zijn blond als gesponnen goud.’
Hij raakt me niet aan, maar het voelt plotseling alsof mijn haren statisch geladen zijn.

‘Ik heb geen hond,’ zeg ik.
Zijn ogen glijden over mijn borsten. Ik volg zijn blik en zie dan de Cocker Spaniel voorop de trui.
‘Het onbevangen lied van een kind?’ vraag ik vol ongeloof. Hij denkt toch niet serieus dat ik die vloek kan doorbreken?
Wellustig krullen zijn mondhoeken omhoog. ‘Ik denk dat wij samen een kind moeten maken, Charlotte.’
‘Je bent een geest,’ snoer ik hem de mond. Zijn gezicht betrekt.

Dan klinkt op de gang een meisjesstem. Het is Olivia, één van de bruidsmeisjes.

‘Sinte, Sinte Maarten,
De koeien hebben staarten,
De meisjes hebben rokjes aan,
Daar komt Sinte Maarten aan.’

Voor mijn ogen begint het beeld van Mason te vervagen. Zijn stem klinkt als uit de verte: ‘Lieve Lady Charlotte, ik zal u eeuwig dankbaar zijn!’ Ik zucht en loop de bibliotheek uit. Ja hoor, dat heb ik weer!

‘Charlotte!’ Mijn zus wenkt me. ‘Ik wil je aan iemand voorstellen, dit is Michael Manfield, de eigenaar van het landgoed. En vrijgezel!’
Ik schud zijn uitgestoken hand. Hij lijkt als twee druppels water op zijn betovergrootvader. Zijn ogen zijn alleen blauw en niet zwart. Ze glijden op dezelfde intense manier over mij heen. Elke centimeter van mijn wezen beroerend.

‘Sorry,’ verontschuldig ik me voor de ongepaste opmerking van mijn zus.
‘Geen probleem,’ zegt hij opgewekt, ‘ze heeft ook al wat gênante feiten over u gedeeld.’ Galant biedt hij mij zijn arm aan. ‘Wilt u een rondleiding Lady Charlotte?’
Verrast neem ik de uitnodiging aan en we lopen de zaal uit, mijn zus verbouwereerd achterlatend.

Michael buigt zijn hoofd naar me toe. ‘Ik ben niet van plan plotseling gay te worden hoor,’ zegt hij droog.
Ik schiet in de lach. ‘Dat is een hele geruststelling!’
Vanonder mijn wimpers kijk ik hem aan. ‘Uw betovergrootvader heeft toch per ongeluk zijn vrouw vergiftigd?’

Nu is het zijn beurt om verrast te zijn. Zijn lachje verandert mijn knieën in blubber. ‘Ik hou van goed geïnformeerde vrouwen,’ zegt hij waarderend, terwijl zijn arm om mijn middel glijdt en hij me naar zich toe trekt.
‘Ik vrees alleen dat ik u niet meer kan laten gaan, nu u het familiegeheim kent, Lady Charlotte,’ fluisteren zijn lippen tegen de mijne. Dat komt goed uit, ik ga nergens heen…


7) Yoshitoshi’s poort naar de hemel

In mijn tweede jaar aan de UCL Slade School of Fine Art gingen we naar een tentoonstelling van blokdrukkunstenaar Tsukioka Yoshitoshi. Hoewel het een drukke projectweek was, wilde ik mee vanwege mijn interesse in shunga, Japanse erotische blokdrukprenten. Zwelgend in een gebroken hart was ik Nederland ontvlucht en had mezelf begraven in mijn studie; de afleiding zou me goed doen.

De tentoonstelling betrof de serie ‘New Forms of Thirtysix Ghosts’, die Yoshitoshi maakte tussen 1889 en zijn dood in 1892. De prenten hingen op volgorde aan de muur en vormden een soort kaart die de weg wees door zijn gekwelde ziel. Het was indrukwekkend hoe hij met houtsnijwerk en drukinkt zijn ‘weltschmerz’ blootlegde en daarmee tegelijkertijd iets erotisch opriep. De verbinding tussen dat lijden en erotiek activeerde onverwachte obscure gevoelens.

In een ruimte verderop hingen werken van hedendaagse kunstenaars die waren geïnspireerd door Yoshitoshi. De prent van een naakte man, met een rugvullende tatoeage van gruwelijke spoken en demonen, raakte me.
De sublieme blokdruktechniek en de titel ‘yoshitoshi no bakemono’ (Yoshitoshi’s ghosts) duidden erop dat deze kunstenaar die verbinding echt begrepen had. Zijn Engelse naam, Paul Binnie, verbaasde me. Zelfs weken daarna nog resoneerde de prent in mijn gedachten. Ik besloot Paul te bellen.

‘Mister Binnie, this is Annabel, a Dutch art student. I have a special request, could we meet up?’
Hij reageerde verrast maar positief en een week later zat ik in de trein naar Edinburgh om ‘Yoshitoshi’s ghosts’ op mijn rug te laten tatoeëren. We kwamen overeen dat Paul de prent in vier sessies zou naschilderen op mijn lichaam, waarna een bekende tattoomeester, Bob, het geheel met tattoonaalden zou overtrekken.

De koele inkt die vanaf de Japanse penselen op mijn rug vloeide en de snerpende pijn van Bob’s naalden overstemden alle hersenschimmen die ik meedroeg. De nabloedende sporen moesten eerst goed genezen en ingepakt in folie sliep ik onrustig op mijn buik.
Midden in de nacht werd ik verward wakker. Het was net of ik een hand voelde strelen over de schrijnende lijnen op mijn rug. Ik lag doodstil, maar ik zag en hoorde niets en voelde alleen die tedere strelingen, alsof ik troostend in slaap werd gewiegd. In de weken daarna had ik regelmatig dezelfde ervaring.

In de tweede sessie schilderde Paul de kleuren en details. Bob’s naalden waren nog uren bezig en ik verging van de pijn. In de regenachtige decembernacht droomde ik koortsig van de handen die nu ook mijn billen betastten. Doordat de handen nu knijpend mijn dijen afdaalden, was het meer geil dan troostend. Bij het ontwaken was ik zo opgewonden dat ik mezelf naar een zinderend orgasme vingerde.

De bizarre levensechte dromen, waardoor ik dagelijks als bezeten masturbeerde, gaven me een nieuwe energie. Ik was niet meer alleen en voelde me gelukkiger dan ik sinds lang geweest was.
De gefaseerde geboorte van Yoshitoshi op mijn rug deed mijn hartzeer recht evenredig wegvloeien en hoewel ik tegen de pijn opzag, keek ik enorm uit naar de derde keer. Uren lag ik met mijn hoofd omlaag, zwijgend naar beneden kijkend. Eerst rillend onder de koude penselen, daarna sidderend bij het gezoem van de naalden. Ik was verrukt over de vorderingen: het contrast tussen mijn smetteloze huid en Yoshitoshi’s afschuwwekkende spoken was zinnelijk en van een pure schoonheid.

Die nacht droomde ik van een talmende tong die de contouren van de tattoo likte. Twee klamme vingers openden daarna mijn benen, gleden langs mijn gezwollen clitoris en drongen mijn kutje binnen. Met vloeiende bewegingen gingen ze in- en uit me en masseerden mijn G-spot tot ik heftig klaarkwam. De koude vingers in mijn warmte voelden heel sensueel en kreunend en nat werd ik wakker.

Nadien kwam ik niet meer aan studeren toe. Mijn tentamenweek verliep dramatisch, maar ik kon me er niet druk om maken. Ik verloor mezelf in die verrukkelijke nachten, waarin ik tot gekmakend toe werd bevredigd door de handen van mijn onzichtbare minnaar.

De laatste keer was in Bob’s werkplaats. De heren werkten snel en efficient, ze beschouwden me meer als canvas dan als vrouw en ik onderging de finale in stilte. Uitgelaten namen we afscheid van elkaar. Voor het slapen constateerde ik euforisch hoe Yoshi’s beschilderde naaktheid een levende shunga van mij maakte en ik verheugde me op de nacht.

“Vind je het mooi Yoshi? Ik heb geleden, zoals jij hebt geleden. Er ligt sensuele schoonheid in lijden, dat begrijp ik nu. Kijk dan -“, ik trok het laken van me af alsof hij daadwerkelijk naast me stond – “je bent nu van mij en ik van jou. Laat je spoken gaan liefste, je hebt mijn dode hart tot leven gewekt, kom bij me en laat je bevrijden.”

Ik weet zeker dat het geen droom was toen hij in de hoek van de kamer verscheen.
Ik was niet bang, ik had hem geroepen en verwacht en stak verlangend mijn armen naar hem uit.
Zijn lippen voelden koel. Begerig opende ik mijn benen en zijn vingers gleden, zoals bijna iedere nacht de afgelopen maanden, als vanzelf bij mij naar binnen.

“Helemaal in me,” fluisterde ik. “ik wil de levende kracht van je kwellingen voelen.”
Yoshi liet zijn kimono op de vloer glijden en drukte zich tegen me aan.
“Annabel, je martelgang om mijn spoken te dragen was verrukkelijk opwindend,” zuchtte hij; zijn stem klonk hol. Toegeven aan onze onbeteugelde geilheid leek de enige brug te zijn die onze werelden zou kunnen bijeenbrengen.

Als een wervelwind zoog hij mij zijn wereld binnen, een wereld waarin lijden en lust werden verenigd. Kronkelend onder de prikkelende pijn van zijn tanden op mijn tepels, klom ik bovenop hem en liet mijn draaiende heupen zijn nu gloeiende hardheid opeisen. Ruw en ongeduldig stootte Yoshi omhoog, zijn nagels krasten langs de gezwollen lijnen op mijn rug. In deze storm van demonische hartstocht hield ik hem in mijn kutje vast en bereed zijn levende kloppende pik tot we beiden in extase explodeerden. Alsof ik in trance was likte ik traag onze levenssappen van hem af; ons vuur ontvlamde opnieuw.

Zijn handen handen waren warm en stevig toen hij mijn billen spreidde. Terwijl hij mij voor zich liet knielen met mijn kont omhoog en genadeloos diep in mijn poort naar de hemel stootte, streelde hij ontroerd ‘Yoshitoshi no bakemono’ op mijn rug. Onverzadigbaar strooide hij zweet en zaad als zout in mijn wonden, de bijtende sensaties als trigger voor een nieuwe climax. Zijn wrede tederheid liet al wat gebroken was versmelten tot een brandende nectar, die heet langs mijn benen droop. In alle beproevingen die de spoken van Yoshi teweegbrachten, ontdekte ik verlossing van mijn eigen spoken. Uitgeput viel ik in zijn armen in slaap. Bij het ontwaken was hij verdwenen.

Op de vernissage een maand later, onthulden de heren trots mijn tattoo aan pers en publiek. Onder een daverend applaus liet ik Yoshi’s kimono zakken. In een mist verscheen hij ineens naakt en transparant voor me, kuste me vaarwel en loste met een sardonische lach op in het niets. Ik werd nooit meer verlost van de onstilbare honger die hij in mij achterliet. Gekweld masturbeerde ik dagelijks, huilend om hem in mijn lege orgasme; mijn shunga nam daarentegen in schoonheid toe en werd wereldberoemd. Yoshitoshi had zijn droom eindelijk waargemaakt.


8) De dekenkist

De deur viel met een dreun achter haar in het slot. De klap echode door tot in haar verkleumde botten. Huiverend sloeg ze haar armen om haar kletsnatte lichaam. De hal van het kasteel werd spookachtig verlicht door de maan. Het zorgde voor griezelige schaduwen.
De muffe geur van stof en lang niet luchten, drong in haar neusgaten. De indruk die ze vanaf de weg had gekregen, leek de juiste te zijn. Dit kasteel was al jaren niet meer bewoond.
Haar voetstappen klonken hol in de stilte. Ze bleef in de buurt van de buitenmuur, haar handen op de tast voor zich uitgestoken. Naast een raam zag ze een ouderwetse kandelaar met een gebruikte kaars. Wonder boven wonder lag er een pakje lucifers achter.
Haar vingers trilden zo van de kou, dat ze drie lucifers nodig had voor de kaars brandde. Toen de vlam in grootte toenam, kreeg ze een indruk van de omgeving.
Meubels en kasten waren afgedekt met lakens. Wandkleden versierden de muren. Boven de lambrisering langs de trap zag ze schilderijen met portretten. De stokoude kasteelbewoners keken haar hooghartig aan.
Het meubilair van de benedenverdieping was niet geschikt om op te slapen. En ze verdomde het om in de hagelregen terug naar haar auto te gaan. Morgen als het licht was, was het vroeg genoeg om hulp te zoeken voor de haperende motor. Dit middeleeuwse kasteel kwam als haar redding.
Ze liet haar jas achter in de hal, uitgehangen over een stoel. De trap kraakte bij het beklimmen. Met de kaars voor zich uit liep ze naar de eerste verdieping. Drie kamers die ze daar binnenging, nodigden zo niet uit door hun sombere meubels en donkere ramen.
De grootste deur, ongeveer in het midden van de gang, had prachtig houtsnijwerk van vogels. Het voelde als herkenning. Ze liet haar vingers eroverheen glijden, toen een plotselinge windvlaag de kaarsvlam uitblies. Ineens was het aardedonker. Terwijl ze op zoek was naar het doosje lucifers dat ze in haar broekzak had gestoken, voelde ze iets kouds en ijzingwekkends langs haar arm glijden. In het donker lichtte het wit op. Met een gil liet ze zich de kamer binnenvallen en sloot de deur met een klap achter zich. Opnieuw grabbelde ze in haar broekzak. Bibberend en met een hart dat bonkte in haar keel, lukte het haar de kaars aan te steken. Met het vertrouwde licht liet ze haar adem ontsnappen. Het was alleen de wind en je verbeelding, angsthaas!
Deze kamer was groter dan de andere kamers. Er stond een reusachtig hemelbed in, met hetzelfde houtsnijwerk als de deur. Het raam liet het licht van de maan binnen.
Ze zette de kaars op een dekenkist aan het voeteneinde van het bed. Bij het weghalen van het laken ontdekte ze tot haar verrassing dat het bed opgemaakt was. Hoewel ook hier een muffe geur in hing, kwam het het dichtst in de buurt van een geschikte slaapplek.
Ze plaste op een kamerpot en schoof deze daarna in de verst mogelijke hoek. Haar broek, trui en beha hing ze over een stoel en tafel bij het raam. In niet meer dan een slipje kroop ze in bed. Na de enerverende dag die achter haar lag, in combinatie met de wind en regen, duurde het niet lang voor ze in slaap viel.

Een strelende hand gleed van haar heup naar haar zij. Lange, slanke vingers dansten zich een weg verder naar boven. Bij de aanzet van haar borst aangekomen leken ze even te dralen. Met een zucht van genot duwde ze haar borst tegen de hand en rolde om tot ze op haar rug lag.
Het gewicht van een mannenlichaam drukte haar in het matras. Geruststellend gemompel tegen haar hals liet haar met een glimlach opnieuw zuchten. Hij was er. Losgeraakte haarlokken uit een staartje in zijn nek, zo voelde ze met haar handen, kriebelden zacht op haar huid en lieten haar tepels hard worden. Op het moment dat zijn mond verder afzakte, spreidde ze haar dijen.
Zijn tong, ruw en toch teder, deed een aanval op haar clitoris. Met zijn stevige handen hield hij haar dijen uit elkaar. Ze kromde haar rug, in een poging aan zijn mond te ontkomen, terwijl ze tegelijkertijd niets liever wilde voelen dan de lange halen van zijn tong.
Ze wiegde tegen zijn mond aan, smekend, biddend, haar handen naar hem uitstrekkend. Zweet en tranen parelden langs haar slapen en over haar wangen.
Hij duwde haar benen verder open en omhoog en leunde over haar heen, haar bijna dubbelvouwend onder zich. Ze voelde zich hulpeloos, overmeesterd en toch gaf het haar een gevoel van macht toen ze hem hoorde kreunen tegen haar hals. Terwijl zijn tong de tere huid zocht, voelde ze hoe zijn lid tegen haar vagina duwde.
Zelfs zonder het te zien of met haar handen te voelen, wist ze dat hij groter geschapen was dan wie van haar vorige minnaars dan ook. Ze verzette zich tegen hem.
“Open je,” gromde hij in haar oor. “Open je en ik beloof je genot zoals je lang niet meer hebt ervaren. Open je, mijn liefste.”
Zijn stem raakte snaren die al eeuwen niet meer aangeraakt waren. Haar laatste restje elementaire vrees verdween. Met haar handen op zijn schouders trok ze hem naar zich toe.
Hij dreef zijn penis diep in haar vochtige warmte. Ze slaakte een kreet van pijn, maar op het moment dat hij zich terugtrok en ze een leegte voelde als nooit tevoren, jammerde ze tegen zijn mond.
Met sussende geluidjes stootte hij opnieuw in haar, zijn volle lengte benuttend om haar op plaatsen te raken waar niemand anders ooit was geweest. Hij bespeelde haar lichaam als een meesterlijk instrument. Met een kreet klampte ze zich aan hem vast, op een verrukkelijke manier rond hem heen verstijvend tijdens zijn laatste, woeste bewegingen.

“Waar ben ik?” Verward streek ze haar donkere haar uit haar gezicht en hief haar hoofd van zijn borstkas, ontwaakt uit de sluimer van een korte slaap.
“Thuis. Eindelijk.” Hij bewoog zijn lange tenen. Het deksel van de dekenkist viel met een plof dicht. Met een duivelse grijns rolde hij hen om zodat hij opnieuw bovenop lag. “En de nacht is nog maar net begonnen.”

“Het verhaal gaat dat Damian Vladimir, de vroegere kasteelheer en vermeend vampier, zijn bruid Ebony Raven naar het kasteel en naar deze kamer lokte om de liefde met haar te bedrijven, een nacht lang. Daarna vroeg ze hem een vampier van haar te maken, zodat ze altijd samen zouden zijn. Maar er heerste een vloek op hun liefde. Volgens de legende wordt zij iedere honderd jaar terug gelokt, als reïncarnatie, om de nacht opnieuw te beleven. Tragisch, niet?”
De nieuwe gids liep achter de toeristen de kamer uit. Nadat ze een vouw in het laken van het bed gladstreek, liet ze haar hand langs het houtsnijwerk van de dekenkist gaan. Wie goed keek, zag dat het geen vogels maar vleermuizen waren. Daarna bracht ze haar vingers naar haar mond.
“Dank je wel voor vannacht,” fluisterde ze. “Tot over honderd jaar, schat.” Haar blik viel op de lucifer die een vrijwel niet zichtbare opening creëerde tussen deksel en kist. Er speelde een glimlach om haar mond. “Maar waarschijnlijk eerder.”


13 thoughts on “Schrijfmarathon 2016: Finale stemronde

  1. Mirke de Wit says:

    Jack is back is een geweldig verhaal vol verwijzingen naar bekende verhalen.
    Leuk gevonden Ichabod Crane, zelf slachtoffer, in dit verhaal de inspecteur.
    Dr Isles, de patholoog anatoom uit de boeken van Tess Gerritse.
    De moordenaars Freddy Krugerven Jack de ripper, nu hartstochtelijke minnaars.
    En wie kent het tragische verhaal van de Titanic niet.
    Zelfs de appartementen waar zinderende liefde wordt bedreven, zijn bekende namen.
    En dan nog onze Winifred uit Angels.
    Goed gevonden en mooi geschreven, erotiek op zijn best.

  2. Mirke de Wit says:

    Wederom erg leuke verhalen.

    Bij het verhaal van Lillith ben ik na de derde alinia afgehaakt.
    Deze stijl kon me niet boeien.

    Yoshithoshi’s poort naar de hemel zat goed in elkaar. Nodigde me uit om de schilder te googelen.

    Maar ik vond Jack is Back toch het beste verhaal.

  3. Een finale met maar liefst acht deelnemers! Acht prachtige verhalen die wat mij betreft alle acht finalewaardig zijn. De opdracht was ‘vaag’ (spookverhaal) en daardoor lagen ook dit keer een paar clichés op de loer. Gelukkig zie ik geen van de clichés die ik had verwacht terug.

    Elke ronde heb ik commentaar gegeven en dat was soms best lastig (want wie ben ik om … enzo). Maar omdat ik zelf ook mee doe en altijd erg veel leer van het commentaar van anderen ben ik dat vol blijven houden. Ik heb naar EWA al eens uitgesproken dat ik graag een andere manier van stemmen zou willen zien (iets met een jury of iets met punten van 0 tot 10 per verhaal). Zeker bij een finale als deze zou dat goed uitkomen. Want hoe kies je in godsnaam tussen deze verhalen?

    Ennieweej.

    Verhaal 1: Ik werd onmiddellijk meegezogen in het verhaal. Je zet de sfeer van een detective in de setting van een ‘spooky’ kasteel goed neer. Toch was het einde wat voorspelbaar en abrupt. Ik had graag gelezen hoe de inspecteur de penetratie van de tanden ervaarde en hoe het haar leven voorgoed veranderde.

    Verhaal 2. Gaaf. Ik hou van de occulte rituelen van inboorlingen en verre stammen. Waarom koos je er voor dat het verhaal verzonnen was? Ik zou het veel spannender gevonden hebben als je dat in het midden zou hebben gelaten.

    Verhaal 3. Deze is van mij. Ik heb extreem lang gesleuteld aan de tekst om de middeleeuwse sfeer van een monnik die bezocht werd door een demon weer te geven. Daardoor werd de tekst (bewust) lastig te lezen, zodat zijn worsteling voelbaar werd voor de lezer.

    Verhaal 4. Een originele vertelwijze en een hele originele gedachte om te werken met iemand die de Titanic niet heeft overleefd. Toch is het motief van de geest niet heel duidelijk. Waarom dwaalt hij? Waarom elk jaar een slachtoffer? Ik kan het wel bedenken en ik snap de link met de datum, maar doordat je de tijdssprongen maakt heb je te weinig woorden om dat uit te werken. Ik heb het idee dat je een roman wilt vertellen in 1200 woorden. Soms kun je beter dingen weglaten om meer aandacht te besteden aan de essentie.

    Verhaal 5. Creepy, precies wat je verwacht van een spookverhaal. Een origineel relaas met een hele boeiende ontknoping. Ik hou van je woordkeuze (lijvenstorm: mooi). Weinig op aan te merken.

    Verhaal 6. Leuk verhaal en luchtig geschreven. Daardoor mist het echter de spanning die ik in andere verhalen wel teruglees.

    Verhaal 7. Ik heb een zwak voor Japanse erotische kunst en vooral voor authentieke tatoeages. Dat heeft iets te maken met een film die ik daar ooit over zag. Mooi. Ik zag het voor me. Let wel op het gebruik van witregels. Je doet dat niet consequent.

    Verhaal 8. Inhoudelijk is je verhaal boeiend en mooi. Maar de manier waarop je vergeten bent met witregels en alinea’s te werken, maakt het verhaal onrustig om te lezen. tenminste, ik had moeite om mijn gedachten erbij te houden.

  4. Wat vreselijk om er maar één te mogen kiezen. Voor alle auteurs dan ook applaus. Jullie staan toch maar mooi in de finale 🙂

    Zoals elke stemronde probeer ik toch ook te raden wie welk verhaal geschreven zou kunnen hebben. De vorige ronde had ik er twee goed, alle overige zat ik er vierkant naast. Dat zegt ook wel iets over het talent van de schrijvers.

    1) In koelen bloede – De spanning was vanaf het begin van het verhaal voelbaar. Knap vastgehouden. Ik was wat verward door de namen. Is het Alexander Sânge of le comte? Nu leek het even of het om meerdere graven ging, terwijl er maar één Alexander is. Een opwindend verhaal en erg goed geschreven.

    2) Ratu Pa`u – Een erg mooi verhaal, al vind ik het eerder magisch dan spookachtig. Jammer dat het personage het verzonnen heeft aan het eind, Misschien was het spookachtiger geweest als dat niet zo was.

    3) Lilith – Prachtige, poëtische woorden die goed bij de vorm van het verhaal passen. Een gewelddadig spookverhaal met donkere erotiek. Knap gedaan.

    4) Jack is back – Mooi geschreven, erotische scenes. Ik miste de spanning die nodig is voor een spookverhaal. Ondanks het aanwezige moordonderzoek vond ik het meer een liefdesverhaal. Mooi!

    5) De lazarusreflex – Onheilspellend en erotisch tegelijk. Goed geschreven. Het eind vind ik erg mooi en geeft nog een extra ‘creepy touch’ aan het verhaal.

    6) Manfield Manor – Spookachtig, maar weinig erotisch. Wel erg leuk gevonden!

    7) Yoshitoshis’s poort naar de hemel – Met kippenvel gelezen. Een prachtig verhaal dat ik erg origineel vind. Mijn tweede favoriet in deze ronde.

    8) De dekenkist – Mooi omschreven waardoor de beklemmende sfeer de lezer echt weet vast te pakken. Heerlijk erotisch.

    ‘Maar’ acht verhalen. Je zou denken dat het stemmen dan makkelijker wordt, maar niets is minder waar. Nogmaals, voor iedereen; Applaus. Ik heb deze marathon met erg veel plezier de verhalen gelezen, gestemd en in spanning meegeleefd.

  5. Het is geen gemakkelijke opgave om erotiek met een spookverhaal te combineren. Hoe je het ook wendt of keert, een goede ghost story moet een paar rillingen over je rug laten lopen, en een geslaagd erotisch stuk tintelt op een andere plek. Maak daar in 1200 woorden maar eens een overtuigende mix van. Complimenten voor mijn collega-schrijvers die hier hun tanden op stukgebeten hebben.
    Omdat het de finale is ben ik extra streng geweest in mijn commentaar. Wees gerust, dat ben ik ook voor mijn eigen creatie, waar bij nader inzien een hoop aan te verbeteren valt (en dat gaan jullie me ongetwijfeld ook vertellen – please do).

    In koelen bloede: Een goed geschreven verhaal met prima sfeertekeningen. Qua spanning brengt het me niet op het puntje van mijn stoel, vooral omdat ik de plotontwikkeling heel voorspelbaar vind (dame ontmoet mysterieuze graaf – dame valt voor graaf – graaf blijkt vampier – vampier bijt dame). ‘De mannen kunnen zijn bloed wel drinken’: LOL. Ondanks een paar taalfouten (verbreed(T), ‘mijn vingers volgt…’, ‘de gedachte…maken’) die in deze fase van de wedstrijd eigenlijk uit den boze zijn, vermoed ik dat dit verhaal hoog gaat eindigen.

    Rutu Pa’u: Een fijne vertelling. De klassieke setting van spookhuizen of vampierkastelen heeft hier plaatsgemaakt voor een animistische sfeer in een zwoele exotische omgeving. Dat maakt het origineel. Het element van angst of onbehagen dat een ghost story bij de lezer moet oproepen ontbreekt omdat de hoofdpersoon erg gemakkelijk meegaat in de ceremonie en het erotische avontuur. Erg jammer van de laatste zin; die ontkracht voor mij het verhaal. Ik zou op zijn minst in het midden hebben gelaten of het de hoofdpersoon wel of niet overkomen is.

    Lilith: De vorm van dit verhaal – grotendeels een monoloog – getuigt van durf. De erotiek krijgt vorm door Lilith’s beschrijving van de verleidingen van het vlees, en haar pleidooi daaraan toe te geven. Maar (en nu ben ik echt streng) als je ervoor kiest die monoloog in archaïsch proza neer te zetten, dan moet je het taalgebruik dat daarbij hoort wel tot in de puntjes beheersen, en daar gaat het wat mij betreft niet goed. De metaforen vind ik niet altijd zorgvuldig en de woordkeus/zinsbouw geeft het geheel weliswaar een pseudo-bijbels karakter, maar er zitten teveel fouten in (zowel grammaticaal als semantisch). Nogmaals, complimenten voor de gedurfde opzet maar ik heb het idee dat je je hier wat hebt vertild.

    Jack is back: Ik vind het een origineel en veelbelovend gegeven, zo’n spookachtige seriemoordenaar door-de-jaren-heen. En het verhaal plaatsen in de context van een politieonderzoek is iets wat ikzelf ook passend vond (zie verhaal 5). De tijdsprongen en –verschillen doorbreken de lineariteit. Dat maakt het spannend maar vergt wel wat extra aandacht van de lezer. Waarom al die opzichtige parallellen met (personages uit) andere fictie/films/series (Titanic, Sleepy Hollow, Angel, Amityville Horror)? Voor mij doet dat wat af aan de originaliteit die dit verhaal onmiskenbaar in zich draagt.

    De Lazarusreflex: Mijn bijdrage. Ik heb geprobeerd te schrijven in de geest van Roald Dahl (‘the best ghost stories don’t have a ghost in them’) en Susan Hill (‘less is always more’), de lezer op het verkeerde been te zetten en in te spelen op een universele angst. We zullen zien of dat gelukt is.

    Manfield Manor: Een luchtig verhaal, soepeltjes verteld. Luchtigheid is een goed uitgangspunt voor een ghost story, maar ergens moet de draai komen naar echte spanning, en dat gebeurt niet. Karma is a bitch: een man vergiftigt per ongeluk zijn vrouw, dan zichzelf, en krijgt als paranormale trap na ook nog een vloek over zich uitgesproken. Waarom en door wie? Mijn belangrijkste kritiek is echter fundamenteler: ik mis in dit verhaal de erotiek. Het noemen van orale seks, en het feit dat de personages zich tot elkaar aangetrokken voelen geeft naar mijn mening onvoldoende invulling aan dat deel van de opdracht.

    Yoshitoshi’s poort naar de hemel: Oosterse mystiek en kunst, een vleugje filosofie, schoonheid en lijden. Het miskende genie van een kunstenaar die alsnog een podium krijgt op het lichaam van een vrouw. Erg originele uitwerking van het thema, beeldend en zorgvuldig beschreven, mooie erotiek. Een punt van kritiek: ‘Yoshitoshi had zijn droom eindelijk waargemaakt’, maar wat was die droom precies? Dat wordt nergens echt duidelijk. De creeps geeft het me niet, maar het is door zijn thema wel degelijk (en zeer letterlijk) een heel bijzonder en goed geschreven spookverhaal. Een potentiële winning story.

    De Dekenkist: Een verhaal in de traditie van de gothische spookverhalen. Een verlaten kasteel, krakende trappen, een vrouw alleen. De onheilspellende sfeertekening in het begin is geslaagd. Ik heb het zorgvuldig gelezen, en misschien mis ik iets, maar het wordt me niet duidelijk wat de dekenkist (die het verhaal zijn naam geeft) nu eigenlijk voor functie heeft. Ik neem aan dat de vampier daarin slaapt? Is de kier dan nodig om te ademen? Of is het haar list om sneller bij hem terug te kunnen keren? Ook de zin over zijn ‘lange tenen’ vond ik cryptisch.

    Succes allemaal en moge het beste verhaal winnen!

  6. De finale opdracht: Schrijf een erotisch spookverhaal van max. 1200 woorden.
    8 finalisten, 8 totaal verschillende verhalen.
    Ik heb getracht zo eerlijk mogelijk te zijn en dat valt niet mee. Ook geen gezeur over taalfouten, die er trouwens wel in voorkomen. Maar, beste collega’s, gelukkig hebben we allemaal een andere smaak, anders zou de wereld saai zijn en de lezer snel uitgelezen. Onderstaande feedback is dan ook absoluut niet kwetsend bedoeld, maar puur mijn persoonlijke mening, alsmede mijn top 3.
    En…, wie het ook is:
    Winnaar, van harte gefeliciteerd. Je hebt het toch maar mooi geflikt.

    1: In koelen bloede
    Zonder meer een opwindend, maar helaas voorspelbaar verhaal.
    Prachtig taalgebruik van de graaf, hoewel ik het woord madame net iets te vaak vind voorkomen. Kers op de taart zou zijn als zij hém had vermoord, omdat ze, ondanks haar passie, een vrouw van de wet blijft. Dat zou het verhaal net dat beetje extra hebben gegeven.

    2: Rutu Pa’u
    Na het lezen van dit verhaal, kom ik weer tot de conclusie dat ik absoluut geen liefhebber ben van Oosterse mythes. Dat heeft niets te maken met schrijfstijl en opbouw, want die is gewoon goed. Helaas vind ik het ook geen erotisch spookverhaal, maar meer een sexy mythe.

    3: Lilith
    Dit verhaal kan twee kanten op. Of je vindt het waanzinnig goed, of je vindt het een enorme draak. Er is geen gulden middenweg. Helaas behoor ik tot de tweede categorie. Een eindeloos durende opsomming van goed en kwaad, zonder verhaallijn. Ik heb me moeten dwingen verder te lezen en gelukkig maakte de schuingedrukte eindalinea het relaas een klein beetje goed. Bovendien vind ik ook hier weinig van de opdracht in terug. Jammer.
    Maar…, een groot compliment voor de auteur, want hij/zij heeft een bijzonder gedurfd finaleverhaal ingestuurd, terwijl de rest allemaal op veilig heeft gespeeld. Chapeau, want door deze “out of the box” versie, ben je wel mijn nummer 3.

    4: Jack is Back.
    Mijn eigen brouwsel, met een kleine uitleg. Als grapje heb ik alle namen “geleend” uit bekende series. Ben zeer benieuwd of het iemand is opgevallen.

    5: De Lazarusreflex
    Vanaf de eerste alinea had dit verhaal me in zijn greep.
    Een creepy story and I love it.
    Goed geschreven en een absoluut onverwacht eind. Uiteraard was mijn verdachte ook Eliana. Geweldig gevonden, die babyfoon!
    Dit verhaal is voor mij de grote winnaar van 2016.

    6: Manfield Manor
    Heerlijke story, vette humor, nuchtere heldin. Ik mis jammer genoeg alleen de erotiek.
    Bij dit verhaal kreeg ik wel een “heimwee” gevoel naar Deveraux en Woodiwiss. Een groter compliment kan ik je niet geven, want dat zijn de onbetwiste koninginnen van de historische romantiek en goed voor miljoenen lezers. Als je van Manfield Manor een roman maakt, word ik je eerste trouwe fan.

    7: Yoshitoshi’s poort naar de hemel.
    Helaas haak ik altijd af bij Chinese namen. Zoals ik al eerder zei, heb ik niets met Oosterse verhalen. Toch heb ik het helemaal gelezen. Hoewel het aangenaam erotisch is, kon het me niet boeien. Op de een of andere manier las het gewoon niet lekker. Bovendien vond ik er te veel info inzitten voor een story van slechts 1200 woorden. Sorry.

    8: De dekenkist
    In eerste instantie dacht ik, weer een vampierverhaal met een voorspelbaar eind.
    De sfeervolle en fijne schrijfwijze waarop het verteld werd, nodigde echter uit tot verder lezen. En naarmate het verhaal vorderde, naarmate ik het steeds beter vond.
    De auteur had standaard kunnen eindigen, maar de eindalinea, met de verwijzing naar de lucifer in de kist, gaf dit verhaal net dat beetje meer en is daarom mijn nummer 2.

  7. De verhalen in deze finale hadden allemaal een hoog tot heel hoog niveau. Ik heb ze bijna allemaal met veel plezier, spanning of ontroering gelezen.

    Verhaal1: In Koelen Bloede – dit verhaal sprak mij minder aan.

    Verhaal2: Dit verhaal komt op het eind tot leven met de mooie paragraaf over de mensachtige vogel die tussen haar benen bezit van haar neemt. Het is wel wat laat in het verhaal en jammer dat deze scene niet wat langer duurt.

    Verhaal3: Lilith zou de eerste vrouw van Adam in het paradijs zijn geweest. Zou zij daarom nu zeggen “Gij, hoerenzoon (afstammeling van Eva) begeef uw strijd?” Mooi gevonden, het Bijbelse en magische taalgebruik schept wel veel afstand maar is zo consequent volgehouden dat ik er erg van genoten heb. Ondanks dat spat de zinnelijkheid van Lilith van het perkament, eh… papier natuurlijk. “Zwem in de vreugde van mijn sappen…mijn demonische kut.” Alle registers van worden hier opengetrokken, bravo!

    Verhaal4: Is wel goed geschreven, maar ik vind het verhaal eigenlijk gevangen in een te ingewikkeld plot. Ik had moeite me in te leven in het verhaal.

    Verhaal 5: Lazarusreflex: Geweldig, ik was hierdoor echt geraakt. Degene die dit geschreven heeft beheerst de gave om te doseren. Dus niet: wreed plus hard = hard, maar: teder plus wreed = hard. Het contrast tussen het teder bedoelde kinderliedje en de dubbele, wrange betekenis die het gaande het verhaal krijgt, vond ik meeslepend. Mijn favoriet. Heel mooi.

    Verhaal 6: Dit verhaal, Manfield Manor sprak me minder aan, voor mij minder verrassend.

    Verhaal7: Yoshitoshi´s poort naar de hemel: dit verhaal is zeker goed geschreven en de erotische scene is goed, maar ik kon me niet goed inleven in de personages en wat hen drijft.

    Verhaal8: De Dekenkist: Een verhaal over eeuwige liefde en verlangen, maar ik voelde het minder mee. De aanloop is wat lang en enigszins voorspelbaar, de clou aan het eind wat te veel uitgelegd.

    Deelnemers bedankt voor de mooie verhalen in 2016!

  8. Tjee, de finale. Negen rondes lang hebben de auteurs zich door de marathon heen geworsteld en hebben zich in creatieve zin volledig uitgerekt om het Finale verhaal te schrijven.

    Complimenten aan Antoinette, die niet alleen tien zeer uitdagende opdrachten heeft neergezet, met als klapstuk de laatste opdracht, maar ook veel tijd en moeite heeft gestoken in het integer volbrengen van een bewogen wedstrijd. You did a GREAT job!
    Als titelverdedigster van de Marathon 2015, had ik het zwaar met de laatste opdracht. Ik wilde heel veel PhiLizasophy of Lust in het verhaal brengen, mijn persoonlijke opvattingen en mijn stempel. Daarbij ook een spannend en erotisch verhaal, dat de lezer kan boeien. Pfff. Het is een persoonlijk verhaal geworden, dat me heel na aan het hart ligt. Ik heb me niet geheel gehouden aan de tradities van een echt spookverhaal: er blijven weinig raadsels over. Maar toch wilde ik het zo schrijven.
    Of ik daarmee ga winnen, dat is maar zeer de vraag. De concurrentie is pittig.

    Niet wetende wie er heeft gewonnen, geef ik mijn zeer kritische (het is tenslotte de finale) en ongezouten mening over mijn collega’s. Dat is enorm lastig en beladen. Want het feit dat ze in de finale zijn aangekomen, bewijst dat ze een hell of a job achter de rug hebben. Dat in zichzelf is werkelijk een compliment waard. Allez, ik geef hier mijn blik en zienswijze. Weet daarbij dat ik ongezouten en extra kritisch ben door de finale en dat ik jullie allemaal bijzonder waardeer! Het was ook dit jaar een prachtige reis, dank aan alle deelnemers en de finalisten in het bijzonder voor het plezier, de inspanning, de spanning en de prachtige verhalen!

    1. In Koelen Bloede: Eerlijk is eerlijk – dit is een opwindend verhaal. Het is mooi geschreven, bouwt de spanning goed op en de specifieke erotische scene vind ik geil. Maarrrrrr: is een vampier een spook? In mijn optiek niet. Ook vind ik de traditionele setting van een graaf in een kasteel wel erg cliché en voorspelbaar.
    En, met een zeer kritische blik omdat het nu eenmaal de finale is, vind ik de kleine foutjes echt niet kunnen. Uw ipv u, ergens een punt vergeten, vingers volgt…oei!

    2. Rutu Pa’u: Wat een mooie titel! Daar krijg je zin van om het te lezen. De setting vind ik mooi en spannend, lekker anders en exotisch. Maar, ik val ongezouten met de deur in huis, ik vind het niet mooi. De zinnen zijn niet vloeiend. Het is plat geschreven. Ik snap de clou niet (zit er een clou in?). Er komt dan wel een mythisch dier tevoorschijn, maar dat is geen spook, en, mocht er al iets van opwinding inzitten, wordt dit weer volledig weggevaagd door de laatste zin. Waarom in vredesnaam zeggen dat je het verzonnen hebt? Zonde, de verhaallijn is origineel, maar wordt niet optimaal benut.

    3. Lilith: Dit vond ik een lastige. Het is erg bloemrijk en vol geschreven. Hoewel er mooie zinnen, beelden en woorden in zitten, is het lezen ervan erg moeilijk en lastig, te bloemrijk, te uitgebreid. Het maakt dat ik niet mee kan in de enkele erotische woorden en zinnen, die erg uit de toon vallen bij de formele en pompeuze taal van de spreekster. Het thema an sich kan ik zeer waarderen, maar of de Bijbelse en later mythische Lilith nu zo bekend is bij het publiek? Zonder uitleg moeilijk te volgen. De monoloog is te lang, ik mis de interactie. Overigens wel een prachtige clou en waardering voor de originele insteek van de auteur!

    4. Jack is Back: Grappig, er zitten een aantal verhalen in deze finale die gaan over vreemd moordende spoken en politiechefs. Het verhaal is origineel, de vele verwijzingen naar andere griezelverhalen- films en series zijn leuk en het is solide geschreven. Mooi hoe de auteur heen en weer springt in setting, in tijd en daar toch een goed geheel van weet te maken. De ontknoping is ietwat gekunsteld, maar dat zal wellicht te wijten zijn aan de beperking van het aantal woorden. Mooie zin: Hij kuste haar vol overgave en haar hart en longen stroomden vol van zijn liefde. Leuk dat veel woorden verwijzen naar dat water: golven, overspoelen, vloedgolf. Tip aan de auteur: de erotische scene’s zijn nogal cliché, dat mag best origineler.

    5. De Lazarusreflex: De titel alleen al deed me direct vermoeden wie dit heeft geschreven en na het lezen van het verhaal word ik niet teleurgesteld. Hoewel het ook hier een politiechef betreft, is de ontknoping verrukkelijk anders. De lezer blijft in raadsels achter, zoals het bij een goed spookverhaal betaamt. Je voelt dat het niet klopt, dat Querido niet mee moet gaan en je denkt dat het aan haar ligt. Maar dan dat verschrikkelijke besef dat, als ik het goed raad, de stalker nog steeds rondwaart en nu haar dochtertje….brrrr! Daarbij: prachtig solide en vloeiend geschreven, een zeer erotisch beeld hoe ze hem verleid, hoogtepunt met de zin: een oase in de woestijn van Querido’s verlangen. Het enige verhaal dat aan een traditioneel spookverhaal voldoet (doet de mijne dus ook niet).

    6. Manfield Manor: Een goed lineair verhaal, ontegenzeggelijk, en prima geschreven ook. Maar: waar is de erotiek?? En waar is de opwinding, de spanning, de creepy-ness van, met en door het spook? Jammer, want er zitten zulke leuke stukken in (hij vergiftigd per ongeluk ook zichzelf?). Omdat er geen spanning in het verhaal zit en geen erotiek, is het einde veel te romantisch.

    7. Yoshitoshi’s poort naar de hemel: Oke, dat was ik dus. Hoop dat jullie het mooi vonden. Tsukioka Yoshitoshi heeft echt bestaan, Paul Binnie heeft echt deze print gemaakt. Zoek het maar op. De prent staat bij mijn post op mijn website.

    8. De dekenkist: Lekker uitgelezen setting voor een spookverhaal, die de auteur goed benut. Maar pfoe, wat een lap tekst! Waar zijn de witregels, de paragrafen, de stiltes in de tekst, de uitdaging voor de lezer? Kan toch niet, in de finale? De verhaallijn – het oude kasteel en een vampier (een vampier is geen spook!) voldoet niet aan mijn behoefte aan originaliteit. Ook krijg ik het gevoel dat er stukjes uit ontbreken (wellicht vanwege de word-count). Waarom een lucifer tussen de klep van de kist bijvoorbeeld? Er is veel focus op de erotische scene en dat vind ik prettig. Jammer dat de verhaallijn daarmee inboet en de auteur erg veel cliché woorden gebruikt.

  9. Noortje says:

    Hoe graag ik voor deze laatste ronde ook alle verhalen van feedback zou willen voorzien; helaas ontbreekt het me aan tijd.
    De nrs. 1, 4 en 7 sprongen er voor mij uit. Nr. 3 kwam ik niet door, sorry. Ik raakte er niet door geboeid. Nr. 6 vond ik te weinig erotiek bevatten.

    Alle deelnemers, bedankt voor jullie verhalen en voor de feedback op die van mij 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *