Schrijfmarathon 2017: Finale (Ronde 10)

De finale!

Vijf deelnemers kregen zes weken geleden de finale opdracht toegestuurd. Helaas besloot een deelnemer zich in dit late stadium van de wedstrijd te onttrekken.

Daarom bieden we jullie vandaag vier finale verhalen waaruit de winnaar van de Schrijfmarathon 2017 gekozen mag worden.

De opdracht was:

Whodunit?

Jouw verhaal is maximaal 2000 woorden, exclusief de titel.

Lees alle teksten en stem dan op de 3 verhalen die jou het meest aanspreken. Je kunt niet op meer dan 3 stukken stemmen, maar ook niet op minder. Vergeet niet om op de knop ‘Finish Survey’ te klikken als jij jouw drie keuzes hebt aangevinkt.

Deelnemers mogen niet bekend maken welke tekst ze geschreven hebben.

Per persoon mag 1 keer gestemd worden.

De stemronde sluit op vrijdag, 17 november 2017 om 23.45u.

Bij het bekend maken van de uitslag van deze stemronde, vertellen we ook welke tekst van welke deelnemer is.

Veel leesplezier!

Bron foto

© EWA Nederland


1) De Penalty Killer

Een ervaren rechercheur weet altijd wie de waarheid spreekt: dat is de klok die aan de muur hangt in de koffiehoek. Elke maandag zette ik daarom om tien voor negen mijn eerste kartonnen bekertje van de week onder het mondstuk van de koffieautomaat. Een druk op de knop deed het oude apparaat ratelen met het geluid van koffiebonen die gemalen werden. Het bruine vocht stonk naar afwas en ik spoelde mijn dromen ermee weg.
De maandagochtend lag dan voor me, met administratie om te doen en voetbal om over te praten. Praten over al gespeelde wedstrijden was fijn. Dan verdween de stilte en maakte plaats voor een wegwerpjas van kameraadschap.
‘Drie penalty’s, allemaal gemist.’
‘Begrijp jij dat nou?’
‘Ik had nou nog maar vijf goed in de Toto.’
Voetbal interesseerde me verder geen bal. Mijn weekend vulde ik door te vissen in een stadsvijver vol drijvend wier en plastic. Op zaterdagavond ging ik relaxen bij Noy op de Dordtselaan. Ze was niet knap, maar wel heel aardig. ‘Leegmaken?´ vroeg ze elke keer aan het eind van de massage, met mijn dikke geslacht in haar kleine hand. Als ik er wat bijlegde, schoof ze haar lippen over mijn eikel en dan loosde ik alles in haar mond. Daarna sloot ze de salon af en ging ik leeg naar huis, net op tijd om de samenvattingen te zien en af te wachten wat de Lotto deed. Alles was al die jaren hetzelfde, alles was te overzien. Lotto, Toto, de mond van Noy en de kantoorkoffie als maandagse mondspoeling. Alles was in evenwicht tot om 09.13 eindelijk de melding kwam die alles zou veranderen.

De hele afdeling stond nog rond de koffieautomaat toen mijn stagiair Stef kwam aanrennen vanuit het trappenhuis. Na dertig jaar dienstverband bij de politie had ik het belangrijkste principe van het schakelbewijs geleerd: als iemand de trap neemt komt dat omdat die niet op de lift wil wachten. En als iemand niet op de lift wil wachten heeft die haast. En als iemand bij de politie haast heeft, is er iets gebeurd. Ik zette dus rustig mijn koffiebekertje neer.
‘Chef we hebben een stijve,’ hijgde Stef met uitpuilende ogen. Onmiddellijk stopten alle gesprekken. Een stijve was de geheime code op de afdeling Recherche als er een dode vrouw was gevonden en als je geluk had was die ook nog naakt. Het was daarom zaak zo snel mogelijk ter plaatse te geraken. Nu was het eigenlijk zonde dat Noy mij eergisteren al had ´leeggemaakt.´

Het lichaam lag in de kleedkamer van RVSV. Het was Lisette Zeegers, spits van Dames 1. Ze rustte op haar buik, gedrapeerd over een laag houten bankje in het midden van de kleedruimte, haar rechterbeen gestrekt, het linker nog wat opgetrokken. Lang blond haar hing voor haar gezicht en er lag een plasje bloed op de grond. Ik keek naar haar ronde witte billen. ‘De Penaltykiller´ stond er op geschreven met dik aangezette letters. Het leek een tattoo maar het was inkt van een viltstift. Ik liet mijn vingertoppen over haar rug naar beneden glijden, het lichaam was koud, ik voelde mijn stijve zwellen als in de hand van Noy. Terwijl de Technische Dienst bezig was, vroeg ik me af hoe lang mijn zaad zou kunnen blijven leven tussen de weefsels in haar dode schoot. Het was een vreemde gedachte. Ik wilde het aan de stagiair vragen maar Stef was nog steeds druk met foto’s nemen van Lisette. Ik zag dat hij een selfie bij haar lijk maakte.
‘Je mag haar zo niet posten Stef,’ zei ik. ‘Zelfs niet onherkenbaar gemaakt. Ook al maakt ze je nog zo geil.’
‘Daar doe ik het niet voor Chef. Ik probeer alleen de nieuwe camera even uit.’
‘Oh dan is het goed. Wil je zo ook wat koffie? Dan gaan we eens wat betrokkenen ondervragen in de kantine.’

Klassiek speurderswerk. Er zijn er niet zo veel meer die dat beheersen. Speurders zijn mensen die begrijpen dat de waarheid altijd ergens sluimert tussen taxichauffeurs en serveersters. Taxichauffeurs die weten waar je bent geweest en serveersters die zich herinneren wat je hebt gedronken. Die mensen zijn de moeite. Want waarom zou een man anders zijn tijd en geld besteden om naar een bar te gaan? De kunst is om die sluimerende waarheid te doen ontwaken. Stef had nog niet veel gevoel voor die dingen. Het verhoor van kantinejuffrouw Tineke liep daarom stroef.

‘Koffie graag.’
‘Ja goed.’
‘Waar is suiker?’
‘‘Suiker staat daar.’
‘Wie heeft Lisette vermoord?’

‘Ok, laat mij maar Stef.’
Tineke was een jaar of vijftig, blond en glossy op haar eigen manier. Ze droeg een gouden kettinkje dat de gerimpelde huid in haar hals benadrukte. Met een glimlach schonk ze een bekertje koffie voor me in en schoof het over de bar naar me toe. Pas toen het vlak voor mijn neus stond, liet ze het langzaam los.
‘Het is zijn schuld niet Tineke. Die jongen komt van de afdeling Formulieren. Daarom vraagt hij maar raak.’
‘En jij? Heb je een revolver of een pistool?’ vroeg ze. Ze legde een geringde hand op haar volle heup.
‘Het is een wapen,’ zei ik.
‘Goed. Jij weet alles van wapens maar ik weet alles van deze club. En ik zeg je: er klopt iets niet. Het is een bizar seizoen met rare uitslagen. Lisette kreeg elke wedstrijd penalty’s te nemen, soms wel drie per wedstrijd. Ze schoot ze er altijd in. Maar afgelopen zondag tegen GSAVV ging het fout.’
‘‘Wat ging er fout?’ vroeg ik. Miste ze?’
‘Ja, ze miste ze allemaal.’
‘Allemaal? Hoeveel waren het er dan?’
‘Zeven. Zeven penalty’s. Ik hoorde het van Marleen, de linksbuiten. Lisette schoot de zevende penalty zachtjes naar de keeper. Het rollertje kwam nauwelijks tot de doellijn. Toen de keeper de bal opraapte, zei de scheidsrechter dat ze te vroeg had bewogen en moest Lisette de penalty opnieuw nemen. De tweede keer schoot ze over. De scheidsrechter zei dat ook die moest worden overgenomen.
‘Overgenomen? Waarom?’
‘Omdat er nog niet gefloten was. De derde keer schoot ze naast. De supporters waren woest. Gisteren is ze op Twitter bedreigd.’
‘Bedreigd? Door wie?’
‘Joop den Heyer. Zijn nick is deventer63’
‘Ik heb het al gevonden Chef,’ zei Stef. ‘Hier staat het:
‘Vieze vuile #LisetteZeegers ik neem een met prikkeldraad omwikkelde komkommer voor je mee #penaltyhoer.’
Denkwerk begint waar wartaal eindigt. Ik fronste mijn zware wenkbrauwen en begon te prakkizeren. Hadden de gemiste penaltys ermee te maken? Die zeven keer expres naast geschoten bal? Het sloeg allemaal nergens op. Ik kwam er zo niet uit.
‘Stef, roer godverdomme niet met je potlood in je koffie. Ik kan me zo niet concentreren.’
‘Ik zie de roerstaafjes niet Chef.’
‘Allemaal ellende jongen, er is ook geen koffiecreamer meer. Het is armoe op de club sinds we zijn opgekocht door die Parijzenaar.’

Soms, als een man het niet meer ziet. Als de gedachten in zijn radeloze hoofd rondspiralen als afwaswater in een afvoerputje, dan is het enige dat helpt een frisse blik opzij. Mijn blik dwaalde af van het potlood van Stef naar de dame in het midden van de kantine. Haar silhouet omhelsde de schaduw die zij op een witte pilaar wierp. Ze droeg een duur mantelpak met daaronder een lichtblauwe blouse. Aan haar slanke polsen rinkelden dunne gouden armbandjes. Haar knappe gezicht werd omlijst door halflang lichtblond haar en ze had een koude, blauwige glans in haar ogen. Deze informante verdiende het eens stevig aan de tand gevoeld te worden.
Ze stak een slappe, koele hand uit en legde die lui in die van mij. Haar nagels waren perfect gemanicuurd. ‘Ik ben Marleen, de linksbuiten van Dames 1.’ Ze kwam los van de pilaar en liep met trage heupbewegingen naar de bar. Ik voelde de leegmaakgreep van Noy klemmen in mijn broek.
‘Heb je wel eens gehoord van de penalty killer?’ vroeg ik.
‘Weet jij niks van voetbal? Een penalty killer is een keeper. Doelverdedigers zijn de moedigste spelers, de enigen die de hele wedstrijd met hun rug naar het publiek durven te staan.’
‘Je liegt,’ zei ik. Er is geen moed nodig om iemand te doden. Alleen een motief. Soms zelfs dat niet eens. Het is zo gebeurd. Het is niks bijzonders. Iedereen is ertoe in staat.’

‘Het was dit seizoen begonnen,’ zei Marleen. ‘Inzetten op je eigen wedstrijd. Het mag natuurlijk niet maar we zaten allemaal krap. Het leek zo onschuldig. Je deed gewoon een extra pirouetje en dan leed je balverlies. Je trok een sprintje in de leegte in plaats van in de diepte. Niemand zou het zien, niemand zou het merken. Alleen Lisette wilde er niet aan mee doen. Ze begon de afspraken te saboteren en nu staat ze levenslang buitenspel.’
Als een mantra prevelde ze: de bal is hol, de bal is rond, de bal is bol en hobbelt verder langs de lijn. Hoe kan iets dat van binnen leeg is, zo hard aankomen?”

Dit was de doorbraak waar ik op gehoopt had. Marleen reed me in haar Audi naar een goedkoop motel om dieper op de zaak in te gaan. Terwijl ze onder de douche stond, gluurde ik door de Luxaflex naar buiten. Niemand te zien. Daarna ging ik op het groezelige bed zitten en zette de televisie aan. De trainer van Dames 1, Nol Koudijzer, werd geïnterviewd door een sportkanaal. Hij was een oude man met een witte snor en bakkebaarden.

‘Lisette was een elegante speelster. Ze draaide pirouettes als een turnster, de bal bleef altijd plakken aan haar voet. Ik genoot van haar kronkelende slaloms langs houterige verdedigsters. Ze was zo los in de heupen, zo lenig. Haar paardenstaart wapperde als een blonde vlag waarmee ze zei: ik ben je voorbij, wat een sukkeltje ben jij! Toen ik dat wist, begreep ik eh… wat ik zelf bedoelde.”

‘Wat een stom interview met die trainer vind je ook niet?’ Marleen stond met haar handdoek omgeslagen op de drempel van de douche. ‘Hij was verliefd op Lisette maar ze lachte hem uit. Ze noemde hem ‘Ouwe Nol.”
‘Hij klinkt niet verliefd, Marleen. Eerder geil. Ik zou wel eens op zijn harde schijf willen kijken.’
Marleen liet haar handdoek op de drempel vallen en ik zag dat zij een linksbuiten was waar de klasse vanaf droop. Ze vlijde zich tegen mij aan, ik voelde haar grote tepels tegen mijn borst drukken. Ik was een tepelman, dat wist ik zeker toen ze met een hand mijn vuurwapen begon door te laden. Ik doopte de loop zachtjes in haar rode roos. Haar lenige lichaam kronkelde onder mijn soepele bewegingen, ze ademde stotend in het ritme van de losse kogels in mijn zak. Met grote ogen verstijfde ze schokkend in mijn armen, alsof ik haar getaserd had. Pas toen drukte ik mijn lading in haar af.
We zwegen en staarden in de motelkamer naar de televisie, ieder in onze eigen roes. De Toto uitslagen werden voorgelezen.
‘Alweer maar vijf goed in de Toto,’ zei ik.
‘Je moet anders gaan inzetten,’ zei ze. ‘Op de benefietwedstrijd voor Lisette. Ik ga een-nul maken door een penalty in de 63e minuut. Daarna pak ik een rode kaart. Zet daar maar al je spaargeld op. De Parijzenaar betaalt altijd uit.’

Er zijn momenten in het leven van een man dat hij iets leert en nieuwe keuzes moet maken. Zo heb ik geleerd niet te vertrouwen op de wijzers van de klok, zeker niet in goedkope motels waar kamers per uur worden verhuurd. En ik heb geleerd geduld te hebben. De waarheid laat zich namelijk altijd vinden in de ogen van de dame waarmee je bent. Dat komt omdat waarheid net zo is als liefde: ze bestaat zolang je in haar gelooft.
Ik keek naar Marleen, ze sliep. Ik greep haar slanke polsen en boeide ze strak op haar rug. Ze verzette zich heftig toen ik met een viltstift De Penalty Killer op haar onderrug schreef en haar doodskreet in een kussen smoorde.
Rustig pakte ik de telefoon. ‘‘Stef, we hebben weer een stijve,’ hoorde ik mezelf zeggen.


2) De dans van eeuwige begeerte

’Maar commissaris, hoe komt u erbij dat ik daar vannacht ben geweest? Ik woon hier en kom dagelijks in het bos. De omgeving heeft een zeer kalmerend effect op mij. Vraag het mijn gezelschapsdame.’
Haar stem is bedwelmend en Hulsenbosch verliest zich in de zachte klanken die ineens een hele andere betekenis lijken te krijgen. Haar vochtige lippen bewegen traag en in gedachten laat hij zijn vingers langs haar blanke hals glijden.
‘Heer commissaris?’
Hij knippert met zijn ogen. Een lichte blos verspreidt zich over zijn gezicht. Hij schraapt zijn keel. ’Ik vond uw zakdoek Mylady en na enig aandringen heeft uw butler verklaard dat hij u vannacht naar buiten heeft zien gaan. Ik wil graag weten waarom.’

Maeve staat op en draait zich beschaamd van hem af.
‘Dat had hij u niet mogen vertellen.’
Hulsenbosch gaat achter haar staan. ‘Waarom was u in het bos Mylady?’
Ze zucht diep. ‘Sinds de dood van mijn man slaap ik slecht. Zoals ik u al zei, de omgeving kalmeert me en maakt mijn geest weer helder.’
‘Wat heeft u gezien?’
‘Niets … Er was daar niets. Alleen ik en de stilte van de nacht.’
De commissaris verheft zijn stem. ‘Een jonge vrouw, niet veel jonger dan uzelf, heeft daar vannacht het leven gelaten, gewurgd. Realiseert u zich dat u dat had kunnen zijn?’
Met grote ogen kijkt Maeve hem aan. ‘Dood? Maar dat kan niet. Ze waren zo levenslustig en zo mooi … Toen ik wegging was iedereen aan het dansen.’
De commissaris leidt haar terug naar de sofa en gaat naast haar zitten.

‘Vertel me wat u heeft gezien, Mylady.’

De dag dat hij stierf, verscheen zijn stem in haar hoofd. Hij plaagt haar. Overdag, maar vooral in de nacht. Dan houdt hij haar wakker met zijn verleidelijke woorden en eindelijk geeft ze gehoor aan het lonkende roepen. In haar dunne avondjapon en op blote voeten volgt ze zijn klank naar buiten, helemaal naar de open plek in het bos waar ze elke dag haar tranen laat stromen en wanhopig vraagt of hij weer naar haar terug mag komen.

‘Het was er anders. Niet rustig, zoals overdag, maar levendig en ze zagen er allemaal zo gelukkig uit.’

‘Wie?’

‘Die vrouwen …’

De vrouwen zijn jong, mooi en dansen naakt en bekoorlijk rond de warme gloed van het grote vuur.

‘… er was ook een man.’

Blozend slaat Maeve haar ogen neer.

De vlammen werpen grillige schaduwen over zijn naakte, glanzende huid en hij heeft zijn gespierde armen rond een wonderschone brunette geslagen. Hun dans staat los van die van de anderen en geeft Maeve het gevoel dat ze getuige is van iets dat ze niet zou mogen zien. Het is genotvol en zondig tegelijk en wakkert langzaam het slapende vuur in haar lichaam aan.

‘Ze dansten, allemaal en de vrouwen streden om een plek aan zijn zijde. Alsof hij de perfecte danspartner was.’

Hij danst stijlvol en sierlijk langs en tussen de vrouwen door. Soms raakt hij ze terloops aan, soms pakt hij ze vast en zoent ze vol op hun mond, maar zijn bewegingen vallen stil als de brunette een kleine, slanke vrouw bij de hand pakt en haar naar hem toe brengt.

‘Mijn dienares bracht mij deze schoonheid, maar ik vind haar wat gewoontjes. Doe met haar wat u wilt. Ze is mij niet waardevol genoeg.’

Precies op dat moment kijkt de man Maeve aan. Zijn blik veroorzaakt een felle schok in haar onderlichaam.

‘Wat nog meer, Mylady?’

‘Niets … ik weet het niet. Ik werd moe en ben weggeslopen. Het spijt me dat ik u niet verder kan helpen commissaris.’

Hulsenbosch knikt en staat op. ‘Natuurlijk Mylady. Mocht u nog iets te binnen schieten, stuurt u dan alstublieft een bode naar mijn woning.’

‘Dat zal ik doen commissaris. Tot ziens.’

Maeve wacht tot hij weg is en verdwijnt dan naar haar slaapvertrek, waar ze haar kamenierster wegstuurt.

‘Laat me alleen, ik heb je niet nodig vanavond.’

Ze laat zich op het bed vallen, sluit haar ogen en laat de ervaring van de afgelopen nacht weer toe in haar lichaam.

De man stort zich op de kleine vrouw, maar laat de ogen van Maeve niet los. Hoge kreetjes van genot en gelukzaligheid komen haar kant op waaien en hoe graag ze ook wil vluchten, ze verroert zich niet.
Verwonderd voelt Maeve iedere beweging en ademzucht door haar bloed stromen. Met schokkende heupen komt ze zijn bewegingen tegemoet en ze bijt hard in haar lip als hij ruw bezit neemt van het lichaam van de andere vrouw en ze hem diep in haar eigen buik voelt. Het is geen dans. Het is pure liefde, vol begeerte, zoals liefde hoort te zijn. Hij is de man die haar veel te vroeg werd afgenomen. Haar enige liefde. Zij behoort hem eeuwig toe.

De heerlijke beelden dansen traag van haar weg tot enkel nog een gloeiende, onvoldane sensatie in haar lichaam overblijft. Ze wilde daar niet weg, maar ze moest. Zijn ogen zeiden haar een beter geschenk te zoeken voor de brunette aan zijn zijde. Een sterk geschenk, warmbloedig en met een fel, kloppend hart. Het is de enige manier waarop ze voor altijd samen kunnen zijn.

Met tegenzin opent Maeve haar ogen. Ze staat op, laat haar japon van haar schouders glijden en bekijkt zichzelf in de spiegel van de linnenkast. Ze fluistert.

‘Waar ben je mijn lief?’

In de spiegel verschijnt hij achter haar. Ze voelt zijn warme ademhaling langs haar hals glijden.
Zijn stem is donker.

‘Ik ben nooit meer dan een zucht van je verwijderd, dat weet je toch?’
Maeve knikt. ‘Moet het echt?’
‘Het moet. Ga naar hem toe en draag alleen de mantel die ik je ooit gaf. Laat hem zien wat jij hebt gezien. Geef hem wat je hebt gevoeld. Hij zal je volgen en wij zullen eindelijk samen zijn.’

~

‘Heer Hulsenbosch?’
De zachte stem van zijn huishoudster wordt gevolgd door een bescheiden klopje op de kamerdeur. Verstoord kijkt hij op van zijn notities. Geen enkele aanwijzing, behalve een dunne dameszakdoek en de verklaring van Lady Maeve. Hij zucht diep. ’Ja?’
‘Er is bezoek voor u. Een dame. Ze zegt dat het dringend is.’
Hulsenbosch wrijft langs zijn vermoeide ogen en staat op. ‘Natuurlijk, breng haar binnen.’

Hij trekt het pand van zijn vest recht, strijkt zijn haar glad en wacht naast de canapé tot zijn bezoek wordt aangekondigd. Maeve schrijdt naar binnen. De lichtbruine mantel om haar schouders is afgezet met vossenbont en hangt bijna tot op de grond. Verrast kijkt hij haar aan. ‘Maar Mylady, op dit tijdstip? U had een bode moeten sturen.’
Ze schudt haar hoofd als hij vraagt of hij iets voor haar in kan schenken.

‘Ik weet niet wat het precies was commissaris, maar toen ik vannacht naar die prachtige dans keek, voelde ik iets. Iets intens, snapt u?’
Haar handen maken traag het koord van de mantel los en betoverd kijkt Hulsenbosch naar de bewegingen van haar slanke vingers. Maeve glimlacht. ‘Ik voelde het in mijn hele lichaam, maar vooral op één plek en daar brandt het nu.’
Langzaam laat ze de mantel van haar schouders glijden en naakt blijft ze voor hem staan. Beschaamd en verlegen wendt Hulsenbosch zijn ogen van haar af. Hij stamelt en bukt zich haastig om de mantel weer op te rapen. ‘Mylady … Kom, dit moet u niet … Ik ben een getrouwde man, mijn vrouw …’
Maeve komt een stapje dichterbij. ‘Ik brand voor u. Brandt uw vrouw ook voor u commissaris? Toe, kijk naar me. Vind u mij niet mooi?’

Haar staart naar haar prachtige lichaam. Haar borsten zijn stevig met volle, uitnodigende tepels. Ze zet een hand in de ronde welving van haar heupen en plaats haar benen iets uit elkaar. Hulsenbosch ziet een vochtige glinstering. Hij slikt. ‘U bent prachtig Mylady.’

Maeve lacht hoog en helder en schuift met een elegante beweging zijn aantekeningen van het bureau. Met haar billen omhoog vleit ze zichzelf op het donkere hout. Verleidelijk kijkt ze hem aan.
‘Neem mij commissaris. Blus het vuur.’

De aanblik van haar uitnodigende lichaam, brengt zijn bloed tot het kookpunt. Hij vergeet zijn vrouw en alle voorzichtigheid. Met een hese, wellustige grom werpt hij zich op haar slanke lichaam. Maeve opent zich voor hem, ontvangt hem diep in haar hitte en verwelkomt iedere stoot met enthousiaste kreten uit haar keel.

Bezweet ligt Hulsenbosch tegen haar rug. Met iedere ademhaling voelt hij zijn lid slinken tot het ding nat en glibberig uit haar glijdt. Maeve zucht diep en duwt hem voorzichtig van zich af. Ze raapt haar mantel van de grond en zwaait de zware stof rond haar schouders.
‘Dank u commissaris. Het vuur is geblust. Hoort u haar stem?’
Hij kijkt haar fronsend aan, luistert en knikt. Hij hoort een vrouwenstem, als een zachte fluistering en ze lijkt hem te roepen. Nog verleidelijker dan het lichaam waarin hij zojuist zijn genot heeft gestort.
Maeve opent de deur. ‘Volg mij en haar stem commissaris. Wij brengen u het antwoord waar u zo wanhopig naar op zoek bent. Zij kent al uw verlangens.’

Hij kan niet anders dan volgen en ze brengt hem naar de open plek in het bos, waar hij eerder de gewurgde, jonge vrouw vond. Er brandt een groot vuur en Hulsenbosch kijkt sprakeloos naar het tafereel dat zich voor zijn ogen ontvouwt. Beeldschone, jonge vrouwen dansen naakt en met zondige bewegingen, rond een verleidelijke brunette met bijna zwarte ogen. Hij weet meteen dat zij de eigenaresse van de stem is. Ze wenkt hem en Maeve dichterbij en aarzelend betreedt hij de kring van dansende vrouwen. Ze raken hem aan en begroeten hem met vreemde, hoge keelgeluiden die zijn bloed sneller laten stromen en zijn lid weer doen groeien.

Maeve heeft de mantel achteloos in het vochtige gras laten vallen en knielt gracieus aan de voeten van de brunette.
‘Uw geschenk, mijn priesteres. Zijn vlees is warm en hartstochtelijk en zijn bloed stroomt heet. Ik bid dat hij u waardig is. Neem hem en breng me bij mijn lief.’

De brunette gebaart dat Maeve op moet staan en legt haar smalle handen rond haar hals.
‘Een zeer waardig geschenk, mijn kleine dienares en een uitstekende vervanger. Weet je zeker dat je naar hem toe wilt? Het is daar donker en koud. Als je hier blijft, zal mijn vuur altijd voor je branden.’
‘Heel zeker mijn priesteres. Hij heeft mijn hart en zonder hart ben ik niets.’
De brunette knikt, legt haar lippen op die van Maeve en duwt haar vingers dieper in de slanke hals van de jonge vrouw.

Nog voor haar lichaam de grond raakt, zweeft Maeve aan de zijde van haar geliefde weg van de wereld waar men zonder hart niet leven kan.

Geschokt knielt Hulsenbosch naast het verstilde lichaam van de jonge vrouw en woedend kijkt hij op naar de statige brunette. Ze heeft de mantel van Maeve om zich heen geslagen en kijkt spottend op hem neer.
‘Wat is er heer commissaris? Heeft mijn kleine dienares u geraakt?’
’Wat heeft u gedaan!? Waarom?’
‘Ze is waar ze wil zijn. Het was haar innige wens, haar tranen vertelden het me. Kijk naar haar gezicht. Ze is gelukkig. Sommige vrouwen doen alles voor de liefde. Ik leef enkel voor begeerte.’
Hij staat op en pakt de vrouw bij haar pols. ‘Ik vrees dat ik u moet arresteren madame.’

De brunette lacht boosaardig. ‘Waarom? Kijk naar mijn andere dienaressen. Zij brengen mij prachtige geschenken. Levende offers vol onvervulde verlangens. En wat van mij is, is nu ook van u. Kom dames, er is een nieuwe prins in ons midden en zijn hart verlangt alleen nog maar naar ons.’

De naakte vrouwen aarzelen geen moment en bespringen de commissaris alsof ze nooit eerder een man hebben gezien. Zijn kleding wordt van zijn lichaam gerukt en slanke vingers omklemmen het bewijs van zijn kloppende bloed. Hulsenbosch werpt nog een blik op het levenloze lichaam van Lady Maeve, sluit zijn ogen en laat zich omarmen door de weelderige warmte van zacht, blank vlees.


3) Druk

Bekennen is als klaarkomen. Je werkt er hard en meedogenloos naartoe en hoopt dat de opbouw goed is, maar wanneer het gebeurt is nauwelijks te voorspellen.
Mijn oude adjudant zei altijd: ‘Als de druk groot genoeg is, heb je alleen nog een zachte streling nodig.’ Daarbij stak hij een ronddraaiende duim omhoog en knipoogde veelbetekenend. Hij had gelijk. Op dat punt, waar opluchting en bevrijding lonken als sirenen, wil iemand je alles geven. Dan is er geen houden meer aan. Ik heb in vele ogen dat verlangen gezien. De onuitgesproken wens ze niet in de steek te laten, ze mee te nemen door dat kwetsbare moment. Hoe groot en stoer ze ook waren. Dat samen meemaken schept een band, al moest ik de meesten daarna opsluiten. De rest dekte ik toe.

Velda Hammer, sinds twee jaar mijn partner in crime, opende de voordeur en verraste me met haar outfit. Een hoog gesloten, lange donker kakikleurige regenjas, een grote zonnebril en een Fedora gleufhoed. Ik wist haar dikke rode krullen daaronder verborgen. De Cuban Cigar tussen haar zwoele tuitlippen ontbrak er nog aan. Mijn jeans en donkerblauwe overhemd staken wat bleekjes af tegen haar mysterieuze jaren ’50 schoonheid.
‘Come in, Frenk, but no kissin’. Be a good boy!’ knauwde ze me met een New Yorkse tongval toe. Ik glimlachte, het zou een avond met verschillende accenten worden.

Ik liep door de gang achter haar aan. ‘Wat weten we, Velda?’
‘Rustig Frank, kijk eerst zelf’, en ze wees op een gesloten deur. Daarachter moest de plaats delict zijn. Net na de drempel bleef ik staan en rook een vage brandlucht. In het midden van de ruimte stond een vuurkorf waarin houtskool lag en iets dat leek op een stapel verschroeid papier. Daaromheen vijf tuinstoelen waarvan er een op zijn kant lag. Iemand was met grote haast vertrokken of erover gestruikeld.
‘Waar zijn we, Velda. Wat is er gebeurd?’
Ze legde haar hand op mijn rug. ‘Doe je ogen dicht.’
Ik sloot ze en ontspande. De druk van haar vingers nam toe en haar nagels krasten zacht plagend over mijn ruggengraat. Verdomme, ze stond me op te geilen terwijl we een misdaad moesten oplossen.
‘Je staat op het terras van een 12-persoons gîte in de glooiende heuvels van departement Aude in het diepe zuiden van Frankrijk. In dit uitgestrekte gebied, ook bekend als Katharenland galmt een schreeuw lang na maar wordt zelden gehoord.’
Ik visualiseerde de omstandigheden: in een fors vakantiehuis had iemand een verschrikkelijke ontdekking gedaan.
‘Ik weet wat je denkt, Frank’.
‘Echt?’
‘Het aantal stoelen.’
Ik opende mijn ogen, wipte haar zonnebril omhoog en keek haar aan. Zoende licht het puntje van haar neus.
‘Hoe weet je dat?’
‘Ik dacht precies hetzelfde.’
‘Ja, natuurlijk,’ spotte ik.
‘Ik was daar,’ antwoordde ze triomfantelijk.
‘Wat!?’

‘s Nachts woelend over een moord in een sportschool die ik vlak voor mijn eervolle ontslag bij het korps, ruim twee jaar geleden, niet op had kunnen oplossen, was ik achter mijn laptop gekropen. In mijn zoektocht naar afleiding stuitte ik op een andere soort georganiseerde misdaad. Voor elke hobby bleken er online platforms.
Culinair Crimedating bracht mij en Velda samen en na drie afspraken ontdekten we dat het zelf naspelen van crime scenes ons meer opwond dan Baantjer wandelingen die obligaat eindigden in plaatselijke horeca met biefstuk of spareribs.
Velda was dramadocente op de toneelschool en leerde mij zonder gêne situaties te ensceneren. We speelden sterk improviserend en alert reagerend onder andere Columbo, Sherlock Holmes en Jane Tennison met een opwindend enthousiasme en serieuze overgave.
Velda als Chief Inspector Tennison die na de ontrafeling van de misdaad genomen werd, was alles behalve een stille getuige.

‘Wat deed jij in Frankrijk op een pd?’
Velda keek me aan alsof ze op heterdaad betrapt was.
‘Het is een tijd terug, Frank.’
Haar nonchalance ergerde me. Details zijn belangrijke duivels.
Ik legde een hand in haar nek en trok haar dichterbij. Haar pupillen verwijdden zich.
‘Nog een keer!’
Ze slikte.
‘Lang voor ik jou ontmoette, deed ik mee met een literaire schrijfweek. Negen auteurs, twee docenten in Languedoc. Afzondering stimuleert het creatieve en literaire proces.’
Ik knikte. ‘Wat is er gebeurd?’
‘In het kort?’
‘Velda!’
‘Sorry, inspecteur’, spotte ze, ‘Vanaf zaterdagmiddag waren we welkom. ’s Avonds bij het diner waren we met zeven mensen. De rest kwam in de loop van de volgende dag.’
Velda haalde diep adem en vervolgde: ‘Op zondagochtend rond half zeven hoorde ik vreselijk gegil en ben in badjas en op blote voeten naar buiten gerend. Daar trof ik Helen Zoethout snikkend aan.’
Ik stak mijn hand op.
‘Dé Helen Zoethout, de best verkopende romanschrijver in het Nederlands taalgebied?’ In elke boekenkast was er wel een boek van haar te vinden en ik had er dus ook een gelezen.
‘Dat was ze acht jaar geleden nog niet, ze was een van de cursusleiders.’
‘Laat me raden. Helen had een verkoold manuscript in haar handen?’
Velda grijnsde breed. ‘Daarom ben ik zo gek op je Frank, jij doorziet dingen. Geloof het of niet, maar het was haar debuut manuscript Veroordeeld. Iemand had dat in de korf gegooid. Er was niet veel meer van over inderdaad.’
‘Ze had toch een nieuwe kunnen printen.’
‘Zoethout schreef alles met een vulpen tot de definitieve versie klaar was om uit te typen. Haar oude versies verbrandde ze onmiddellijk. Dat had ze afgekeken van haar idool Renate Dorrestein.’

Wie had acht jaar geleden tijdens een schrijfcursus een motief en de gelegenheid om een literair werk van een van Nederlands grootste talenten te vernietigen? Zouden er nog genoeg aanwijzingen zijn om daarachter te komen? Ik stond op het punt een cold case te openen.

Uit de hoek van kamer trok ik een staande leeslamp naar het midden, wees naar een tuinstoel en zei: ‘zitten.’
‘Dat meen je niet. We doen dit toch samen?’
De inspecteur in me kwam naar boven, tegenspraak werd niet geduld.
‘Velda’, zei ik met mijn laagste stem, ‘je bent mijn enige getuige. Ik doe slechts mijn werk.’
Haar draaiende ogen ontgingen me niet. Zuchtend maakte ze de bovenste knopen van haar regenjas los en nam plaats in het spotlicht. Droeg ze werkelijk niets onder die jas?

Uit mijn broekzak trok ik een notitieboekje en gaf het haar. ‘Schrijf op wie er waren die zaterdagavond.’
‘Alsof ik dat nog weet.’
‘Doe je best!’ zei ik strenger dan ik wilde.
Enkele minuten later stak ze haar hand uit. ‘Dit is het.’
Ik pakte het boekje aan. Zeven namen. ‘Weet je het zeker?’
‘Het is lang geleden, Frank! Maar hoe je me ondervraagt bevalt me.’ Haar ogen twinkelden brutaal.
Behalve Helen Zoethout en de kok waren er zes deelnemers in het huis geweest. Tenminste, als Velda’s herinnering klopte.
Ik scheurde een velletje uit het boekje. ‘De namen van diegene die de volgende dag kwamen.’
Verward keek ze me aan. ‘Waarom?’
‘Doe het!’ Ik pakte een stoel, nam plaats tegenover haar en wachtte tot ze klaar was. Even later stak ik het tweede lijstje na een vluchtige blik in mijn zak. De aantallen leken te kloppen.
‘Vertel over die zaterdagavond!’
Ze haalde haar schouders op. ‘Gewoon. We maakten kennis, aten, dronken en spraken over van alles. Helen las als verrassing voor uit haar manuscript dat net af was.’ Velda’s stralende ogen leken ineens doffer te worden. ‘Daarna zijn we naar onze kamer gegaan.’
‘Weet je dat zeker?’
Ze boog voorover waardoor haar revers open vielen. Het felle licht benadrukte de volle rondingen van haar borsten en ik wist dat ze dit effect beoogde.
‘Lekker, inspecteur?’ schamperde ze. ’Ga je de misdaad nou nog oplossen of moet ik even helpen.’
‘Geef antwoord op de vraag!’
‘Laat dat lijstje nog eens zien.’
Ze keek erop en schoof toen haar hoed naar achteren.
‘Verdomd.’
‘Wat?’ Ze had blijkbaar een ontdekking gedaan.
‘Als je iets weet moet je het zeggen. Belemmering van het onderzoek is strafbaar.’
‘Ben ik een verdachte?’ Ze zette haar gleufhoed af en schudde demonstratief haar krullen los.
Zonder bewijs was ze helemaal niets, maar ik moest mijn opties open houden.
‘Waarom vraag je dat?’
‘Ik vertrouw je niet, inspecteur.’ Ze friemelde nog een knoop open en schoof een hand naar binnen.
‘Zeg op: wat herinner je je?’
‘Vera Bosma, derde in het rijtje. Die was ’s middags al aangeschoten. Ze heeft met Helen ordinair staan ruziën.’
‘Over?’
Velda leunde naar achter waardoor haar jas helemaal openviel. Het wond me op en ik kon met moeite mijn hoofd bij de zaak houden.
‘Het gebruikelijke: kamerindeling, haperende wifi, kwaliteit van het avondeten. Typisch Hollands gezeik.’
‘Was het terecht?’
Velda haalde haar schouders op. ‘Misschien, omdat de Coq Au Vin mislukt was. Sportkip in rood badwater had ze het genoemd.’
‘Wie, die Bosma?’
Wild schudde ze met haar krullen. ‘Helen. Ze vernederde de kok tot op het bot.

Het is altijd de kok. Ze vergiftigen anderen of kunnen niet koken. Maar kritiek kunnen ze niet aan. Wraak is dodelijk. Motief ontdekt, dader gevonden, zaak gesloten.

Ik sloeg op mijn knieën, stond op en woelde door het dikke haar van Velda.
‘Goed gedaan, meisje.’
Ze keek me vragend aan.
‘Sta op, voor afleidingsmanoeuvres heb ik nu geen tijd meer.’
‘Wat is er, Frank?’
‘Handen tegen de muur benen iets gespreid en naar achteren.’
‘Je draaft door. Ga je me nu fouilleren of zo?’

Fouilleren wordt over het algemeen als zeer intimiderend ervaren. Vanaf haar schouders werkte ik langzaam naar beneden. Langs haar zijkanten en klopte op de plaats van de jaszakken, maar gleed ook nadrukkelijk langs haar billen.
‘Heb je een wapen? Of iets anders dat gevaarlijk is?’
‘Wat wil je?’ hijgde ze.
Ik gleed met mijn handen naar voren, onder haar jas en omvatte haar naakte borsten. Dit had me een jaar geleden een douw opgeleverd. Natuurlijk zou ik niets vinden.
‘Weten wie je bent!’
‘Je spoort niet.’ Maar haar tepels verhardden zich.
‘Er is meer aan de hand, Velda. En je gaat het me nu vertellen!’
Ze probeerde rechtop te gaan staan maar ik duwde haar terug. ‘Niet bewegen.’

Ik dacht koortsachtig na. Velda begon druk te voelen. Zweetdruppeltjes parelde haar decolleté in en het dons op haar bovenlip glansde. Het was goed beschouwd heel vreemd dat ze druk voelde. Maar opeens begreep ik het. Begreep ik haar.
‘Wat ging jij daar doen, Velda, die week?’ Mijn vingers knepen harder in haar tepels.
‘Schrijven natuurlijk,’ kreunde ze, ‘je doet me pijn. Stop alsjeblieft.’
‘Waaraan?’ Mijn rechterarm gleed om haar middel en trok haar stevig tegen mijn onderlichaam. Ze moest voelen dat het menens was.
‘Ik was bijna klaar met mijn boek over een moeder die uitgestoten wordt nadat haar kind in de gevangenis belandt.’
‘Dat is het debuutthema van Zoethout!’
‘Daar kwam ik die avond achter. Toen ze voorlas.’
Ik gleed mijn vingers tussen Velda’s dijbenen en overwon de weerstand. ‘En toen?’
Velda kreunde en vertelde hortend en stotend hoe ze ontdekte dat haar maandenlange schrijfwerk volkomen nutteloos was geworden door een verpletterend goed manuscript dat binnenkort zou worden uitgegeven.
‘Dus je besloot het te vernietigen?’ Mijn vingers drongen dieper in haar.
‘Nee!’
‘Je liegt, ik voel het!’
‘Het lag daar gewoon… Hoe kon ze zo stom zijn?’
Daders schuiven altijd eerst de schuld naar het slachtoffer.
‘Dus je nam het mee?’
Ze hijgde:’Ik weet niet wat me bezielde, geloof me.’ Ze zakte verder over mijn vingers. ‘Ik heb er uren in gelezen en gehuild.’
Bespiegelingen zijn nutteloos, zeker als er geen bewijs is. Alleen een bekentenis telt.
‘Hoe kan je nog met jezelf leven?’
‘Oh God…’
Meedogenloos hard stootte ik mijn vingers in haar.
‘Geef je over. Het is tijd.’
Ze boog en schudde huilend met haar hoofd. ‘Nee, Frank. Nee.’
‘Ik houd je desnoods de hele nacht hier.’
Haar gewicht in mijn arm nam toe, ze ontspande.
‘Oh, Jezus… Frank.’ Tranen en snot glinsterden op haar naakte, schokkende lijf.
‘Ik snap het, Velda,’ fluisterde ik, ‘laat het gaan…’
‘Help me, alsjeblieft!’
De druk was groot genoeg, ik draaide mijn duim.
‘Was jij het?’
‘Ja, oh fuck… jáááá…’


4) De Schuldformule

Het is het lot van een natuurkundige: de obsessie met het onlosmakelijke verband tussen oorzaak en gevolg. Met de hypnotiserende cadans van de trein als tikkende klok overdacht ik de reis die achter me lag. Het verdriet waarmee ik mijn trip was begonnen was weliswaar verdwenen, maar ik zocht nog steeds naar causaliteit, naar de variabelen die ervoor hadden gezorgd dat zij uit mijn leven was weggerukt. Ik zocht naar een Wet van Wrok, naar een Schuldformule. Over haar ga ik nu niets meer vertellen. Ze was er niet meer en zou ook nooit meer terugkeren. Ik had wolken gekust en was met een smak op aarde teruggegooid.

Ik keek uit het raam van mijn coupé. Die middag waren we vertrokken uit Istanbul, waar ik een aantal maanden eerder berooid was aangekomen na een reis van een jaar door het Verre Oosten. Ik had er een baantje gevonden als privéleraar van een jong meisje met een talent voor exacte vakken. Haar vader gaf me een prima honorarium en als bonus boekte hij een ticket op de Oriënt Express voor mijn terugreis.
Tijdens mijn jaar in Azië had ik me verplaatst in derdeklas-coupés en aftandse bussen, met opdringerige medepassagiers en de stank van hun meereizende veestapel. Nu was er de gedistingeerde afstandelijkheid van vermogende reizigers en de geur van Chanel. Ik voelde me weemoedig. Overvloedige luxe vult nu eenmaal nooit de leegte in een hart.

Toen het te donker was geworden om nog iets van het landschap te kunnen zien stond ik op, controleerde het koperen slot van mijn coupé en maakte me op voor de nacht. Het zal een paar uur later zijn geweest dat ik wakker werd van een gedempte schreeuw. Ik luisterde roerloos. Er was een kreet, en nog een, en even later nog een. Ik stond op het punt poolshoogte te nemen, toen het kwartje viel. Ik glimlachte in het donker. Dit waren geen noodkreten; dit was extase. In het compartiment naast het mijne werd de liefde bedreven en mijn buurvrouw – want het was onmiskenbaar een vrouw – deed dat met overgave. Terwijl ik geamuseerd bleef luisteren moest ik denken aan Agatha Christie’s roman, waarin Poirot’s slaap op de Oriënt Express wordt verstoord door de doodskreet van Samuel Ratchett.
Uiteindelijk werd het stil. Het enige dat ik nog hoorde was hoe een deur zich opende en sloot, en hoe voetstappen in het gangpad oplosten in de nachtelijke stilte.

Er was inderdaad geen moord gepleegd, want toen ik in de ochtend mijn coupé verliet op weg naar het ontbijt stapte ook mijn buurvrouw de gang in. Ik keek net iets te lang naar haar, een stijlvolle brunette met opgestoken haar. We knikten elkaar beleefd toe, liepen naar de saloncoupé en zochten onze plaatsen. Ze ging aan de tafel tegenover de mijne zitten. Tot mijn verbazing schoof er niemand bij haar aan. Reisde ze alleen? Terwijl ik ontbeet gleed ik als vanzelf in de rol van detective, nam mijn medepassagiers in me op en zocht aanwijzingen. Wie was er die nacht bij haar geweest?
Verderop zat een ouder echtpaar, onmiskenbaar Brits.
Uitgesloten.
Iets verderop een man van middelbare leeftijd, goedgekleed en in gedachten verzonken boven een notitieblok, met de droevige ernst van een schrijver.
Mogelijk.
Dan nog een blonde jonge vrouw alleen aan een tafeltje, met een opvallende tatoeage van het Horusoog – de Wedjat – aan de binnenkant van haar onderarm.
Lag niet voor de hand.
Achteraan, twee jonge mannen met baard en dure horloges die met ernstige blik over zaken praatten. Eén van hen? Een trio?
Het zou kunnen.
Het personeel was er natuurlijk ook nog. Ik keek naar de knappe ober die mijn buurvrouw koffie inschonk en merkte toen pas dat ze naar me keek. Ze nam haar kopje, stond op en liep in mijn richting.
“Heeft u bezwaar als ik aanschuif?” vroeg ze. Haar zangerige accent verraadde een Franse afkomst.
Ik maakte een uitnodigend handgebaar. Ze nam plaats aan mijn tafel.
“U bent een observator. U kijkt en neemt iedereen in zich op. Ik vraag me af waarom,” zei ze met een speelse glimlach. Ik besloot mee te spelen.
“Kunt u een geheim bewaren?” vroeg ik retorisch. “Ik ben een detective en probeer te achterhalen wie het gedaan heeft.”
Mon Dieu!” giechelde ze. Wie wat gedaan heeft? Er is toch niets ernstigs gebeurd?”
“Tot dusver slechts vreemde geluiden in de nacht,” antwoordde ik.
“Zozo. Ik hoop dat ik geen verdachte ben! Ik ben Julie, overigens.”
“Geen verdachte, maar wellicht het slachtoffer. Oscar, aangenaam.”
Ik zag aan de glans in haar ogen dat ze precies wist waarover ik het had.
“Als je die geluiden vreemd vindt heb ik een beetje medelijden met je, Oscar.”
“Tja. Het was een lange en eenzame reis.”
“Vertel.”
Ik liet mijn detectivewerk voor wat het was en vertelde over het afgelopen jaar. Hoe ik had geprobeerd de demonen in mijn hoofd te doden. Hoe ik was verzand in het zoeken naar oorzaken. Julie luisterde aandachtig. Het luchtte me op dat ik mijn gedachten kon delen met deze charmante en mooie vrouw. Julie op haar beurt liet over haar leven niet veel los. Ze was in goeden doen, dat was me snel duidelijk.
“Het protocol in Parijs is verschrikkelijk,” zei ze. “Af en toe spuug ik het gif van de stad uit en vlucht ik, zoals nu.”
Toen we van tafel opstonden gaf ze me een zoen op mijn wang.
“Ik zou het leuk vinden ons gesprek bij het diner voort te zetten. En natuurlijk breng je dan verslag uit van je onderzoek, monsieur l’inspecteur,” voegde ze er met een glimlach aan toe.
Ik staarde de rest van de dag naar letters in een boek en de regen buiten. Regelmatig dwaalden mijn gedachten af naar de mooie Julie.

Ik had voor het avondeten mijn best gedaan iets toonbaars uit mijn versleten rugzak naar boven te halen, maar het stak schril af bij de elegantie van mijn tafeldame. Het eten was verfijnd, ons gesprek geanimeerd en door de wijn onverhuld flirterig.
“En, ben je al wat gevorderd in je recherchewerk naar die schandelijke misdaad?” vroeg ze.
Ik zag hoe Julie’s vingers het zachte blanke landschap tussen haar decolleté en haar hals beroerden.
“Zoals het hoort zoek ik naar motief en gelegenheid,” antwoordde ik. “Dat is nog niet zo gemakkelijk in deze zaak.”
“Dat valt me een beetje van je tegen. Ik zal je een beetje helpen.”
Ze pakte mijn hand en vormde die met haar slanke vingers tot een vuist. Ze doopte haar vinger in een restje olijfolie dat op haar bord was achtergebleven.
“Aanwijzing één: de dader is hier, in de trein.”
Zachtjes smeerde ze de olijfolie met de top van haar vinger uit over de bovenkant van mijn gebalde vuist en keek me strak aan.
“Aanwijzing twee: de gelegenheid is er ook nog, in de vorm van mijn coupé.”
Op het moment dat ze die woorden uitsprak liet ze haar vinger, glad van de olie, langzaam in mijn vuist glijden.
“Ten derde: het motief gaat nooit weg. Dat motief heet lust.”
We zwegen en keken elkaar aan. Ik had het warm. De reiskilometers hadden mijn herinneringen aan lichamelijk contact vervaagd; door haar aanraking en haar woorden kwamen ze nu met een schok weer tot leven. Ik kneep mijn vuist dicht en omklemde haar geoliede vinger.
“Ik fris me even op,” zei ze toen. “Kom over een half uurtje naar mijn coupé. We zullen je mysterie samen oplossen.”

Op het afgesproken tijdstip klopte ik op haar deur. Ze deed open, oogverblindend mooi. Ze droeg een zwart satijnen negligé met een witte kanten zoom en haar lokken golfden om haar fijne gezicht.
“Oh sorry”, stamelde ik. “Je bent nog niet zover.”
Ze pakte mijn hand en trok me zachtjes naar binnen.
“Jawel hoor, Oscar. Ga zitten. Champagne?”
Toen ik de coupé binnenstapte kwam de volgende verrassing. Op een van de banken zat de blonde vrouw met de tatouage van het Horusoog op haar arm. Ze nipte van haar champagne en keek me verleidelijk aan.
“Oscar, dit is Daphne. We zijn al jaren goede vriendinnen, maar – hoe zal ik dat zeggen? – de sociale conventies verhinderen dat we elkaar vaak zien. Een korte jaarlijkse vakantie is de enige voeding die we aan onze vriendschap kunnen geven.“
Terwijl Julie zich naast haar vlijde gaf ik Daphne een hand, ging tegenover hen zitten en kreeg een glas aangereikt.
“Oscar is natuurkundige, reiziger en detective en hij heeft zich de hele dag het hoofd gebroken over wat er zich in deze coupé afgelopen nacht heeft afgespeeld, ma cherie. Zullen we het hem laten zien?”
Ik verslikte me toen Daphne als antwoord haar handen op Julie’s knieën plaatste en haar benen met een korte, felle ruk opende.
“Je bent toch een observator? Kijk dan maar,” zei Julie met hese stem.
Terwijl hun tongen elkaar vonden in een vochtige dans zag ik hoe Daphne’s vingers hun weg zochten, langs Julie’s dijen omhoog, naar de plek die zich voor mijn ogen opende en glinsterde van verlangen.
Daphne maakte zich nu los van de bank en knielde tussen Julie’s benen, met haar billen in mijn richting. Een zucht ontsnapte aan Julie’s vochtige mond toen Daphne haar begon te likken. Julie’s ogen lieten de mijne niet los.
Ik verloor mijn schroom, tilde Daphne’s rokje op en stroopte haar zwart-kanten slipje omlaag, tot net boven haar gebogen knieën. De geluiden en de geur van de twee vrouwen maakten iets in me wakker wat ik lang niet had gevoeld.
Terwijl ik Julie liet zien hoe ik masturbeerde, ging het duet van twee vrouwen verder. Hun schaakspel was teder en ruw tegelijk. Voor ik het wist proefden ze elkaar en herinnerden me aan de Franse origine van soixante-neuf.
Daphne strekte haar hand naar me uit.
“Kom bij ons, Oscar.”
Natuurlijk was ik opgewonden, maar ik voelde ook ontroering dat deze twee vrouwen me zonder aarzeling of ratio onderdeel maakten van hun warme cirkel. Ik ontdeed me van mijn laatste kleding en knielde schrijlings boven Daphne’s hoofd. Julie spreidde haar benen verder, klaar om me te ontvangen. Daphne omvatte mijn pik en stuurde die doelbewust langs Julie’s clitoris en haar schaamlippen, als een kunstenaar die schildert in natte verf, en leidde me zo naar Julie’s glinsterende hart. Ze verplaatste haar handen en duwde tegen mijn billen. Ze sprak de woorden niet en toch hoorde ik ze: neuk haar, neuk haar nu!
Ik greep Julie’s heupen stevig beet en stootte mijn onderlichaam hard naar voren. Ze ontving me met een schreeuw van genot, een schreeuw die ik herkende. Dit keer was ik de dader en ik was blij dat ik schuldig was. Terwijl ik voelde hoe Daphne’s vingers ruw langs Julie’s clitoris op en neer bewogen, neukte ik Julie.
De ultieme opwinding is niet het lichaam van een vrouw, maar de blik in haar ogen wanneer ze haar ziel aan lust overgeeft. Toen ze zich omdraaide, haar mond open en haar ogen verwijd, liet ik me gaan. Met haar bruine haar in mijn vuist trok ik haar naar me toe en met een schreeuw kwam ik in haar klaar. Daphne leidde me uit haar en laafde zich aan het ziltzoete mengsel van ons vocht tussen Julie’s dijen.

Enkele uren later werd ik wakker met de zijdezachte huid van twee slapende vrouwen tegen mijn lichaam. Ik maakte me voorzichtig los uit onze omstrengeling, schoot wat kleding aan en verliet stilletjes de coupé. In het gangpad opende ik een raampje en snoof de kille lucht van de ochtendschemer op. Meer dan ooit realiseerde ik me dat ik mijn hele leven naar voorspelbare zekerheden had gezocht terwijl schoonheid juist ligt in het omarmen van het toeval. Ik was klaar met mijn recherche naar de cynische scriptschrijvers van mijn lot. Weemoed is het lijk van een gestorven droom, had Daphne gefluisterd toen we gedrieën samenlagen en ze een traan van mijn wang had gekust. Een Schuldformule zou ik nooit vinden, en ik besloot dat het verleden er niet meer toe deed. Ik was op weg naar huis.


7 thoughts on “Schrijfmarathon 2017: Finale (Ronde 10)

  1. Een echte ‘whodunit’! Ooit zei ik eens dat elke auteur van erotica eens goed naar detectives moest kijken. De opbouw van een detective is namelijk heel interessant. Het begint altijd met de daad en pas daarna wordt verklaard waarom die daad is gepleegd.
    Met een opdracht als ‘whodunit’ ligt een detectiveverhaal natuurlijk voor de hand, maar als jurylid hoop je dan dat er iemand is die daar een eigen draai aan weet te geven. De kunst is verder om een whodunit ook erotisch te maken, want dat is waar deze Marathon over gaat. Als jurylid kijk ik natuurlijk verder ook of stijlelementen die in de marathon aan bod zijn gekomen terug komen in het verhaal.

    1) De Penalty Killer.
    Deze auteur heeft een haast klassieke aanpak van de whodunit genomen: start met de moord en daarna uitzoeken wie het heeft gedaan. Al snel blijkt de detective een ziekelijke en morbide geest te hebben. Sommige wendingen zijn verrassend, maar anderen zijn eerder verwarrend en gehaast. Toch is de onwerkelijke en zieke twist in het verhaal erg hedendaags en doet het aan als een Scandinavische thriller (Stieg Larson-esque). Toch net niet de winnaar, vanwege de soms wat gehaaste verhaallijn: 9 punten.

    2) De dans van eeuwige begeerte
    Een bloemrijk geschreven verhaal dat door de dubbele verhaallijn tegelijk interessant is als verwarrend. Het duurt even voor je als lezer goed in het verhaal zit en dat is jammer. Van een whodunit verwacht je dat het je bij de keel grijpt en door het verhaal heen sleurt. De wijze van vertellen maakt het verhaal ook licht voorspelbaar, wat haast een doodzonde is voor een whodunit. Toch mooi geschreven en daarom een derde plek: 8 punten.

    3) Druk
    Het gegeven is erg leuk gevonden. Bekennen is als klaarkomen. Helaas geeft de auteur dat in de eerste zin al weg en daarom is het verhaal op slag voorspelbaar geworden. Dat is jammer, want het verhaal leest prettig. Helaas als laatste geëindigd: 7 punten.

    4) De Schuldformule
    Deze auteur heeft een klassieke whodunit in de stijl van Agatha Christie genomen (nu weer actueel met Murder on the Orient Express). Poirot lost hier echter geen moord op maar een heel ander mysterie. Prachtig gevonden, mooi in de stijl gebleven en een hele plezierige erotische spanning. De absolute winnaar van de Marathon, als je het mij vraagt! 10 punten.

  2. De Penalty Killer: gedurfd verhaal vanwege de politionele necrofilie die over het plot ligt. Het damesvoetbal is een actueel thema, daar is mooi op ingehaakt. De humor is subtiel, de zinsbouw vaak doordacht en het verhaal heeft sfeer. De dialogen zijn bevreemdend en toch heel voorstelbaar. Het ten tonele voeren van Noy geeft karakter aan de inspecteur. Zoals het hoort bij ‘whodunit’ komen er verschillende kleurrijke karakters langs. De auteur heeft duidelijk veel moeite gedaan en een goed verhaal geschreven, ook al zal het niet ieders smaak zijn.

    De Dans van eeuwige begeerte: ook hier is de setting de zoektocht naar een moordena(a)r(es), maar een klassiek ingredient van ‘whodunit’ –het opvoeren van meerdere kandidaat-daders- komt niet zo goed uit de verf, vind ik. Het bovennatuurlijke geeft het dan weer een speciale donkere dimensie. Het stuk waarin Maeve zich de nacht in het bos herinnert (met cursiveringen) is een beetje ‘springerig’ en daar moet je als lezer bij de les blijven. De diepere laag, vermoed ik, is het contrast tussen het plichtsbesef van de keurige commissaris, de bandeloze lust van de brunette, en de eindeloze liefde van Maeve. Dat had nog wat scherper gekund maar al met al een sfeervolle vertelling.

    Druk: toegegeven, ik moest het een paar keer lezen en concludeerde toen dat het een sterk verhaal is. Dat komt vooral omdat het een origineel gegeven opvoert (Culinair Crimedating, het zal nog wel echt bestaan ook) en het je meezuigt in het rollenspel. De lezer wordt een observator voor wie de grens tussen werkelijkheid en fantasie vervaagt, net als voor de personages. Dat vind ik knap gedaan.

    Dit was de laatste ronde van de (laatste?) Marathon. Wat de uitslag ook is, ik heb genoten van de verhalen van zwoegende schrijvers, de commentaren van de lezers, de spanning van de ochtend op ‘uitslagenzaterdag’. Dank aan de lezers en stemmers en aan de jury die zich iedere keer door de inzendingen worstelde, en vooral dank aan Antoinette: de onvermoeibare motor achter de wedstrijd en de organisatie. Mag ook wel eens gezegd worden, vind ik.
    Hartelijke groet,
    Mhtsk

  3. Whodunit? Na het lezen van de verhalen van de finalisten kwam ik tot de conclusie dat ze het allemaal geflikt hebben! De schrijvers van deze vier zeer finalewaardige verhalen. Alle vier heel verschillend, wat het kiezen bijna onmogelijk maakt. Voor mij zijn het allemaal winnaars, maar goed, daar neemt Antoinette geen genoegen mee denk ik ;-). Ik heb de verhalen gewogen aan de hand van de volgende criteria:

    1. Aanwezigheid van componenten van een typische ‘Whodunit’, zoals: een (mis)daad, een plaats delict, getuigen, verschillende verdachten, het motief, een excentrieke speurneus, verschillende puzzelstukjes die op het moment suprême in elkaar vallen.

    2. Originaliteit

    3. Erotisch gehalte

    En dit is mijn conclusie:

    Eerste plaats: Druk
    Dit verhaal sprak mij om meerdere redenen het meest aan. Ik vind de vergelijking van iemand laten bekennen met iemand klaar laten komen erg sprekend en goed gevonden. Het zorgt meteen voor een goede erotische spanning. De schrijver is slim geweest door het verhaal in een soort ‘spel’-setting te plaatsen, zodat er, naast alle whodunit-componenten, meer ruimte komt voor de erotiek. Heel klein minpuntje in het verhaal vind ik de ‘toevallige’ gebeurtenis dat twee schrijvers praktisch hetzelfde boek schrijven. Het was geloofwaardiger geweest als de één het van de ander had gestolen o.i.d. Maar verder een topverhaal!

    Tweede plaats: De Schuldformule
    Ik heb lang getwijfeld welk verhaal ik op de eerste plek moest zetten. Ook dit verhaal scoort bij mij hoog op kenmerken van een whodunit en op erotiek. Het leest heerlijk. Maar ik vind de gekozen setting iets minder origineel en ook de keuze voor de aard van de (mis)daad ietwat voor de hand liggend. Het mooie in dit verhaal vind ik dat het meerdere lagen heeft, door het oplossen van de ‘misdaad’ lost de hoofdpersoon ook zijn eigen puzzel/zoektocht op. Ik hou van de meeslepende schrijfstijl van deze schrijver: ‘Weemoed is het lijk van een gestorven droom.’ *Zwijmel*

    Derde plaats: De Penalty Killer
    Een verhaal dat bij mij hoog scoort op originaliteit. De schrijver weet op geheel eigen wijze de wereld door de ogen van zijn hoofdpersoon te schetsen. Ook zijn er meer dan genoeg whodunit-elementen gebruikt in het verhaal, hoewel ik het verhaal op het eind meer richting een thriller vind gaan. De erotiek wordt in dit verhaal (denk ik) gebruikt om de perversiteit van de uiteindelijke moordenaar weer te geven, maar de schrijver is hier in mijn ogen niet helemaal in geslaagd. Wat mij betreft had die perversiteit dan op het eind nog wel wat meer aangedikt mogen worden om de moord voor de lezer begrijpelijker of invoelbaarder te maken, ik bedoel je bent psychopaat of je bent het niet ;-). Nu blijft het motief voor de (tweede) moord vrij vaag.

    Vierde plaats: De dans van eeuwige begeerte
    Een prachtig, mysterieus verhaal in een historische setting (houd ik van!), met als thema: liefde/begeerte die zelfs de dood overwint. Het deed me een beetje denken aan één van mijn lievelingsboeken: Wuthering Heights. Van mij had de destructieve passie waardoor twee mensen elkaar zelfs in het hiernamaals niet los kunnen laten nog wel wat explicieter tot uitdrukking mogen komen in dit verhaal. Maar hoe mooi ik het verhaal ook vind, als whodunit is het toch het minst geslaagd van deze vier. Het verhaal mist het meest kenmerkende element van een whodunit, namelijk dat de lezer samen met de speurneus de puzzel van de misdaad op kan lossen. Het verhaal ontvouwt zich wel aan de lezer, door middel van de flashbacks, maar dat is in mijn ogen niet hetzelfde. Is dit erg? In het kader van deze wedstrijd wel jammer, maar in allerlei andere opzichten is het gewoon een heerlijk verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *