Het gebruik van dialoog in verhalen

Moderne verhalen zijn gevuld met dialoog. Wanneer je een boek leest, dan is meer dan 50% van je boek gevuld met teksten waar de personages met elkaar praten. Vaak zijn beginnende schrijvers bang om dialoog te gebruiken, en dat is ook terecht, want het schrijven van dialoog is complex. Een auteur moet de indruk geven dat personages met elkaar praten alsof ze in de echte wereld leven. Toch ligt hier al een valkuil, want de ‘echte wereld’ heeft geen plot. Alledaagse conversaties hebben vaak geen doel. Ze zijn er voor de schijn en bestaan vaak uit het uitwisselen van een groet of beleefdheden. Het zijn zinloze gesprekken, die niet thuishoren in een verhaal.

Hoe kan een auteur alleen noodzakelijke dialoog toevoegen?

Een manier is om een verscheidenheid aan romans te lezen die over de laatste tien jaar zijn gepubliceerd. Onderzoek de dialoog. Goede auteurs gebruik alleen dialoog als het noodzakelijk is voor het verhaal. Dit betekent soms dat de dialoog tot het minimum is teruggebracht, maar dit is nodig. Onnodige conversaties moet nooit deel uitmaken van een verhaal. Lezers verwachten dat een gesprek van belang is.

Drie redenen

Er zijn drie redenen om dialoog in een verhaal te gebruiken:

Dialoog moet de plot vooruithelpen
“Laten we gaan.” is beter als om te zeggen ‘Peter heeft gezegd dat ze moeten gaan.’

Dialoog moet de personage onthullen
Elk woord dat een personage gebruikt moet laten zien wat voor soort persoon het is.

Dialoog moet informatie geven
Wees voorzichtig met deze, want er is een fijne lijn tussen het geven van informatie en de lezer vervelen met onnodige details. Laat je personages niet vertellen in dialoog, maar gebruik eerder een korte samenvatting.

Tien fouten om te vermijden

Goede dialoog schrijven is ingewikkeld. Dit zijn de fouten om te vermijden:

Stroeve uitwisselingen
De dialoog klinkt niet natuurlijk. Lees het hardop om te horen of het iets is wat de personage zou zeggen.

Vergelijkbare stemmen
Zorg ervoor dat iedere personage een eigen stem heeft. Elk personage heeft een bepaald manier van spreken en een bepaald vocabulaire. Je kunt door het gebruiken van deze techniek details over de personage geven.

Koetjes en kalfjes
Soms worden gesprekken over koetjes en kalfjes toegevoegd omdat personages al een tijdje niet hebben gesproken. Dialoog moet gebruikt worden voor onmiddellijke actie of om emoties of drijfveren van personages te onthullen.

Expositie
Dit is wanneer een personage een verhaal in dialoog vertelt. Dit is volledig het tegenovergestelde van ‘show don’t tell’.

Namen in dialoog
Gebruik namen spaarzaam in dialoog. In echte gesprekken worden namen ook alleen maar gebruikt om iemands aandacht te krijgen of een punt te benadrukken.

Te veel bijwoorden
Gebruik het woord ‘zegt’ in plaats van ‘schreeuwt’, ‘stottert’, ‘roept’, ‘huilt’, ‘fluistert’, ‘aarzelt’ of ‘insinueert’. De acties, woorden of lichaamstaal van de personage moeten hun stemming overbrengen.

Vergeten dialoog labels
Een dialoog label is wanneer spraak aangevuld wordt met ‘zegt hij’ of ‘zegt zij’. Als een lezer moet stoppen omdat hij niet weet wie er praat, dan moet er meer dialoog labels gebruikt worden. Maar, het is net zo belangrijk om een pagina niet vol te zetten met dialoog labels.

Foute punctuatie bij dialoog
Gebruik de correcte aanhalingstekens, waarbij je vooraf beslist of je enkele of dubbele aanhalingstekens wil gebruiken. Gebruik ze consequent!

Onbelangrijke gesprekken
Dit is anders dan punt 3 hierboven. Als een personage maandag terug zal zijn, hoeft deze informatie niet tussen twee personages gedeeld te worden, maar een personage kan het wel denken. Gesprekken moeten frictie of spanning veroorzaken en informatie toevoegen. Als dat niet het geval is, laat ze weg.

Te veel gesprekken
Soms is een stilte krachtiger dan woorden. Er zijn tijden wanneer er geen woorden zijn om het gevoel van een personage over te dragen; wanneer een personage het niet kan uitspreken. Gebruik deze techniek spaarzaam om het effectiever te maken.

Gebruik van leestekens bij dialoog

Bij het schrijven van dialoog is het belangrijk om de leestekens correct te gebruiken zodat lezers weten wie er aan het spreken is.

• Gebruik aanhalingstekens voor en na de exacte woorden van een personage. Plaats een punt binnen de afsluitende aanhalingstekens.

“Sanne en Tijn gaan met ons mee.”

• Gebruik een komma voor een dialoog label. De komma staat binnen de aanhalingstekens.

“Laten we gaan,” zegt Tijn.

• Als de dialoog label voor de gesproken woorden staan, gebruik je een dubbele punt na de dialoog label.

Sanne zegt: “Ik blijf hier.”

• Gebruik aanhalingstekens rond ieder deel van een verdeelde dialoog en vergeet niet de komma voor de dialoog label.

“Kom op, Sanne,” zegt Tijn, “het wordt leuk.”

• Plaats een vraagteken of uitroepteken binnen de aanhalingstekens.

“Ik heb geen zin! Waarom moet ik mee?” vraagt Sanne.

• Begin altijd op een nieuwe regel als een ander personage spreekt.

Verrijk je verhalen met dialoog, maar verveel je lezer niet met het zwart-op-wit gesproken woord.

© EWA Nederland

3 thoughts on “Het gebruik van dialoog in verhalen

  1. De plaats van leestekens is onderwerp van discussie. Ik citeer even ‘OnzeTaal.nl’:

    Als de zin begint met het citaat, vervalt de punt (het vraagteken blijft staan), en wordt het citaat gevolgd door een komma. Na een vraagteken of uitroepteken kan die komma weggelaten worden, maar het hoeft niet:
    “Ik hou niet van appeltaart”, zei ik.
    “Hebt u een klantenkaart?”, vroeg de kassière.
    “Hebt u een klantenkaart?” vroeg de kassière.

    […]

    Veel mensen twijfelen over de plaats van de komma als een citaat wordt onderbroken, en ook adviesboeken zijn het hierover niet altijd met elkaar eens. Wij zetten zelf de komma binnen de aanhalingstekens als hij ook in de hele geciteerde zin voorkomt, en buiten de aanhalingstekens als dat niet het geval is:

    “Kortom,” besloot hij zijn verhaal, “we hadden een heerlijke vakantie.” (De hele geciteerde zin is: ‘Kortom, we hadden een heerlijke vakantie.’)
    “Waarom”, wilde mijn broertje weten, “zijn bananen krom?” (De hele geciteerde zin is: ‘Waarom zijn bananen krom?’)
    Overigens houden uitgevers van romans en andere fictieboeken vaak net iets andere regels aan. Ze hanteren de ELDA-regel: ‘eerst leesteken, dan aanhalingsteken’. Dat wil zeggen dat de komma in de volgende zinnen in veel boeken binnen de aanhalingstekens wordt geplaatst, hoewel die eigenlijk niet bij het citaat hoort:

    “Ik hou niet van appeltaart,” zei ik.
    “Waarom,” wilde mijn broertje weten, “zijn bananen krom?”

  2. 2Pet says:

    Een opmerking: Het gebruik van leestekens is beschreven zoals ik het heb geleerd. Daar staat tegenover dat bijvoorbeeld Gustaaf Peek geen aanhalingstekens gebruikt. Hij of zijn editor lijken een andere regel te hanteren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *