Gastbericht: Word de regisseur van jouw verhaal

Het bedenken van een goed verhaal betekent niet per definitie dat je jouw lezers hier ook mee weet te boeien. De manier waarop je het verhaal vertelt, hoe je de informatie “voorschotelt” is minstens zo belangrijk. Volgorde en tijd zijn belangrijke elementen waar je als schrijver mee kunt spelen om meer spanning in je verhaal te brengen. Waar moet je dan aan denken? Hierbij een aantal tips.

Startpunt

Waar begin je je verhaal? Hiervoor heb je verschillende opties:

  • Voor het begin van de gebeurtenissen in je verhaallijn met een inleiding/proloog. In de inleiding of proloog kun je alvast wat zaken introduceren, zoals de hoofdpersonen, de plaats waar het verhaal zich afspeelt en een stukje voorgeschiedenis. Hierdoor krijgt de lezer al informatie voordat hij begint aan het echte verhaal. Houd een inleiding zo kort mogelijk en geef alleen informatie de lezer echte nodig heeft om in het verhaal te komen.
  • Aan het begin van de gebeurtenissen in je verhaallijn. Je begint te vertellen waar het verhaal ook daadwerkelijk begint en geeft de lezer geen “voorafje.”
  • Ergens in het midden van de gebeurtenissen in je verhaallijn. De lezer valt midden in het verhaal en komt later pas te weten wat er daarvoor is gebeurd. De gebeurtenissen worden niet verteld in de volgorde waarin ze daadwerkelijk zijn gebeurd. Deze manier van vertellen heeft als consequentie dat de lezer altijd op één of andere manier een terugblik moet krijgen naar de gebeurtenissen die eerder zijn gebeurd.
  • Aan het einde van de gebeurtenissen. Het verhaal is dan één grote terugblik op “hoe het zo gekomen is.” Als je kiest voor deze vorm, zorg dan dat het einde veel vragen oproept bij de lezer. Dus niet: “Ze leefden nog lang en gelukkig.”
    Een bijzondere vorm van deze manier van vertellen is de cyclische verhaalvorm, waarbij het einde tevens een begin is, waardoor het hele verhaal opnieuw zou kunnen starten.

 

Volgorde

perspectiefAfhankelijk van je startpunt kun je je verhaal in chronologische volgorde (de volgorde waarin de gebeurtenissen daadwerkelijk plaatsvinden) vertellen of niet. Denk na over wat je de lezer wilt laten “beleven” met je verhaal. Komt er in jouw verhaal een cruciaal moment of een dramatische gebeurtenis voor dan kun je lezer meteen het verhaal intrekken door met deze gebeurtenis te beginnen. Draait jouw verhaal om een “clou” dan kun je de lezer nog even in spanning houden of op het verkeerde been zetten door sprongen in de tijd te maken. Speelt de ontwikkeling van karakters in jouw verhaal een belangrijke rol, dan is de chronologische vertelwijze vaak het meest duidelijk. Kortom, kies een vertelwijze die functioneel is voor jouw verhaal.

Flashback en flash forward

Een flashback is een terugblik. De lezer wordt meegenomen naar het verleden en komt hierdoor meer te weten over de personages of over belangrijke gebeurtenissen. Gebruik flashbacks alleen als je verhaal hierdoor meer spanning, diepte of betekenis krijgt. Flashbacks kunnen op veel verschillende manieren in een verhaal worden verwerkt. De meest voor de hand liggende is dat iemand, één van de personages of de verteller, terugdenkt aan het verleden of hierover vertelt in een dialoog. Een flashback kan echter ook op andere manieren in een verhaal worden verwerkt, bijvoorbeeld in de vorm van een brief, foto of film die een gebeurtenis uit het verleden weergeeft.

Een flash forward is een blik in toekomst. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de feitelijke en de niet-feitelijke flash forward. De feitelijke flash forward wordt gegeven door iemand die daadwerkelijk kennis heeft van de toekomstige gebeurtenissen en kan in principe alleen worden gebruikt als er in het verhaal een “alwetende verteller” is (die al weet hoe het verhaal afloopt) of als personages op andere wijze kennis kunnen hebben van gebeurtenissen in de toekomst. Zoals bijvoorbeeld in fantasy of science fiction verhalen waar in de toekomst gekeken of gereisd kan worden (denk aan de film “Back to the Future”).
In de niet-feitelijke flash forward komen verwachtingen, wensen of angsten van de personages voor de toekomst aan de orde. Bijvoorbeeld: iemand denkt dat ze stervende is en ziet in gedachten haar kinderen zonder haar opgroeien. Deze vorm kun je gebruiken om een scène meer emotionele lading te geven.

Wees spaarzaam met het gebruik van flashbacks en flash forwards en gebruik deze alleen als het ook echt iets toevoegt aan de impact van je verhaal. Zorg ook dat de lezers niet in verwarring raken door onverwachte tijdssprongen en afhaken. Neem de lezer mee en maak duidelijk dat een personage zich iets herinnert of ergens naar vooruitkijkt.

Tijdssprong, tijdsverdichting en tijdsvertraging

Je hoeft niet alle gebeurtenissen in je verhaal even uitgebreid te beschrijven. Tempowisselingen in je verhaal houden de aandacht van de lezer vast. Je kunt dit op verschillende manieren in je verhaal toepassen.

  • Gebeurtenissen die niet relevant zijn voor je verhaal kun je gewoon overslaan. Begin dan de volgende passage na een witregel. Zorg wel dat je lezer voldoende aanwijzingen krijgt om het tijd-gat dat in je verhaal ontstaat te overbruggen en weet waar het vervolg van het verhaal in tijd geplaatst moet worden.
  • Je kunt ook een gebeurtenis die in werkelijkheid langer duurt, zeer kort samenvatten, alsof je een film op “fast forward” zet. Je kunt dit gebruiken als je gebeurtenissen wel wilt noemen, maar er (nog) niet te diep op in wilt gaan.
  • Dit is het tegenovergestelde van tijdsverdichting, je beschrijft een gebeurtenis die in werkelijkheid niet zo lang duurt zeer uitgebreid en gedetailleerd. Hiermee bereik je een soort “slow motion” effect in je verhaal. Deze techniek kun je gebruiken bij scènes die erg belangrijk zijn en een hoogtepunt vormen in je verhaal.

Speel eens met tijd en volgorde en wordt de regisseur van de beleving van jouw lezer. Als je het lastig vindt om dit meteen tijdens het schrijven toe te passen, schrijf dan eerst je verhaal in chronologische volgorde en kijk daarna hoe je de impact kunt vergroten met tijd- en volgorde elementen. Succes!

Bron foto

© Monica Roos

One thought on “Gastbericht: Word de regisseur van jouw verhaal

  1. 2Pet says:

    Nuttige info voor iedere schrijver, denk ik. Mijn ervaring is dat je niet te veel in de tijd heen en weer moet springen, omdat de vluchtige lezer dan in de war raakt en afhaakt. Waar ik mee experimenteer is het samenvlechten van twee verhalenlijnen in een verhaal. Wat het beste werkt (verhaal in een verhaal, gebruik maken van typografie, …) weet ik nog niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *